Recente stukjes

Het stroomschema | Hoe ik een fundi werd

12|06|2009 13:25

I don’t have power, I don’t have water, my phone is not working, my internet is not working, the generator is out of order and the fundis drive me crazy.
Welcome in Dar.
How do you cope with these things?
You have to become a fundi.
But… but… but I don’t want to become a fundi!

Een fundi is een handwerksman. Fundi’s zijn er in alle soorten en maten. Een timmerman is een fundi seremala oftewel een houtmaakfundi, een elektricien is een fundi umeme ofwel een elektriciteitsfundi en een loodgieter is een fundi bomba ofwel een waterleidingfundi. Andere fundi’s zijn gespecialiseerd in bijvoorbeeld wasmachines of generatoren. (Oplettende letterkundigen kunnen uit deze opsomming afleiden dat Swahili een taal is die gaat volgens de Left-hand Head Rule, net als het Frans, maar dit terzijde.)

Vooral waterfundi’s hebben we veel gezien. Ons nieuwe huis bleek nogal wat watergebreken te hebben. Alle wc’s lekten, naar later bleek omdat ze los op de tegels stonden. Alleen met stopkit waren ze aan de ondergrond bevestigd. Het bad lekte ook, evenals het aanrecht. In het tuinhuis kwam de afvoer van de wc via een ingenieus systeem in de douche terecht. In de badkamer van de logeerkamer zat een billendouche – of hoe heet zo’n ding – waarvan het kraantje aan de andere kant van de muur zat. Aan de buitenkant. Je ziet al voor je hoe iemand met de broek op de knieën het hele huis doorloopt, de buitendeur opent, naar buiten stapt,om het huis loopt, het kraantje van de billendouche aanzet, omkeert, de hele weg in omgekeerde richting aflegt om uiteindelijk weer plaats te nemen op het toilet om zijn billen te douchen. Je verzint het niet.
Nog een voorbeeld: de ligbaden in de badkamers waren zó geplaatst dat het laatste restje badwater niet weg kon lopen: de gootjes lagen hoger dan de rest van het bad. Achteraf bleek dit juist handig: zo hadden we altijd een restje water in huis bij waterstoringen.

En die waterstoringen waren er veel. Soms omdat de hele stad geen water had, soms omdat er geen elektriciteit was, maar meestal omdat er iets was uitgeschakeld dat ingeschakeld moest zijn. Inmiddels wonen we drie jaar in dit huis en hebben we voor vrijwel alle waterstoringen een verklaring gevonden. Op een gegeven moment denk je alle mogelijke oorzaken wel te kennen, maar dan blijkt er toch weer ergens een cruciaal nippeltje te zitten dat ingedrukt moet zijn maar uitgedrukt was.

Om de oorzaak van een waterstoring te achterhalen, loop ik in gedachten altijd een soort stroomschema af. De technisch schrijver in mij verlangt dat ik dit virtuele stroomschema op papier zet. Geniet even mee en bedenk hoe heerlijk het is als er altijd water uit de kraan komt. Meer →


wat denkt Benedicte?

Msasani Bay

– Dus jij schrijft elke dag een stukje over Msasani Bay?
– Een paar keer per week.
– Maar hoe kun je daar nu elke dag iets over schrijven?
– Dat is de uitdaging!
– Maar het is altijd hetzelfde!
– Ho ho, nu moet je oppassen.
– Vandaag is het in elk geval precies hetzelfde als gisteren.
– Nee hoor. Vandaag is het water veel lager dan gisteren. En de wolken zijn anders. En zie je die dragonflies? De lucht is vol dragonflies. Alleen in dit seizoen: geniet er maar van!
Dragonflies zijn voor mij dudu’s.

Dudu is Swahili voor insekt.

