Tip 1:     Zoek een baan

– En wat doe jij?
– Ik ben business controller bij de Rabobank.
– Ik ben accountmanager bij een reclamebureau.
– Ik ben beleidsadviseur bij een gemeente.

In Nederland is werk belangrijk. Je bent wat je doet. Succesvol zijn betekent: goed zijn in je werk. Geen werk hebben betekent dan logischerwijs: niet succesvol zijn.

Onder deze omstandigheden is het niet verrassend dat je zelfbeeld verandert als je stopt met werken om met je partner mee te gaan naar Afrika. Je kunt niet meer zeggen: Ik ben universitair docent. Of: Ik ben HR-manager. In plaats daarvan ga je zeggen: Eigenlijk ben ik HR-manager. Of: In Nederland was ik universitair docent. Of: Ik heb Frans gestudeerd, maar daar kan ik hier weinig mee. 

In Afrika heb ik heel wat expatpartners zien komen en gaan. Sommigen schikten zich moeiteloos in hun nieuwe rol. Anderen hadden er meer moeite mee. En dat kwam met name door het veronderstelde verlies van identiteit. Als expatpartner moet je jezelf terugvinden. Uitvinden wie je echt bent. Met andere ogen naar jezelf kijken. Je bent meer dan de baan die je had in Nederland. Maar het is wel slim om je te blijven ontwikkelen.

Daarom begin ik met deze tip – met stip op de eerste plaats: zoek een baan, betaald of onbetaald. Ook in Afrika zijn banen te vinden. Zeg gewoon tegen iedereen die je tegenkomt dat je op zoek bent naar werk. Benader organisaties en bedrijven die je aanspreken. Echt, voor je het weet komt je iets aanwaaien (zie volgende tip). En van het een komt het ander.

Om het lot een handje te helpen, kun je de vacaturesites voor ontwikkelingshulp raadplegen, zoals JobnetAfrica, devex en DevNetJOBS. Je kunt Engelstalige lokale kranten uitpluizen op zoek naar vacatures of interessante werkgevers. Zelfs als je alleen maar kan komen kennismaken, is dat winst – hoe meer mensen weten dat je beschikbaar bent, hoe beter. Informeer eens of je kunt lesgeven aan een internationale of lokale school, desnoods als invaller. Kijk ook eens op de websites van PUM en VSO.

Mag je dan werken als in je paspoort ‘DEPENDANT’ staat? Nee, dat mag niet. En dat is ook wel begrijpelijk: in een land met veel kansarmen is het niet aan ons om de weinige beschikbare banen in te nemen. Maar als een organisatie kan aantonen dat de gezochte kennis niet in jouw gastland aanwezig is en als de organisatie bereid is om een werkvergunning voor je te betalen, staat niets je in de weg.

Tip 2:     Accepteer een baan

Tip 1 hierboven gaat over het zoeken naar een baan. Maar voor sommige banen hoef je niet te zoeken, en daar gaat dit stukje over. In Afrika kan het zomaar gebeuren dat iemand je een baan aanbiedt, zonder je goed te kennen. Het is mij twee keer overkomen in Tanzania. De eerste keer had iemand op een feestje aan mij gevraagd wat ik wilde gaan doen in Afrika. Ik had gezegd dat ik het liefst een uitgeverij wilde beginnen. O, dan kende hij wel iemand die net op zoek was naar iemand die een uitgeverij voor hem kon beginnen. Really? Really. Een maand later had ik een baan.

Een paar jaar later overkwam me nog eens zoiets. Op een terrasje dronk ik een kop koffie met een Nederlandse vrouw die al heel lang in Tanzania woonde. Ik vertelde over het debacle met mijn eerste baan (de uitgeverij – er waren wel plannen maar er was geen geld). Zij zei dat ze een vriend had die op zoek was naar iemand als ik. De vriend had een filmproductiemaatschappij en zocht iemand die dat kon managen. Ik was gevleid dat ze aan mij dacht. Maar ik, oelewapper, zei dat ik niet zo’n managerstype ben. Dat is waar. Maar ik ben dol op films en documentaires en ik had nota bene een tekstbureau gerund. Ik had twee filmcursussen gevolgd in Rotterdam! Ik had allerlei ideeën voor films en documentaires! Ik had nota bene al een lijst gemaakt met alle filmfestivals in Afrika!

