Veel expatpartners worstelen met hun afhankelijkheid. Ze geven vaak alles op om met hun partner mee te gaan naar het buitenland: hun werk, hun familie en hun vrienden. Het voelt een beetje als: je partner begint aan een nieuwe uitdaging in het buitenland, en jij mag mee. Als aanhangsel. Als dependant, zoals dat heet. In je paspoort komt daadwerkelijk een stempel te staan met de werkvergunning van je werkende partner en het stempel DEPENDANT.

Je kunt het ook anders zien: Je partner begint aan een nieuwe uitdaging in het buitenland en jij mag mee! Eindelijk van die deadlines af! Eindelijk meer tijd voor de kinderen! Eindelijk tijd om te doen wat je eigenlijk hadden willen doen met je leven. Dat was mijn eigen insteek.

Ik wilde altijd al naar het buitenland. Liefst iets ruraals, of iets in de natuur, of iets daartussenin. Mijn droom was: een jaar lang naar een oase in de Sahara. Daar zou ik dan Arabisch gaan leren, boeken gaan schrijven en beestjes gaan bestuderen. Sprinkhanen en kikkers en torren, want die zijn me het liefst. ‘s Avonds zouden we rond het kampvuur zitten, er zouden drie muzikanten zijn met gitaar, doedelzak en drum, iemand zou de prachtigste qasida’s voordragen en we zouden elkaar verhalen vertellen onder het genot van vin gris. Overdag maakte ik lange tochten door de woestijn en schreef ik poëzie. Ik zou onvergetelijke indrukken opdoen. De gazelles. De sporen in het zand. De palmeraies. Maar goed, dat gebeurde dus allemaal niet. Ik ging met Echtgenoot mee naar zuidelijk Afrika.

In mijn paspoort kwam DEPENDANT te staan. Ik mocht dus niet werken. Terwijl ik in Nederland best succesvol was, met een eigen tekstbureau, opdrachtgevers-van-naam en een grote omzet. Maar eigenlijk was ik wel uitgekeken op het werk dat ik toen deed. De deadlines, de saaie correctiefases, het acquisitiewerk – ik was toe aan iets nieuws. Bovendien wilde ik meer avontuur in mijn leven. In mijn geval was het dus uit vrije wil dat ik een nieuw leven begon in Afrika.

Toch zijn er momenten geweest waarop ik twijfelde. Toen ik vier jaar lang alleen maar aan het verhuizen (40 keer) en bevallen (2 keer) was geweest, realiseerde dat ik me misschien wel persoonlijk ontwikkelde, maar niet professioneel. Ik dacht aan mijn peers in Nederland. Zij maakten mooie stappen in hun carrière. Op LinkedIn kon ik het allemaal volgen. Ik zag dat een vriendin voorzitter was geworden van de Vereniging van Jonge Apothekers. Diverse oud-klasgenoten deden een MBA. Andere vrienden, familieleden en kennissen volgden vanuit hun werk workshops op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, zoals familieopstellingen. Ik zag wat dat aan hen bijdroeg. Met andere woorden: iedereen was in beweging. En ik stond stil.

Echtgenoot zag dat anders. Toen ik hem vertelde van mijn twijfels, zei hij: “Ik denk dat bijna al je vriendinnen zo met je zouden willen ruilen.” Hmmm, zo kon je het ook bekijken. Ik dacht terug aan onze avonturen in Zambia en Swaziland. Aan alle indrukken die ik op had gedaan. Aan het onbewoonde eilandje dat we net hadden ontdekt. Aan de versgevangen vis die we daar aten, aan lange houten tafels met onze blote voeten in het zand. Aan de Indische Oceaan die op achthonderd meter van ons huis lag. Aan de cappuccino’s, de internationale contacten, de boekhandel, de schrijfclub – al die dingen die het leven fijn maken. Echtgenoot had gelijk.

Sommige dingen had ik misschien anders moeten doen. Was het verstandiger geweest als ik al die jaren aan een carrière had gewerkt? Had ik meer moeten genieten van het goede leven? Toch een extra taal moeten leren? Heb ik er alles uit gehaald wat erin zat? Moet je er alles uithalen wat erin zit? Of is dat de eerste stap op weg naar een millennial-burn-out?

Vast staat dat ik intens heb genoten van mijn tijd in Afrika. Ik heb waardevol werk gedaan als vrijwilliger. Mijn Engels is veel beter geworden. Ik heb veel mooie ervaringen opgedaan: in de natuur en in de omgang met mensen uit allerlei culturen. Ik heb vrienden gemaakt over de hele wereld. Ik ben over veel dingen anders gaan denken, van ontwikkelingssamenwerking tot economie. Veel vooroordelen over andere culturen en nationaliteiten gingen overboord. En toen mijn kinderen jong waren, was ik er als ze ’s middags wakker werden uit hun middagslaapje. Die momenten blijf ik koesteren.

Mijn advies is dus: Maak je tijd in Afrika waardevol. Misschien wordt het wel de mooiste tijd van je leven. En lees mijn tips voor een zinvol leven als expatpartner.