Recente stukjes

gezicht op dar es salaam

Msasani Bay

Ochtendgloren. Stilte. Het landschap ligt zomaar te liggen. Een stilleven ontplooit zich.

De wolken, de driehoekige zeilen van de dhows, de aanblik van het schiereiland, de uitgestrektheid van het landschap… Op de een of andere manier doet het me ergens aan denken. Plotseling weet ik het. De Hollandse landschapstekeningen! Hier ligt het: het bestáát! De zeilschepen liggen niet meer voor de rede van Dordrecht, maar voor de rede van Dar es Salaam.

Thuisgekomen meteen Land en water erbij gepakt, een boek met zeventiende-eeuwse landschapstekeningen van Hollandse schilders. Jawel hoor. Wat ik hier elke ochtend voor me zie is je reinste Aelbert Cuyp. Dat gerommel rond het water, die zeilen, peddels, sloepen en rechtopstaande stokken met visnetten. Die vergezichten die net iets lichter zijn dan de voorgrond. Die hoge luchten, die ruimtelijkheid.

De tekening waar ik mijn ogen niet vanaf kan houden is een van Cuyps gezichten op Dordrecht. Een zeilschip zeilt over een spiegelgladde rivier met op de achtergrond links het stadje. De gelijkenis met mijn trimaran van 27 februari is groot. Die windstilheid! Die weidsheid! Die weerspiegeling in het water! Die stilte die van de tekening uitgaat. Ongelooflijk dat die Cuyp dat zo goed heeft weten vast te leggen. Het kan dus vastgelegd worden.

Msasani Bay verdient ook een landschapschilder.

 

16 maart 2009  


trimaran op spiegel

Msasani Bay

Vrijwel windstil. Wolken weerspiegeld in het water. Op de spiegel een houten trimaran, als een prehistorische zwemvogel. Toch nog een zuchtje wind: hij glijdt voort en trekt een lijn. Ik vind: natuur is het mooist wanneer het samengaat met iets dat door mensen is gemaakt. Natuur en mens gaan goed samen, mits in de juiste verhouding.

De vissers van Msasani maken zich klaar om af te varen. Eigenlijk moet ik er eens naartoe, naar dat vissersdorp. Ik kan niet blijven schrijven over de lucht en de zee en de trimarans en de wolken.

27 februari 2009


zilveren ovaal

Msasani Bay

zilveren-ovaal-klein

Zo heb ik het nog nooit gezien. Spiegelglad. Zelfs rimpelingen ontbreken. De horizon onzichtbaar tussen zee en lucht. En in die lichtblauwe leegte, om dit alles te contrasteren, twee boten met bomende vissers. De ochtendzon op hun shirts. Zij vallen samen met de baai: samen met de baai vormen zij de achtergrond. De achtergrond voor wat? Voor een plotselinge beweging op de voorgrond. Een school glinsterende visjes springt op: een schitterend contrast in al die roerloosheid. Ovale rimpelingen in het water, zilveren parabool in de lucht.

 

19 februari 2009


Pijnboompitten uit Nederland

02|04|2009 11:16

Jemig, wat is dit een lekkere salade!
De pijnboompitten doen het ‘m.
Waar heb je die op de kop getikt?
In Nederland.
In Nederland??
Ja, ik neem altijd tassenvol eten mee. Straks komt de gerookte zalm!

In Dar es Salaam zit ik in een boekenclub. Om de maand organiseert een van de boekenmeisjes een lunch met alles erop en eraan. Fantastische gerechten met verse tonijn, Libanese hapjes, delicate soepen en geflambeerde desserts. Anders dan de literatuurbijeenkomsten die ik hiervoor kende – elkaar in rokerige cafés of op nachtelijke stranden bedwelmen met poëzie, citaten en Guust Flater – maar niet verkeerd.

Toen ik aan de beurt was, stond ik uiteraard voor de taak om zelf met iets speciaals voor de dag te komen. Ik had geen producten meegenomen uit Europa en moest dus iets in elkaar flansen met de ingrediënten die hier voorhanden zijn. Dat ging prima. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje belachelijk om lekkernijen mee te nemen uit Nederland. We wonen nu eenmaal in Afrika en hier is nu eenmaal minder te krijgen. Je kunt toch niet voor een heel jaar lekkernijen inslaan? En wat is de volgende stap? Afwasborsteltjes importeren? IKEA-meubels?