De persoon die uiteindelijk dat filmproductiemaatschappijtje ging leiden, was een kennis van me. Ze had nog nooit iets met film te maken gehad. Ze begon met het professionaliseren van het fysieke kantoor. Ik dacht: I could have done that? Ze liet alles wit schilderen en kocht nieuw meubilair. Ik wist: I could have done that. Met andere woorden: accepteer een baan als die je wordt aangeboden. Wees niet te onzeker. Maak er gewoon wat van. In het land der blinden is eenoog koning.

Tip 3:     Begin een nieuwe carrière

Kun je geen baan vinden in je vakgebied? Begin dan een nieuwe carrière. Ga doen wat je altijd al had willen doen. Begin een reisbureau, plant een bos, ga yogales geven, zet een koffiehuis op, wordt kinderleidster op een crèche. Wees niet bang om onverwachte wegen in te slaan. Overweeg bijvoorbeeld gerust om meubels te gaan maken van drijfhout of om haren van expats te gaan knippen. Seriousy. No kidding. Expats zullen je er dankbaar voor zijn.

Nieuwe expat:   – Zeg, waar gaan jullie eigenlijk naar de kapper?
Oudgediende:   – Nederland.
Nieuwkomer:    – Maar daar kom ik net vandaan! Kan ik het hier niet ergens laten doen?
Oudgediende:   – They don’t understand our hair.

Dat van dat haarbegrip valt overigens reuze mee. Maar toch: als kapper leer je veel mensen kennen. Je maakt mensen blij. Je hoort waar de laatste hippe tentjes zijn. Je kunt je vak altijd met je meenemen. En het is onwaarschijnlijk dat dit beroep op korte termijn zal worden overgenomen door robots. De downside is alleen dat je de hele dag moet staan. En dat je ’s avonds bekaf bent van al dat gekakel aan je hoofd.

Tip 4:     Zet je in voor een vereniging of stichting

Als het niet lukt om een betaalde baan te vinden, overweeg dan om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Het is het handigst om je aan te melden bij een bestaande organisatie. Expatvrouwen die ik kende werkten bijvoorbeeld bij een dierenasiel, een beach-clean-upbeweging, een weeshuis (zie ook tip 5) en diverse organisaties die vrouwen helpen met het genereren van extra inkomen. Ik ken ook iemand die betrokken was bij een reizende bibliotheek voor Afrikaanse kinderen (zie ook tip 29).

Wat je ook kiest, je leert mensen kennen en het is fijn om je in te zetten voor iets groots en zinvols. Check wel altijd of het met jouw status is toegestaan om vrijwilligerswerk te doen. In sommige Afrikaanse landen heb je zelfs voor vrijwilligerswerk een werkvergunning nodig.

Tip 5:     Ga vrijwilligerswerk doen voor een weeshuis

In Lusaka, de hoofdstad van Zambia, kwam ik in contact met een weeshuis. Ik had wat geld verdiend met een schrijfopdracht en had besloten dat ik dat aan een goed doel wilde schenken. Ik zocht een organisatie die wat deed met weeskinderen. En zo brachten een paar Nederlandse vrouwen me in contact met Kasisi Children’s Home, een magische plaats, een eind buiten de stad. Ik kan er uren over vertellen, maar zal dat nu niet doen.

Uiteindelijk heb ik een paar jaar lang een nieuwsbrief gemaakt voor Kasisi. Ik vond het leuk en zij hadden op dat moment niemand anders die het kon doen. Andere Nederlandse vrouwen deden weer andere dingen voor Kasisi, zoals helpen met de administratie of helpen met de kinderen.

Mijn bezoekjes aan Kasisi hebben veel indruk op me gemaakt. De beelden van sommige kinderen staan nog steeds op mijn netvlies: Janey, Christopher, Susan, William. Bij elke naam hoort een verhaal. En de verhalen staan in mijn ziel gekerfd. Vrijwilligerswerk doen in een weeshuis levert je geen cent op, maar het geeft je ontzettend veel. En je geeft ook wat terug.

Tip 6:     Leer de taal van je gastland

Pas toen ik drie jaar in Tanzania was, deed ik een taalcursus Swahili. Dat had ik drie jaar eerder moeten doen. Goed, dat kon niet omdat ik thuis een zuigeling had en omdat ik twee banen had, maar toch: als je aan het begin van je verblijf een intensieve taalcursus kunt doen, doe het dan. Het helpt om de cultuur te begrijpen, het maakt je streetwise en het oogst veel waardering als je de taal spreekt. Bovendien opent het deuren die anders gesloten blijven – juist ook professioneel.