 

23 april 2009


vlinder

Msasani Bay

Ik dacht eerst dat het een dragonfly was, een glazenwasser. Soms is de lucht bij Msasani Beach vol glazenwassers. Toen dacht ik dat het een grote vliegende mier was omdat hij zo onhandig fladderde. Maar het was een vlinder. Op elk van zijn zwarte vleugels een witte cirkel. De witte lichtjes tinkelden om me heen, aan uit, aan uit, als zilveren bungelende balletjes, en toen klapwiekten ze in de richting van de frangipani, waar ze verdwenen tussen de witte bloemen. Betovering verbroken.

 

30 maart 2009


het strandje

Msasani Bay

Het schiereiland van Msasani. Je reinste Albert Cuyp.

Het schiereiland van Msasani gezien vanaf Msasani Beach. Je reinste Albert Cuyp.

Ik sta op het wad. De meeste van deze stukjes schrijf ik vanaf Msasani Beach, althans vanaf de onverharde weg die parallel aan het strand loopt. Soms steek ik de twintig meter begroeiing over naar het strandje, voortdurend om mij heen kijkend want Msasani Beach is notoir gevaarlijk. Al twee keer kwam er iemand naar me toe om me te waarschuwen: één keer een expat en één keer een tandeloze oude Tanzaniaan. Het is dus een soort overwinning op mezelf om hier op het wad te staan, een stapje dichter bij de vissers en de vogels.

 

26 maart 2009


lichte cirkel

Msasani Bay

Onder de grote baobab ligt een boomstronk van een meter lang. In Afrika is een boomstronk nooit zomaar een boomstronk. Het kan een markering voor een verkeersdrempel zijn, een bushalte, een zitje en nog veel meer.

Deze boomstronk is een zitje. Vandaag zit er een man op, keurig gekleed in een diepblauw emsemble met zilver borduurwerk aan de voorkant. Op zijn hoofd heeft hij een crèmekleurig afgeplat kokerhoedje. Naast hem ligt een plastic zak.

Wat hij daar doet? Niets. Hij zit. Hij zal wel wachten. We weten het niet. Hij staat in zijn standby.

Het begint te regenen. De man reageert niet. Het zand onder de boom verandert in een lichte cirkel. En daar zit hij in.

 

25 maart 2009


de telefoon

Msasani Bay

Op woensdag 22 april om 11.55 uur schreef ik een stukje over Msasani Bay. Het ging over een voetbalveldje aan zee. Ik schreef mijn stukje in mijn auto, die geparkeerd stond in de schaduw van de tweede baobab van Msasani Beach. Het raam was geopend. Ik keek, ik schreef, ik keek, ik schreef. Plotseling voelde ik een hand over mijn handen op de mobiele telefoon. Mijn mooie Nokia Communicator met toetsenbord, internet en e-mail. Ik keek op en zag in het geopende raampje een groot zwart gezicht dat verwrongen was van krachtinspanning. Hij trok, ik hield vast. Hij gaf een enorme ruk, mijn arm sloeg tegen het portier en ik moest loslaten. De man draaide zich om en liep rustig weg in de richting van het strand van de vismarkt. Hij droeg een rood T-shirt. Een man met een wit T-shirt voegde zich bij hem, met een even kalme tred.

Mijn eerste emotie, al tijdens de worsteling, was die verbazing en interesse. Warempel, het gebeurt dus echt, het is geen urban legend, het gebeurt nu met mij, zo gaat dat dus! De tweede emotie was een aarzeling tussen berusting en haast. De haast won. Onder de eerste baobab stonden een paar Tanzanianen. Terwijl ik uitstapte riep ik: – HEEEEELP! HE’S STEALING MY PHONE! GET HIM! THE ONE IN THE RED T-SHIRT! HEEEEEELP! THEFT! HE’S STEALING MY PHONE!

Dit had geen enkele uitwerking op de Tanzanianen onder de eerste baobab. Ze keken mijn richting uit, dat was alles. Meer →


wat denkt de visser (2)

Msasani Bay

In de zon naast de grote baobab ligt een wit zeil te drogen in de zon. Onder de baobab ligt een man in de schaduw. Hij ligt op zijn rug, met zijn bovenlijf ontbloot, de handen gevouwen op de borst, voeten op het gras en knieën gepunt in de lucht. Zijn voeten zijn gericht naar de zee. Kijk. Het begin van een antwoord op de vraag wat de visser denkt. Of het nu een visser is of een zeilmaker, of hij nu denkt aan zijn zere tenen of aan de magen die hij moet vullen, hij gaat niet met zijn achterhoofd naar dit landschap liggen. Hij is zich bewust.