Aan de andere kant neem ik zelf jaarlijks veertig kilo Nederlandstalige boeken mee. Schoenen voor de hele familie. Zachte tandenborstels. Zákken zwartwitbollen. Wat is het verschil? Zelf beperk ik me toch ook niet tot wat hier aan literatuur te lezen is? Het was duidelijk: mijn vooroordelen moesten overboord. Het roer moest om.

Een paar maanden na de lekkere salade was mijn man voor zijn werk in Rome.
Moet ik nog wat meenemen?, vroeg hij.
Ja graag. Pijnboompitten. En wat gerookte zalm.


disney

Msasani Bay

disneywolken-goed1

Vandaag gaat alle attentie naar de wolken. Ze zijn zo groots dat de rest van de baai erbij in het niet valt. Het is alsof Walt Disney ze met een fijne penseel en alleen de allerzachtste pastelkleuren op film heeft gezet. Een achtergrond zo zoet en zacht dat hij zich desondanks naar de voorgrond dringt. Een veelheid van vormen. Rond, compact, langgerekt, vervliegend, scherp begrensd, zacht afgerond. Poeder, dons, schuim. En de kleuren. Wit dekt de lading niet. Tientallen witten, gelen, grijzen en alles ertussenin. Dan: de combinatie van vormen. Een ‘witte’ hoge wolk met een kilometerslange dunne ‘grijze’ horizontale wolk ervoor. Boven het grijs is de wolk wit, onder het grijs zijdegeel. Zou een fotograaf dit kunnen vastleggen? Een schilder? Hulpeloos zijn we.

 

16 februari 2009


ervaren

Msasani Bay

Arnon Grunberg beargumenteerde eens in de NRC wat de hoogste kunstvorm was. Ik kan me zijn conclusie niet meer herinneren. Is fotograferen meer dan schrijven omdat je het daadwerkelijk kunt laten zien? Is filmen meer dan fotograferen omdat je ook geluiden kunt laten horen? Is schrijven meer dan filmen omdat je om schrift te lezen geen projector nodig hebt? Omdat kleitabletten en stenen tafelen beter bestand zijn tegen de tand des tijds dan celluloid?

De hoogste kunst is kijken. Dit moet je zien, meemaken, ervaren. Een cameraman zou kunnen laten zien wat ik zie. Het grotere geheel, de details, de kleuren, vissers vogels wolken. Woorden zijn beperkt. Ik kan alleen opschrijven wat de cameraman ons moet laten zien, wat jullie zelf hier zouden moeten komen zien.

Maar de zilte zeelucht kan de cameraman niet vastleggen. Hij kan je het briesje niet doen voelen. De zon ook niet, het zand tussen je tenen, de haren in je gezicht. De hoogste kunst is ervaren.

 

vrijdag 13 februari 2009, noen


kijken

Msasani Bay

Soms moet je niet schrijven maar gewoon kijken.

 

13 februari 2009, ochtend 


schuchtere jongens

Msasani Bay

Ontspannen gesnorkeld in Msasani Bay, op een paar honderd meter van het strand van de Yacht Club. Veel geel-met-zwart-gestreepte visjes, alsof ze net ontsnapt waren uit de gevangenis. Ze waren erg nieuwsgierig. Ze zwommen om me heen alsof het jaren geleden was dat ze voor het laatst een mens hadden gezien.

Was het maar zo. Ik was niet de enige op zee. Meer →


Niet toeteren maar foeteren

27|03|2009 09:09

Tanzaniaan fietst over snelweg
UTRECHT – Een 33-jarige student diergeneeskunde uit Tanzania dacht woensdagmiddag op zijn mountainbike een stukje te kunnen afsnijden via de snelweg. Onderweg van zijn huis in Utrecht naar de universiteit op De Uithof werd hij door de politie van de A27 geplukt. Tussen het langsrazende verkeer viel de Tanzaniaan met zijn wollen muts en handschoenen op de vluchtstrook snel op. Volgens de man is fietsen op de vluchtstrook in zijn eigen land heel normaal.
Bron:
Algemeen Dagblad, 4 januari 2007.

Inderdaad. Het is in Tanzania volkomen normaal om op de snelweg te fietsen. Dar es Salaam kent nauwelijks fietspaden, dus fietsers, guta’s (bakfietsen) en handkarren rijden gewoon over de weg. Ik vind het wel charmant, maar de olie moet wel heel erg pieken wil ik op de snelweg gaan fietsen.