Een taalcursus is ook waardevol vanwege de mensen die je bij de cursus ontmoet. Op mijn taalcursus kwam ik expats tegen die ik in het dagelijks leven nooit was tegengekomen. Jonge, vrijgevochten creatievelingen, PhD-studenten, natuurbeschermers. Een fotograaf die een paar jaar later verslag zou doen van de Egyptische opstand. Een jonge vrouw die radioprogramma’s voor Afrikanen maakte over duurzaamheid. Een andere vrouw die om de een of andere reden in het huis van Jane Goodall mocht wonen. En een vrouw die voor haar master en PhD jarenlang tussen de Maasai zou gaan wonen in een gortdroog deel van Kenia. Met sommigen van hen heb ik nog contact – de rijkdom! 

Tip 7:     Leer een andere taal

Of is er een andere taal die je altijd nog eens wilde leren? Chinees? Frans? Zweeds? Arabisch? Dit is je kans. Neem wat zelfstudieboeken mee en ga in je eigen tempo aan de slag. En allicht ontmoet je een expat die vloeiend Chinees, Zweeds of Arabisch spreekt en met wie je kunt converseren.

Wil je goed Frans leren en woon je in een grote stad? In sommige Afrikaanse hoofdsteden zit een filiaal van de Alliance Française. Ze bieden cursussen Frans op elk niveau.

Tip 8:     Kies een nieuwe sport

Een expatkennis van me wil elk jaar van haar leven minstens één nieuwe sport leren beoefenen. In de periode dat we in hetzelfde land woonden, heeft ze getennist, gebadmintond, gepingpongd, geyogaad en gezeild, maar het kan zijn dat ik een paar sporten heb gemist. Inmiddels is ze alweer twee landen en heel wat sporten verder.

In de grote steden in Afrika valt genoeg te sporten. In Dar es Salaam kun je zeilen, kayakken, suppen, zwemmen, duiken, tennissen, cricketten, yoga’en, pilatessen, aerobiccen, skateboarden en nog veel meer. Competitiesporten als voetbal en hockey zijn minder goed vertegenwoordigd. Toch vind je altijd vrouwen en mannen die hun eigen voetbal- of hockeyteam organiseren.

Sommige landen kennen sporten die typisch expat zijn. Zo kun je in Lusaka polocrossen, iets koloniaals met paarden en sticks. Ook typisch expat is hash running. Het heeft niets te maken met hasj. Eigenlijk heeft het ook weinig te maken met rennen. Rennen is geen prioriteit voor een renclub met als motto: ‘the drinking club with a running problem’. Vrijwel alle expatsteden ter wereld hebben een local chapter van deze Hash House Harriers (HHH). Op deze site staan alle chapters in Afrika. 

Tip 9:     Ga studeren-op-afstand

Het leven is zoveel makkelijker geworden sinds we MOOC’s hebben, massive online open courses. De meest gerenommeerde universiteiten bieden voor een schijntje – en vaak zelfs gratis – interessante cursussen aan. Wil je psychologie studeren aan Yale University? Architectuur aan de MIT? Big history aan de UvA? Landscape restoration aan de EUR? Dat kan nu allemaal. Je vindt veel MOOC’s op coursera.org.

Tip 10:   Promoveer

Als je niet kunt werken, ga dan promoveren. Het geeft je een goed gevoel over jezelf en het geeft meerwaarde aan je cv. Aan de andere kant is het een weinig sociale activiteit. Juist het contact met mensen van over de hele wereld maakt het expatleven in Afrika zo waardevol. Bovendien ken ik mensen die hun leven jarenlang op een laag pitje hebben gezet voor een promotie. Is dat het waard? Dat moet iedereen voor zichzelf bepalen. Maar ik ken een expatvrouw die tijdens haar verblijf in Afrika is gepromoveerd en nu in Afrika werkzaam is in haar vakgebied.

Tip 11:   Richt een Nederlandse school op

In Afrika bestaan meer dan 20 Nederlandse scholen. Buitenlanders geloven me niet als ik dat zeg, maar het is echt zo. Het zijn officiële scholen, die gewoon onder de onderwijsinspectie vallen. Alleen bieden ze meestal geen dagonderwijs, maar alleen taalonderwijs. Nederlandse leerlingen gaan overdag naar een internationale school en volgen daarnaast een of twee middagen in de week onderwijs in de Nederlandse taal en cultuur. Zo kunnen Nederlandse kinderen makkelijk in het Nederlandse onderwijssysteem instromen als het gezin terugkeert naar Nederland.