Op de boom staat graffiti. Iemand heeft op de bast een witte laag geschilderd en daarop staan rode en kobaltblauwe letters en tekens. Dat is zo mooi aan Afrika, dat een boom een billboard kan zijn.

Even verderop, onder de tweede baobab, ligt nog een man in de schaduw. Met zijn achterhoofd naar het water gericht.
Een theorie is er om onmiddellijk weer overboord te gooien.

 

18 maart 2009


Tips voor stroomstoringen

22|04|2009 09:28

– I just spent 30 hours without electricity.
– How do you cope?
– You cope. 

De mens is een flexibel wezen. Alles went, ook leven zonder stroom. Het zijn dan ook niet de stroomstoringen die mij dwarszitten aan Afrika, maar andere dingen. Ik aarzel een beetje om het over die ‘andere dingen’ te hebben want ik ben een mooi-weer-schrijver. 

So how do you cope? Je copet. Of liever gezegd: je koopt. Je koopt apparaten die de stroomstoringen verlichten. Slimme ondernemers weten precies waar consumenten in elektriciteitsluwe gebieden om zitten te springen. Een paar tips:

  • Koop een laptop. Met een laptop kun je ook werken als de stroom is uitgevallen. Drie of vier uur per dag kunnen werken is een verschil van 25 procent: kies dus een laptop met een lange standbytijd.
  • Als je geen laptop wilt, koop dan in elk geval een UPS. Met een UPS heb je net genoeg tijd om de computer goed af te sluiten als de stroom uitvalt.
  • Kies een internet provider met een modem die zijn voeding uit de laptop haalt. Op die manier kun je blijven internetten als de stroom uitvalt. Kies ook een externe harddisk die zijn voeding uit de laptop haalt.
  • Koop een fornuis met twee pitten op elektriciteit en twee pitten op gas. Dit soort fornuizen kun je in elk elektriciteitsluw gebied aanschaffen. In sommige landen zijn ook gasovens en zelfs koelkasten op gas te koop.
  • Een koelkast kan zonder problemen twaalf uur zonder stroom, ook in tropische klimaten. Alles blijft goed. De vriezer kan ook twaalf uur zonder stroom, mits je hem niet opent. Zelfs het kleinste kiertje is funest: dan zet de dooi in.
  • Investeer in een goede inverter. Een inverter is een soort oplaadbare batterij. Als er stroom is laadt hij op en als de stroom uitvalt kun je er elektrische apparatuur op aansluiten, bijvoorbeeld lichten, koelkasten en fans. Om een inverter op te laden heb je overigens wel een bepaald aantal uur stroom per etmaal nodig.
  • Als je veel apparaten op oplaadbare batterijen hebt, koop dan een paar extra opladers om parallel te kunnen opladen.
  • Koop een paar olielampen
  • Koop een tafellamp op zonne-energie. Handig als je kinderen graag met een nachtlampje slapen. Het voorkomt dat ze midden in de nacht schreeuwend van angst wakker worden omdat het plotseling aardedonker is in hun kamer.
  • Kies een huis met grote ramen zodat je ook tijdens de schemering kunt zien. Rond etenstijd is het in onze keuken in Tanzania al zo donker dat we alleen handen voor ogen kunnen onderscheiden.
  • Koop een ouderwetse cafetière. In Tanzania 60 dollar, bij IKEA 10 euro.
  • Koop een mechanische vruchtenpers. Voor tropisch Afrika is roestvrij staal een aanrader. Een mechanische broodrooster bestaat helaas niet.
  • Koop scheermesjes. Een man in Afrika scheert zich met scheermesjes.
  • Koop een hoofdzaklamp. Handig als je in het donker de olielamp moet zoeken.
  • Een generator is handig maar prijzig in het gebruik. Het kost minimaal 5 dollar om een kleine generator een uur te laten draaien. Goedkope generatoren maken veel lawaai en stinken. Dure generatoren zijn duur.
  • Zonnepanelen zijn nog vrij duur. De investering loont alleen als je ergens jarenlang denkt te gaan wonen. In het buitenland schijnen al verhuisbare zonnepanelen te koop te zijn. Een ideale oplossing!
  • Kies een mobiele telefoon met een gigantische batterijcapaciteit. De ideale mobiele telefoon voor Afrika is een opwindbare telefoon of een telefoon met een zonnepaneeltje. En is er al een slimme ondernemer die voor Afrika mobieltjes met een ingebouwde zaklamp heeft ontwikkeld…?