Onder expats, emigranten, backpackers en toeristen is het gebruikelijk om te stellen dat de Afrikaanse rijstijl chaotisch en agressief is. Ik ben het hier niet mee eens.

Goed, als je wilt invoegen in een file moet je wel assertief zijn en je neus erin drukken, maar dan laat iedereen je ook voor. Ook als je zelf geen opening creëert, zijn er altijd automobilisten die een gaatje voor je maken. Ze knipperen met hun koplampen als teken dat je kunt – of soms als teken dat zíj willen, of soms als teken dat ze nu gáán. Toegegeven, dat kan verwarrend zijn, maar in de praktijk werkt het voortreffelijk.

Elke vorm van revolutie is de Tanzaniaan vreemd. Toeteren doen ze dan ook nauwelijks. Natuurlijk is er wel eens een claxon te horen, maar incidenteel. Een Tanzaniaanse toeter heeft bovendien een andere betekenis dan een Nederlandse. Niet: Rij door klootzak! of Doe normaal eikel!, maar: Pas op! Ik kom eraan! Tanzanianen toeteren als ze je tegen zichzelf willen beschermen. Bijvoorbeeld: iemand staat op het punt om je in te halen en geeft een korte hoot om je te waarschuwen, want hij ziet dat vóór jou een daladala stopt, een openbaar minibusje, en begrijpt dat jij dus naar zijn baan wilt uitwijken. Zo beleefd! Dank je wel!

Geintje? Of zou het echt verboden zijn? Muurschildering in Kigamboni, Dar es Salaam.

Geintje? Of zou toeteren echt verboden zijn? Muurschildering in Kigamboni, Dar es Salaam.

In feite toeteren Tanzanianen dus als ze je van achteren naderen en knipperen ze als ze je van voren naderen. Ze toeteren alleen als knipperen niet werkt. Slim, want knipperen is duidelijker dan toeteren. Een toeter kan van elke auto komen, bij een knipper zie je van welke auto hij komt. Knipperen is ook vriendelijker. Toch toeter ik zelf eerder dan dat ik knipper. Die toeter zit zo lekker vindbaar op het stuur: je hebt hem meteen te pakken. Met dat licht is het toch altijd een beetje tasten onder het dashboard, en het is altijd even nadenken of je de lichtschakelaar moet kantelen (en dan naar welke kant) of naar je toe moet trekken. Mijn oplossing: op het stuur twee knoppen, één voor de toeter en één voor een korte knipper met het licht.

Erger ik me dan nergens aan? Jawel. De roekeloosheid van de langeafstandbussen buiten de bebouwde kom. En de irritante gewoonte van Tanzanianen om eerst af te remmen en dan pas het knipperlicht aan te zetten. Dat veroorzaakt veel bijna-ongelukken en ongetwijfeld ook veel echte, omdat er in Tanzania geen uitvoegstroken zijn. Zomaar afremmen op de snelweg dus, of wat daar voor doorgaat. Mijn Nederlandse neiging om in zo’n geval voluit te toeteren bedwing ik, maar ik zit soms wel te foeteren. Niet toeteren maar foeteren – een aardige kreet voor Veilig Verkeer Nederland.

In Zambia ergerde ik me mateloos aan de stand van de koplampen. De koplampen zijn niet naar het wegdek gericht, maar schijnen recht de nacht in. Kennelijk denkt men dat dat de juiste afstelling is. Als zo’n auto je nadert voel je je net een konijn in het licht van een schijnwerper. Je ziet niets meer, het enige wat je kunt doen is eindeloos knipperen met je groot licht en ondertussen proberen op de weg te blijven. Ik bedacht – het is de technisch schrijver in me – dat ik een duidelijke gebruiksinstructie met pictogrammen zou moeten maken en deze zou moeten distribueren over de garages in Lusaka:

auto-voor-weblog2


Twee watersystemen

25|03|2009 13:48

Dus als ik het goed begrijp hebben we 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje?

Een huis met 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje.