Is er nog geen Nederlandse school in de Afrikaanse stad waar jij naartoe gaat? Dan kun je er zelf een oprichten, met hulp van de Stichting NOB. Op de website van de Stichting NOB staat ook een lijst van alle Nederlandse scholen in het buitenland.

Tip 12:   Organiseer een reis

Als expat leer je de mooiste plekjes kennen. Je gaat de hoogtepunten van een land zien, maar ontdekt ook verborgen schatten. Zoals Mafia Island, waar je kunt snorkelen met walvishaaien. Of Lower Zambezi National Park, waar je vanaf de rivier olifanten kunt spotten. Je expatkennis en -ervaring maken je bij uitstek geschikt om een reis te organiseren. Bijvoorbeeld voor je vrienden of voor een bestaande reisorganisatie in Nederland. Organiseer een vogelreis, een low-budgetreis, een reis voor families met jonge kinderen, een cultuurreis. Of begin een reisbureau. The sky is the limit.

Tip 13:   Leer koken

Ik dacht dat ik nooit meer zou leren koken, maar in Afrika kwam ik er niet onderuit. In veel Afrikaanse landen is geen gemaksvoedsel te koop – zeker niet in de periferie. Vergeet voorgewassen en voorgesneden groente. Vergeet kipfilet, diepvriesspinazie, aardappelschijfjes, voorgesneden spekblokjes. Vergeet sausjes die uit een zakje komen. Als expat in Afrika moet je alles zelf maken. Dat betekent dat je zelf spekblokjes knipt van bacon, dat je je eigen yoghurt maakt van verse koemelk, dat je zelf je pannenkoekenbeslag maakt en dat je elk spinazieblaadje zorgvuldig wast (of dit door de huishoudster laat doen). Zelfs bladerdeeg maak je zelf. En kipfilet krijg je door de borst van de hele kip te snijden. De rest van de kip gebruik je voor soep. Echte kippensoep. Ik wist niet dat ik het in me had.

Tip 14:   Leer klarinet spelen, of trompet, of gitaar, of djembe

Altijd al een muziekinstrument willen kunnen bespelen? Dit is je kans. Als je een jaar lang dagelijks oefent, heb je de basis redelijk in de vingers. Daarna duurt het nog jaren voordat je expert ben, maar het begin is het moeilijkst.

Het is het handigst om een instrument te kiezen dat je makkelijk kunt vervoeren. Dus liever mondharmonica of ukelele dan drums of piano. Verder zou ik het instrument aanschaffen in Nederland. Dat is goedkoper en de kwaliteit is beter. Voor de zekerheid zou ik in Nederland alvast een of twee lesjes nemen, zodat je weet hoe je het apparaat in elkaar moet zetten of stemmen.

En dan? Je kunt kiezen voor zelfstudie (via internet, apps of een meegenomen boekje) of een docent zoeken in Afrika. Op goede internationale scholen vind je vaak muziekdocenten die er in hun vrije tijd wat bijklussen. Zo had mijn dochter pianoles van een Russische pianiste. Ze heette Olga en was heel streng. Zelf had ik klarinetles van de liefste, beminnelijkste Tanzaniaanse klarinettist die je je kunt voorstellen. RIP Aloys Ngasi.

Tip 15:   Neem je muziekinstrument me en ga muziekles geven

Of ga zelf muziekles geven, aan expats of aan Afrikanen. Ze zullen je er dankbaar voor zijn.

Tip 16:   Maak kunst

In ons eerste huisje in Swaziland was de watervoorziening nogal wisselvallig. Ik bedacht dat ik het visueel zou kunnen vastleggen. Op een houten plank zou ik dertig glazen potten plaatsen, een voor elke dag in de maand. Op de potten zou ik labels plakken met de dag en de tijd. En de potten zou ik vullen met wat er die dag uit de kraan kwam. Doorzichtig water, lichtbruin water, donkerbruin water, geel water, zwart water. Of helemaal geen water, op dagen dat er niets uit de kraan kwam.

Ik heb er nog steeds spijt van dat ik dat project niet heb uitgevoerd. Zoals ik ook geen one minute films heb gemaakt van het goede leven in Afrika (zie ook tip 23). Mijn expatkennis Ariënne zette haar plan wel door. Ze heeft zichzelf vereeuwigd door op Coco Beach in Dar es Salaam een kunstwerk neer te zetten waar iedereen elke dag van geniet. Het is een briljant ontwerp. Ze is er jaren mee bezig geweest, maar het was het waard.

