In 2006, een paar maanden na mijn aankomst in Tanzania, reed ik voor het eerst naar Kawe. Kawe zit nu aan Dar es Salaam vast, maar toen lag het voor mijn gevoel buiten de stad. Een tocht naar Kawe was een onderneming – in elk geval die eerste tocht.

Ik was uitgenodigd op een kinderfeestje in een huis aan het strand. Aan het strand wonen: dat kan dus in Dar es Salaam. Omdat ik de weg niet wist, zou ik iemand volgen. Het eerste stuk ging over de Old Bagamoyo Road. In die tijd was de Old Bagamoyo Road, althans in mijn herinnering, slechts aan één kant bebouwd, de westkant. De oostkant was een min of meer open, moerassig, rommelig gebied met af en toe een huis of een rijtje straatwinkels. In een verder verleden moet het open zijn geweest tot aan de zee: vanaf de Old Bagamoyo Road moet je uitzicht hebben gehad over een natuurlijk landschap. Een beetje zoals nu nog ten zuiden van Bagamoyo.

De flessenhals van de Old Bagamoyo Road was het riviertje in Mikocheni B. In 2006 lag over deze rivier een pontonbrug met slechts één rijbaan. Je moest wachten tot de auto’s van de andere kant over de brug waren voordat je aan de beurt was, hetgeen voor mijn vrienden in Kawe een dagelijks terugkerende frustratie was. Op de zandbanken van het riviertje spotte ik tijdens het wachten weleens oeverlopers. Tegenwoordig ligt er alleen nog maar afval, plastic en rommel. De vooruitgang.

De weg van het schiereiland naar Kawe. Ik reed hem voor het eerst in 2006. Een memorabele tocht, die niet is uit te drukken in een lijntje op de kaart. | Zoals jullie zien kon ik het niet nalaten om ook Bongoyo op de kaart te zetten, ons favoriete onbewoonde eilandje…

Op het punt waar de Old Bagamoyo Road naar links afbuigt (later kwam daar een rotonde), verlieten we het asfalt en reden we rechtdoor, de dirt road op. Meteen had ik geen tijd meer om me bezig te houden met de peuters op de achterbank. Alle zeilen moesten worden bijgezet. Het was hard gaan regenen, het zicht verminderde, en ik kon me nauwelijks meer verstaanbaar maken. De auto voor me verdween bijna in een lichtblauw waas. De weg was erbarmelijk. Ik had al heel wat slechte wegen gezien in Afrika, maar in een stad had ik dit niet verwacht. Het was alsof ik de Camel Trophy reed. In de weg zaten diepe kuilen. Bovendien stonden grote stukken weg onder water, zodat de kuilen onzichtbaar waren. Verbijsterd volgde ik de dame die voor me reed. Zij hield er flink de vaart in en ik moest harder rijden dan ik verstandig achtte. Bij de afslag naar de Rainbow Social Club, toen nog een zandweg, was de weg veranderd in een stromende rivier: het water stortte zich naar beneden van het heuveltje links. Zoekend naar droge delen zigzagden wij over het –karrepad, zal ik maar zeggen.

Dat was mijn eerste tocht naar Kawe. Ik dacht aan mijn vrienden in Nederland en wist dat ik ze dit gevoel nooit, nooit zou kunnen uitleggen. Het gevoel van in de veilige geborgenheid van je auto zitten, afgesloten van de wereld door een gordijn van regen, met je kleine kinderen achterin, in een vreemd land, over een onbekend modderpad je weg vindend naar nieuwe vrienden die ergens aan het strand wonen. Het gevoel van verbijstering en avontuur, het gevoel van ‘rustig blijven, dit komt goed’. Het kwam heel erg goed.