– Mama, zullen we vandaag De-Weg-Met-De-Zandzakken nemen?
– Nee mama, De-Weg-Waar-De-Schoolbus-In-De-Modder-Vastzat!

Toen ik nog jong was, niet eens zo lang geleden, in de jaren tachtig, wist mijn vader een sluipweggetje van Rotterdam-Zuid naar Maasdam waarbij wij slechts één stoplicht tegenkwamen. Die mooie tijd is voorbij, maar ik dacht er laatst aan. Als ik mijn dochter naar school breng, kom ik vijf kilometer lang geen enkel stoplicht tegen. Dat feit is niet opzienbarend – alhoewel, als je bedenkt dat we in een hoofdstad met 2,6 miljoen inwoners wonen… – maar wel dat ik een combinatie van sluiproutes weet waarbij ik maar drie stukken asfalt hoef te nemen. De rest gaat over lanen waar het asfalt al lang is verdwenen, over straten die verhard zijn met klei en kiezels, over onverharde wegen vol potholes en uiteindelijk over een zandweg parallel aan de zee.

Sommige straten zijn in het regenseizoen volkomen onbegaanbaar. Het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, stoep en erf. Deze vrouw is nat tot op haar borst: zo hoog stond het water.

Sommige straten zijn in het regenseizoen onbegaanbaar. Het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, stoep en erf. Ik nam deze weg, dacht dat het wel meeviel. Ik had beter naar de vrouw moeten kijken. Haar jurk is nat tot boven de borst. Zo hoog stond het water in de straat waar zij vandaan kwam, aan het eind links. Ik had moeten weten wat me te wachten stond.

Kon ik jullie maar even mee laten kijken naar onze schoolroute. Ik rijd hem al bijna drie jaar, en elk regenseizoen opnieuw word ik overvallen door onbegrip, verbijstering, ongeloof en een lachbui. Wat zich afspeelt in het voormalige vissersdorpje Msasani is onvoorstelbaar.

Het regenseizoen verandert de straten in een soort modderige zwembaan. Het water staat soms een meter hoog, tot boven de wielen van onze hoge SUV’s. Mensen met personenauto’s kunnen hun kinderen niet meer naar school brengen omdat het water de ramen binnenstroomt. Taxi’s weigeren mensen uit Msasani af te zetten en op te halen. Sommige straten zijn in het regenseizoen volkomen onbegaanbaar: het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, berm en erf. Als de weg de bocht om gaat, gaat het water de bocht om. Met zandzakken pogen bewoners hun huizen tegen het water te beschermen en een soort van stoep te creëren, maar de golven van de auto’s die voorzichtig door de rivier rijden (ik noem het maar rivier) klotsen over de zandzakken en geven de passanten alsnog natte voeten.

Hier viel het allemaal nog reuze mee. Een kuil in de weg in Msasani Village, april 2008.

Het laatste stuk voor de strandweg is het ergst. In dat – pad zullen we maar zeggen, zitten twee diepe kuilen. Of kuilen: er zitten twee KRATERS in de weg, die tijdens het regenseizoen vollopen met water en in diepe modderpoelen veranderen. Dit noemen onze kinderen De-Weg-Waar-Eens-Een-Schoolbus-In-De-Modder-Vastzat. Soms vragen ze me om de andere weg te nemen, dat is De-Weg-Met-De-Zandzakken.

Er is nog een derde route. Toen ik deze een paar maanden geleden nam, was ik een moment werkelijk bang dat mijn Suzuki zou verdrinken. Het water liep de motorkap en de uitlaat in, ik zat tot aan de ramen in het water. Eén kuil in de rivier, één keer een afgeslagen motor en ik had de auto moeten achterlaten. Omkeren was onmogelijk omdat de berm onzichtbaar was onder het roodbruine modderwater. Ik moest dus verder. Voor me lag nog honderd meter rivier. Met vierwielaandrijving en plankgas kwam ik er doorheen. Zou er nog een andere hoofdstad zijn waar de route naar school net de Camel Trophy is?

Toegegeven, een deel van de schoolroute is onlangs verbeterd. De laan met het vergane asfalt is opnieuw geasfalteerd. De twee kraters zijn gedempt. De straten in Msasani zijn opgeknapt – tot het volgende regenseizoen.