Tip 17:   Stel je verkiesbaar voor het schoolbestuur

Zitten je kinderen op een internationale school? Of misschien op een Nederlandse school in Afrika? Veel internationale scholen hebben een schoolbestuur dat bestaat uit betrokken ouders. Als er een positie vrijkomt in het bestuur, ontvangen ouders een uitnodiging om zich verkiesbaar te stellen. Het is een onbezoldigde functie, die je niettemin veel kan meegeven.

Zelf ben ik drie jaar bestuurslid geweest van een internationale school. Zowel inhoudelijk als sociaal was dit een enorm verrijkende ervaring. Je werkt in een professionele omgeving met mensen van diverse nationaliteiten en culturele achtergrond. Je krijgt te maken met dilemma’s waarbij je een keuze moet maken uit twee kwaden, of waarbij je bijvoorbeeld moet kiezen tussen het strikt danwel soepel toepassen van de regels. Je bent ook in de positie om de regels aan te passen.

De meeste schoolbesturen hebben een adviserende en toezichthoudende rol, vooral op strategisch en financieel vlak. Binnen het bestuur kun je vaak kiezen welke portefeuille je het meest aanspreekt. Zo was ik betrokken bij strategische planning, de selectie van een nieuwe directeur, het ontwikkelen van een nieuwe missie en visie, het herontwikkelen van de schoolcampus en het maken en vastleggen van beleid op het gebied van HR, financiën, onderwijs en governance.

Wil je graag werken in een professionele, multiculturele omgeving? Wil je graag meer leren over governance en strategische planning? Ben je niet bang voor een beetje politiek? Denk dan eens aan een schoolbestuur.

Tip 18:   Trek erop uit met de verrekijker

Over vogelaars wordt vaak een beetje lacherig gedaan. Terwijl het kijken naar vogels een hoop leuke kanten heeft: je bent buiten, je hebt altijd wat te doen en het houdt je scherp en alert. Want als je je beperkt tot zoogdieren – of erger nog: de Big Five – mis je niet alleen veel moois, maar haak je ook eerder af. Op een gegeven moment heb je alle zoogdieren wel gezien. Terwijl je nooit klaar bent als je naar vogels kijkt: op elk moment kan er iets kleins of groots tevoorschijn schieten.

Maar vogels kijken is zo veel meer dan het kijken naar vogels. Aan de hand van vogels leer je een landschap kennen. Op een gegeven moment weet je waar de kleine bijeneters zitten. Je weet wat je kunt verwachten langs een modderige oever (de driebandplevier). Je onderscheidt de geluiden van het Afrikaanse landschap en kunt ze benoemen: van de Afrikaanse zeearend (een kreet als Goofy) tot het kenmerkende geluid van de smaragdvlekduif (PO Po Po Po Po Po Popopopopopopo – van hoog naar laag, steeds sneller, als een knikker die de trap af rolt).

Zo ga je je thuis voelen in de Afrikaanse natuur. Omdat je de geluiden kunt thuisbrengen en omdat je weet dat jij er nu onderdeel van bent.

Tip 19:   Ga op field trip

Vind een stel biologen die op field trip gaan en smeek of je een keer mee mag. Biologen zijn leuke lui en je maakt altijd wat mee. Zo kun je zomaar getuige zijn van de ontdekking van een nieuwe diersoort. Misschien is het een eencellige, misschien een plant, maar het kan ook een kikker zijn of zelfs een krokodil. Of iets waarvan je nog nooit gehoord hebt. Zo kwam een jonge biologe ooit rechtstreeks uit de bush naar me toe om me een nieuwe soort te laten zien: een blind, wormachtig wezen dat in moerassen leeft. Zelfs de orde was Latijn voor me: het was een caecilian of wormsalamander. Ze had een heel zooitje van die specifieke, net ontdekte ondersoort bij zich, in een emmer. Ik mocht ze aanraken en oppakken. Het avontuurlijke Indiana Jones-gevoel kwam zo tamelijk dichtbij. Overigens is het ook een belevenis om te zien wat biologen vervolgens doen met zo’n nieuwe soort. Spoiler alert: de caecilians in de emmer hebben het niet overleefd.