– Schat, kun je het me nog één keer uitleggen?
– Okee. Er zijn twee watersystemen.
– Ja.
– Stadswater en grondwater.
– Ja.
– Standaard loopt het stadswater naar de onderste tank. Als de waterpomp aan staat, wordt het water van de onderste tank in de bovenste tank gepompt. In de bovenste tank kan 1000 liter water, dus als er geen stroom is heb je nog 1000 liter water die met de zwaartekracht het huis in kan vallen.
– Waar zit die waterpomp?
– Het is het middelste knopje van de drie knopjes bij de veranda.
– En die knopjes achterin de tuin dan?
– Een daarvan is van de stadswaterpomp en twee zijn van de grondwaterpomp.
– Wat doet de stadswaterpomp?
Echtgenoot draait zich naar de westelijke muur van ons plot.
– Daar bij de tuinmuur komt het stadswater ons plot op, maar we zitten aan het eind van een pijp dus er is te weinig waterdruk om het water bij de onderste tank te laten komen. De stadswaterpomp pompt het water van de tuinmuur naar de onderste tank.
– En de grondwaterpompen?
Echtgenoot draait zich naar de stellage van de borehole.
– Die zitten daar. Eén pomp is een waterdrukpomp en de andere pomp pompt het water op uit de grond naar de grondwatertank.
– Welk knopje is wat?
– Dat weet ik niet.
– Okee, en als er geen stadswater is?
– Dan zet je de stadswaterpomp uit en de pompen van het grondwater aan en dan open je DIT cruciale kraantje (echtgenoot slaat wat lang gras opzij en ontbloot zo een onopvallend rood wieltje ergens in de tuin). Dan stroomt het grondwater in de lage tank en als de waterpomp aan staat daarna in de hoge tank. Dus dan heb je grondwater in plaats van stadswater in huis.
– Dus we hebben 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 4 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje?
– Ja. Fluitje van een cent!

Het is mei 2006. We wonen net een paar weken in ons nieuwe huis in Dar es Salaam. Met dit huis zijn we buitengewoon in onze nopjes. Het is net gerenoveerd, dus we verwachten in een goedwerkend, tiptop huis te komen. De tuin is nog niet aangelegd, maar voor ons geestesoog zien we hoe het gaat worden.

De tweede week in ons nieuwe huis moet echtgenoot op field trip. Vlak voor vertrek legt hij nog één keer uit hoe het watersysteem werkt. Met enige tegenzin luister ik naar zijn uitleg. Ik wil eigenlijk niets weten over het watersysteem, ik wil gewoon water, klaar.

Het kwartje valt: geen elektriciteit = geen water

Als echtgenoot twee dagen weg is valt de elektriciteit uit. Tot mijn verrassing komt er die avond geen water uit de kraan. In eerste instantie begrijp ik het niet, maar het kwartje valt snel. Geen elektriciteit = geen water. Althans, geen elektriciteit = nog maar 1000 liter water. Vandaag hebben we een wasje gedaan en het huis schoongemaakt en de mannen in de tuin hebben het nieuwe gras besproeid en daarna allemaal gedoucht, dus rang, daar gaat je 1000 liter. Gelukkig ken ik de overbuurvrouw. Ik mag met mijn twee zieke kinderen bij haar komen douchen.

’s Nachts komt de stroom terug, maar ik heb de waterpomp uitgezet voor de nacht – hij zit naast mijn slaapkamerraam en maakt lawaai – en dus heb ik de volgende ochtend nog steeds geen water. !#$%$#! Ik voel me een uil, maar laat me niet kisten. Ik zet de waterpomp aan, maar om zeven uur ’s morgens valt de stroom weer uit. Je kunt de klok erop gelijk zetten. Met de kruiwagen breng ik mijn vuile was naar de overbuurvrouw.

Als de stroom ’s avonds terugkomt zet ik de waterpomp aan. De volgende ochtend heb ik eindelijk weer water. Opluchting! Helaas is het halverwege de middag op. Ik had niet gemerkt dat de elektriciteit opnieuw was uitgevallen en had de tuinlieden dus niet gemaand om niet te sproeien.

Oplettende lezertjes zullen opmerken dat er toch een reservewatersysteem was. Jawel, maar ook de pompen van het reservesysteem werken op elektriciteit. De meest oplettende lezertjes zullen opmerken dat de bovenste tank weliswaar leeg was, maar dat er toch ook water zit in de onderste tank? Inderdaad! Pas na maanden in ons huis kwam ik tot dat inzicht. Vanaf dat moment werd ons leven makkelijker. Als de stroom nu uitvalt en de bovenste tank leeg is, halen we met emmers water uit de onderste tank. Een prima oplossing. Inmiddels kan ik me volledig wassen met een emmer water en een teiltje. Eigenlijk zou ik er een instructiefilmpje van moeten maken: hoe uzelf te wassen met één emmer water en een teiltje. Deel 1 in een reeks korte filmpjes: Het Goede Leven in Afrika.