Het is november 2003. Echtgenoot en ik zitten in een kliniek in Lusaka te wachten tot we aan de beurt zijn. We wonen nu een jaar in Zambia. We hebben veel gereisd en veel gezien. In Kasanka douchten we in de wildernis, onder een emmer aan een touw. In Blue Lagoon reden we kilometers over een eindeloze vloedvlakte. Op Bovu Island sliepen we aan de oever van de Zambezi, slechts van de buitenlucht gescheiden door een muskietennet. En in South Luangwa kampeerden we tussen de nijlpaarden. Nu verwachten we ons eerste kind, en daarom zitten we in de kliniek.

In de wachtkamer ligt één tijdschrift. Het is de Flying Dutchman van KLM. Iemand heeft een stuk uit de cover gescheurd, maar verder is het tijdschrift intact. Samen bladeren we het door. Aangekomen bij een spread, een foto die over twee pagina’s is afgedrukt, houden we stil. Ademloos en gebiologeerd kijken we naar de foto. Na een tijdje zegt Echtgenoot:
– Ongelooflijk he?
– Al die lichtjes!, zeg ik.
– Dat dit op dezelfde wereld ligt, zegt Echtgenoot.

Het is een foto van Praag bij nacht.