Tip 20:   Schrijf (g)een boek

Ik ken aardig wat expatpartners die hun tijd in het buitenland gebruikten om een boek te schrijven. Het lijkt zo logisch: het schrijven van een boek kost veel tijd, en tijd heb je, als expatpartner zonder werkvergunning. Toch raad ik het af, omdat de success rate zo laag ligt. In de jaren dat ik in Tanzania woonde, kende ik vijf expatvrouwen die een boek aan het schrijven waren. Jaren hebben ze eraan gewerkt – of in mijn geval: jarenlang enkele maanden per jaar. Van slechts twee van de schrijfsters die ik ken is het boek gepubliceerd (niet ik). En een van die vrouwen was welbeschouwd al schrijver voordat ze naar Afrika kwam: het was haar tweede boek. Al die andere manuscripten liggen nog ergens in een la. Een vriendin van me won wel een gerenommeerde schrijfwedstrijd met haar manuscript, maar zelfs dit leidde niet tot een boekcontract. Een andere vriendin zat in een schrijfclubje en kwam tot de ontdekking dat een vriendin in haar groepje precies haar boek aan het schrijven was. Beide boeken zijn nog niet uitgegeven.

Zelf heb ik twee manuscripten in de la liggen. De eerste is lastig te marketen en zit dus in de categorie veel-van-geleerd-maar-het-was-zonde-van-mijn-tijd. Mijn tweede manuscript schreef ik nota bene op verzoek van een uitgever. Iemand die mijn nieuwsbrieven wel leuk vond en dacht dat er misschien meer in zat. Een paar jaar heb ik alles opzijgezet voor het schrijven van dat boek. Ik heb zelfs een keer een full moon party met vrienden op het strand afgezegd omdat ik net zo lekker aan het schrijven was. Het idéé! Ik vergeef het mijzelf nooit. En dat voor een boek dat uiteindelijk nooit is uitgegeven. Nee, schrijf geen boek.

Tip 21:   Ga schrijven

Maar schrijf wel. Het hoeft geen boek te worden. Het mag ook een blog zijn, een gedicht, een toneelstuk, of gewoon aantekeningen. Ga elke dag een half uur op een andere plaats zitten en schrijf op wat je ziet, hoort, ruikt, voelt, ervaart. Maar vooral wat je ziet.

Tip 22:   Ga fotograferen

Als je ooit het verlangen hebt gehad om te fotograferen, doe het dan nu. Nederlandse fotografen moeten jarenlang sparen en lobbyen om een paar weken in Afrika te kunnen fotograferen. En jij zit er nu of straks voor langere tijd. Stap dus in de voetsporen van onze landgenote Sasja van Vechgel en gebruik je tijd in Afrika om het vluchtige leven vast te leggen.

Tip 23:   Begin een vlog

In 2005, toen ik in het gehucht Big Bend in Swaziland woonde, was vloggen het allernieuwste. Zo nieuw dat vrijwel niemand het nog deed. Ik had er op internet over gelezen en omdat ik altijd dol ben geweest op film en filmen, dacht ik Yes, ik ga vloggen! Meteen begon ik aantekeningen te maken – bij mij begint alles met het maken van aantekeningen. Ondanks deze voortvarendheid is het er niet van gekomen, mijn vlog. Op zich niet onbegrijpelijk, want in dat specifieke jaar ben ik bevallen, moesten we twee keer om andere medische redenen uitwijken naar een buurland en moesten we acht keer verhuizen, waarvan drie keer intercontinentaal en drie keer internationaal (de bevalling reken ik dan mee). Bovendien had ik alleen een analoge filmcamera. Het was dus niet het juiste moment om een nieuwe hobby op te pakken en te gaan vloggen.

Maar jij kunt wel gaan vloggen. Je kunt alles aan de wereld laten zien. Het vrolijke straatbeeld. De files en de hoogbouw. Het bord bij het benzinestation dat zegt dat de benzine op is. De warboel van draden bij het elektriciteitskastje. De overstroomde wegen in de regentijd. De vrouwen die langs de weg lopen met grote zakken meel op hun hoofd. De gin-tonic op een zandbank in de Zambezi. De silhouetten van de bomen tegen de pastelkleurige avondlucht. De vuurvliegjes. De sterrennacht.

Tip 24:   Organiseer een evenement

In Nederland valt altijd iets te doen. Je kunt naar de bioscoop, naar het theater en naar talloze musea. Er zijn concerten, lezingen, festivals en tentoonstellingen. Een en ander kan leiden tot FOMO, fear of missing out: het gevoel dat je een essentieel uitje mist.

In grote Afrikaanse steden zijn galerietjes, craft markets, concertpodia, filmfestivals en literaire avonden, maar in de periferie kan het aanbod – naar Nederlandse nomen – tegenvallen. (Ik druk me voorzichtig uit. Ik zeg niet dat er geen cultuur is in Afrika.) Doorgewinterde expats in Afrika weten dat ze het zelf moeten doen. In Afrikaanse expatgemeenschappen zindert het dan ook van de culturele initiatieven. Zo zijn er jazzbandjes, toneelgroepen, geitenraces (no kidding) en boerenmarkten.

