– En wat was jullie vorige woonplaats?
– Tanzania.
– Zoho! Doe maar luxe!

In onze eerste week in Nederland reageerden twee mensen op exact deze manier, toen ik vertelde waar we vandaan kwamen. Kennelijk is ‘luxe’ de eerste gedachte die in sommige mensen opkomt als je ze vertelt dat je uit Afrika komt. Als je wit bent tenminste. Als je expat bent. Het zegt veel over de perceptie van het expatleven in Afrika. En het zegt ook iets over de Nederlandse cultuur.

Want in die woorden, en vooral in de toon waarop ze uitgesproken worden, proef ik toch een zekere afkeuring. Mensen die in het buitenland wonen, hebben het beter dan ik. En mensen die het beter hebben dan ik, zijn in de grond afkeurenswaardig. U denkt zo niet, lieve lezer, maar u weet dat u landgenoten hebt die wel zo denken. Expats in Afrika leiden een luxeleven. Expats in Afrika leven een luxeleven op onze kosten. En dan is het maar een klein stapje naar: Expats zijn uitvreters.

Eerder schreef ik al eens over ons veronderstelde luxeleven. Ik word er een beetje agressief van. Achter die vier woorden – Zoho! Doe maar luxe! – gaat een scala aan normen, waarden, overtuigingen en vooroordelen schuil.

Echtgenoot en ik, nog in onze wittebroodsweken in Nederland, verbazen ons dagelijks over het gemak van het leven in Nederland. Alles kunnen bestellen en betalen via internet! Kunnen pinnen! Drinkwater en gas dat vanzelf het huis binnenkomt! Zelfs de bureaucratie valt ons mee: het zijn geen woeste bergen waarbij je zelfs het begin van het pad niet kunt ontwaren, maar lage, goed aangegeven drempels in een verder vlak landschap: je bent eroverheen voordat je het in de gaten hebt. Met uitzondering van een hypotheek dan.

Ooit nam ik me voor om Nederland en Tanzania niet met elkaar te gaan vergelijken, maar daar kom ik niet onderuit. Met deze blog probeer ik inzicht te kweken in het leven van expats in Afrika, en Nederland is voor velen het voornaamste referentiekader. Om misverstanden te voorkomen: ik ben zeer dankbaar voor mijn lange verblijf in Afrika. Het zouden zomaar de mooiste jaren van mijn leven kunnen zijn. Maar het was niet luxe, althans niet in de gebruikelijke zin van het woord. Dus hier komt de vergelijking tussen Nederland en Tanzania.

Elke dag een heerlijk warme douche.

Geen warm water. Nauwelijks waterdruk. Droevig straaltje.

Elektriciteit. Altijd. Overal.

Stroom valt regelmatig uit. Overdag, ’s nachts, als je onder de douche staat, als de wasmachine draait, als je net iets in de oven wil zetten, tijdens je PowerPoint-presentatie, tijdens een les waarin leerlingen op de computer moeten werken. Op elektriciteit kun je niet rekenen. Je moet altijd een plan B hebben, als moeder, als gastvrouw en als docent.

Betaalgemak. Je kunt huur, water en elektriciteit betalen via een machtiging of via internetbankieren.

Huur betalen in persoon bij de verhuurder (alleen tijdens kantooruren). Waterrekening betalen in persoon bij het waterleidingbedrijf (alleen tijdens kantooruren). Elektriciteit is prepaid. Als je tegoed op is, valt de stroom uit. Je moet dus goed in de gaten houden hoeveel elektriciteitstegoed (luku) je nog hebt om te voorkomen dat plotseling de lichten uitgaan. Nieuw elektriciteitstegoed kun je kopen aan een loket (alleen overdag).

Pinnen! The glory!

Altijd voldoende cash meenemen als je naar de supermarkt gaat. Regelmatig bij de kassa tot de ontdekking komen dat je onvoldoende geld bij je hebt om alle boodschappen af te rekenen.

Een doorlopend internetabonnement. Jaarlijks betalen via internetbankieren.

Een prepaid internetabonnement dat je maandelijks moet opwaarderen. Als het tegoed op is, kun je niet meer internetten. Dat kan gebeuren vlak voor je deadline,vlak voor je belafspraak, tijdens het skypen, tijdens het downloaden, enzovoort. Nieuw internettegoed kopen in een winkeltje (alleen overdag).

Een doorlopend telefoonabonnement.

Een prepaid abonnement dat je maandelijks moet opwaarderen, of eerder als je beltegoed eerder op is. Beltegoed raakt meestal op tijdens een gesprek. Het plotseling afbreken van een telefoongesprek is dan ook volkomen geaccepteerd. “Sorry, m’n beltegoed was op.”

Gas komt automatisch het huis binnen.

Zelf gasflessen kopen (alleen overdag).

Goed drinkwater uit de kraan.

Water uit de kraan is geen drinkwater. Zelf drinkwater kopen (zwaar!) of laten bezorgen (alleen tijdens kantooruren – zorgen dat er iemand thuis is en zorgen dat er voldoende cash in huis is).

Transparant kraanwater.

Troebel kraanwater. Wit wasgoed blijft niet wit. Drie waterfilters bij de wasmachine om witgoed wit te houden. Filters regelmatig schoonmaken – groot karwei. Twee keer per jaar nieuwe filters kopen (tijdens kantooruren – vaak tevergeefs – winkel heeft filters vaak niet op voorraad).

Niets hoeven strijken.

Alles moeten strijken. De Afrikaanse mangovlieg legt eitjes in nat wasgoed. Als de eitjes uitkomen, kruipen de larven in je huid. Vervolgens eten ze zich een weg naar binnen. Om dit te voorkomen, moet wasgoed hetzij gestreken worden, hetzij gedroogd in een droger. Trek in Afrika dus nooit iets aan dat direct van de waslijn komt!

Klagen over een voetbalveldje met kale plekken.

Blij zijn met een kaal voetbalveldje.

Als je een kastje nodig hebt, ga je naar IKEA of Marktplaats en daar vind je iets voor een schappelijke prijs.

Als je een kastje nodig hebt, moet je het zelf ontwerpen, tekenen, alle maten vermelden, offerte aanvragen en vier weken wachten. Je krijgt dan een mooi maar loodzwaar kastje van tropisch hardhout van onbekende herkomst. Twee jaar later is het hout gaan werken en laat de lijm los, maar dat maakt niet uit, want het is een schitterend, uniek kastje, door jezelf ontworpen. Het kost alleen veel tijd.

Wie zijn expatvrienden in Afrika niet opzoekt, zal nooit begrijpen hoe hun leven eruitziet. Daarom waren we zo blij dat onze vrienden M., C., M. en Z. bij ons langskwamen. Ze zagen alles: de school, de Yacht Club, de dames die ons helpen in het huishouden. Maar ook de stroomstoringen, de hopeloze hoeveelheden stof in huis, het gedoe met het personeel, de toestanden met gas, water, licht, enzovoort. Toen we het hadden over ons nakende vertrek en hoe het voor ons zou zijn om weer in Nederland te wonen, merkte vriendin C. op: “Het zal wennen zijn. Maar ik denk wel dat jullie het makkelijker krijgen.”

Ik kon haar wel zoenen. Het was gezien. Het was niet onopgemerkt gebleven.