Maar er zijn ook kleinschalige evenementen. Zo was er in ons buurtschap een bioloog die eens per jaar een lezing gaf over de natuur. Soms ging het over geluiden die je ‘s nachts kon horen, dan weer over vogels rondom je huis. Iemand anders organiseerde elk jaar een paasfeest voor alle kinderen uit de buurt, inclusief eitjes beschilderen en paaseitjes zoeken. Zelf deed ik de decoraties van de jaarlijkse Halloween-viering – het hoeft niet eens je eigen feest te zijn.

Mijn punt is: als je een rijk cultureel leven mist, wacht dan niet af tot anderen iets organiseren. Als iedereen eens per jaar iets kleins organiseert, heb je al een rijk sociaal en cultureel leven. Zoek gelijkgestemden en organiseer samen iets wat jullie aanspreekt. Begin met één quizavond, één open podium, één internationalehapjesavond of één Koningsdag. Als het een succes is, vind je het jaar erop makkelijk helpers. En het kan zomaar gebeuren dat jouw initiatief over tien jaar, als jij allang weer bent verhuisd, nog steeds voorleeft.

Tip 25:   Ga zingen of toneelspelen

In expatgemeenschappen in Afrika kun je je vaak makkelijk aansluiten bij een toneelgezelschap of een band. Wel zijn er meestal audities en je zult niet meteen een hoofdrol krijgen, maar in principe is iedereen welkom. Bij de toneelgroep in Dar es Salaam heb ik diepe vriendschappen zien ontstaan, echt vriendschappen voor het leven. Ook samen spelen in een band kan uitgroeien tot dierbare vervangende familie. Aarzel dus niet en trek de stoute schoenen aan! 

Tip 26:   Begin een babyclub of sluit je er bij een aan

– An, als je weer naar Afrika gaat, sluit je dan aan bij een babyclub.
– Een babyclub? Ik dacht het niet.
– Ik weet hoe het klinkt. Maar je moet het doen. Echt. Trust me.
– Hm.
– Beloof me dat je het probeert.

Een babyclub is een Angelsaksisch fenomeen. Babyclubs bestaan uit prenatale klasjes die elkaar blijven zien tot jaren na de bevalling. Mijn expatkennis Evelien had in Zambia bij een babyclub gezeten en had het geweldig gevonden. Het waren de lichtpuntjes in haar week. Toen ik met twee kinderen onder de twee naar Swaziland verhuisde, bezwoor ze me om me aan te sluiten bij een babyclub.

Alleen waren er geen babyclubs in Big Bend. Big Bend was een slaperig gehucht aan een grote bocht in een rivier (‘big bend’). De meeste baby’s die er waren, zaten in draagzakken op de rug van hun mama’s terwijl die hun gekleurde doeken wasten in de rivier. Heel pittoresk. Maar dat was niet het soort babyclub dat mijn vriendin bedoelde.

Gelukkig waren er in Big Bend twee stellen van onze leeftijd die iets van de wereld hadden gezien en een opleiding hadden gevolgd. Een van die stellen had kinderen. En inderdaad: het schept een band die tot op de dag van vandaag is blijven bestaan.

Toch stond mijn sociale leven na tien maanden Big Bend op een zodanig laag pitje dat ik me voornam om bij de eerstvolgende gelegenheid actief op zoek te gaan naar een babyclub. Die gelegenheid deed zich voor toen we na tien maanden Swaziland verhuisden naar Dar es Salaam, Tanzania. Op mijn eerste maandag in Dar es Salaam nam ik de kinderen mee naar het speeltuintje bij de Slipway, aan de baai van de Indische Oceaan. De Slipway was uitgestorven, maar op een terrasje zaten twee expatvrouwen van middelbare leeftijd. Ze zagen eruit alsof ze al minstens twintig jaar uit de baby’s waren, maar ik moest en zou in een babyclub. Ik besloot op ze af te stappen.

– Goedemorgen.
– Goedemorgen.
– Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar ik ben net aangekomen en ik ben op zoek naar een babyclub.
– O. Nou, dan kun je het beste naar IST Clinic gaan. Ik was daar net en het stikte er van de baby’s. Vraag maar naar dokter Belia.
– Okee. Bedankt.

Dus ging ik naar IST Clinic. En ik vroeg naar dokter Belia. Maar de receptioniste verwees me naar dokter Indra. Indra was ook net bevallen en zat in een babyclub. En ik mocht ook bij haar babyclub. En twee dagen later vond ik nog een andere babyclub. Dus binnen een week zat ik bij twee babyclubs. En het was net zo geweldig als Evelien had gezegd. Ik ontmoette allerlei avontuurlijke vrouwen uit allerlei landen die door allerlei wonderlijke spelingen van het lot in Afrika waren beland, net als ik. Eén keer in de week kwamen we samen, met al onze baby’s, en het waren de lichtpuntjes in mijn week. Dit even los van het feit dat de babyclub me een baan opleverde, eindeloos veel tips en een paar mooie vriendschappen.

Tip 27:   Sta open voor een zwangerschap

Als je dan toch een paar jaar niet mag werken, is dat dan niet een goed moment om aan kinderen te beginnen? Er zijn hele volksstammen die kinderen krijgen in Afrika. Ook veel expats. Kan gewoon hoor, zwanger zijn in Afrika. Maar zie voor de bevalling ook even het hoofdstukje over bevallen in Afrika [in voorbereiding].

Tip 28:   Begin een bedrijfje

Ik ken nogal wat expatpartners die in Afrika een handeltje hebben opgezet. Vaak richten ze zich op andere expats, om voordehandliggende redenen: ze kennen de doelgroep en weten uit ervaring waar behoefte aan is. Zo importeerde een kennis van me zonwerende zwemkleding. Zonwerende zwemkleding is in Afrika nauwelijks te krijgen, en het is licht en plat genoeg om in de koffer te mee te nemen. Iemand anders maakte prachtige meubels en kandelaars van oude dhows (houten schepen). Weer iemand anders maakte sieraden.

Je kunt het natuurlijk ook groter aanpakken. Zoals IKEA-meubels importeren op bestelling. Expats zijn dol op IKEA. IKEA-meubels zijn relatief goedkoop en veel strakker en hipper dan wat je over het algemeen tegenkomt in Afrikaanse meubelwinkels. Bovendien kom je er makkelijk weer vanaf: vertrekkende expats vangen vaak een goede prijs voor hun oude IKEA-meubilair.

Dan is er nog de potentieel lucratieve business van projectontwikkeling. Een gebruikelijk concept is dit: expatpartner-annex-projectontwikkelaar pacht aantrekkelijke bouwval voor tien jaar van armlastige eigenaar. In het contract staat een geringe huurprijs per maand plus de garantie dat het huis na tien jaar volledig gerenoveerd terugkeert naar de eigenaar. De projectontwikkelaar doet een grote investering om het krot op te knappen, maar heeft dit er met de hoge expathuurprijzen na drie à vijf jaar al uit. En vanaf dat moment gaat hij winst maken. Dat kan alles zijn tussen de 2000 en de 5000 dollar per maand, afhankelijk van de heersende huurprijzen en van wat hij de eigenaar maandelijks betaalt. Tricky? Ja, best tricky. Maar ik ken mensen die er een aardige boterham aan hebben verdiend.

Tip 29:   Begin een bibliotheek

Ontwikkeling begint bij onderwijs. En onderwijs begint bij lezen. Veel Afrikaanse scholen, vooral in rurale gebieden, hebben beperkte middelen. Als expatpartner kun je hier een waardevolle bijdrage leveren. Begin bijvoorbeeld een traveling library, een micro library, een community library of een village library, al dan niet gecombineerd met wekelijkse voorleessessies. Of sluit je aan bij een bestaand project.

Tip 30:   Geniet van het expatleven

Vertrekkende expat: – Kan iemand me vertellen waarom ik er in vredesnaam pas in mijn laatste week achter kom dat onze tuin perfect is voor feestjes?

Je kunt ook niets doen van het bovenstaande en gewoon genieten van het expatleven. Kook lekker voor vrienden. Lees poëzie in de hangmat. Maak mooie uitstapjes. Geef eens een feestje. Je zult niet de eerste expat zijn die bij haar afscheidsfeest denkt: hee, wat leuk eigenlijk, zo’n feestje! En wat makkelijk is het om het te organiseren. Dit had ik vaker moeten doen.

Zelf vind ik dat ik in mijn tijd in Afrika te weinig van het leven heb genoten. Een heel groot deel van mijn tijd in Tanzania heb ik achter mijn computer gezeten. Ik heb te weinig gesupt, te weinig gezwommen, te weinig Swahili geleerd, te weinig feestjes gegeven en VEEL te weinig in de hangmat gelegen. Maar voor dat laatste had ik een excuus. De muggen.