Leven in een elektriciteitsluw land

16|04|2009 08:33

– Doen jullie vanavond mee aan Earth Hour?
– Earth hour?
– Ja, dat alle lampen een uur uitgaan?
– Earth Day zul je bedoelen.
– Earth Day?
– Ja, ik zit al de hele dag zonder stroom.
– Ha ha ha!
– Dus ik zal wel moeten meedoen, vrees ik, of ik nu wil of niet.

In Dar es Salaam duurde Earth Hour ongeveer dertig uur. Het was niet eerder voorgekomen dat we zo lang zonder stroom zaten. Rond elf uur ’s morgens was ze al uitgevallen. Meestal komt de elektriciteit rond zes uur ’s avonds weer terug, maar in de straat om de hoek was een houten elektriciteitspaal omgevallen en zo kwam het dat onze buurt voor het eerst in drie jaar een hele nacht zonder stroom zat. Pas de volgende middag floepten de lampen weer aan.

Ook in een ander opzicht is het Tanzaniaanse Earth Hour niet te vergelijken met het mondiale Uur Aarde. In Sydney, Being, Parijs, Londen en New York gingen alleen de lichtschakelaars van de landmarks om; in Dar es Salaam viel het hele elektriciteitsnet uit. Stoplichten en straatverlichting, kassa’s en koelingen, airconditionings en boilers, modems en computers. Maar in Tanzania is men voorbereid op stroomuitval.

Stroomrantsoenering

In 2006 kampte Tanzania met stroomrantsoenering. Eerst hadden de waterkrachtcentrales onvoldoende water voor stroomopwekking en hadden we nog maar twee dagen in de week stroom. Toen ontplofte er een dieselgenerator in Dar es Salaam en hadden we nog maar één dag in de week stroom. Elke ochtend om 07.00 uur ging in heel Tanzania het licht uit. Heel Tanzania? Heel Tanzania. Het moet een indrukwekkend schouwspel zijn geweest vanuit de ruimte: alsof iemand aan het koordje van een kosmisch peertje trok. Floep. Tienduizenden lampen, koelkasten, televisies en radio’s sloegen tegelijk af. Om 19.00 uur kwam de stroom weer terug. In principe was er ‘s nachts elektriciteit, maar als de maan vol was, vond de man van het elektriciteitsbedrijf dat het buiten voldoende licht was en ging de schakelaar alsnog om. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat er ’s nachts een wolk voor de volle maan schoof en dat toen meteen de stroom weer werd ingeschakeld. Het gaf me het gevoel alsof ik meespeelde in The Truman Show. Heel bevreemdend.

Je kunt je vantevoren geen inschatting maken van het effect van continue stroomstoringen: maatschappelijk, financieel, sociaal en psychologisch. Een uur zonder stroom is avontuurlijk, een week zonder stroom is behelpen, een maand zonder stroom is afzien. Tanzania zat zeven maanden zonder stroom. De meeste commerciële instellingen in Tanzania hebben een generator, maar de dieselkosten drukten zwaar op de winst. Een luxehotel in Dar es Salaam moest maandelijks tienduizenden dollars aan diesel uitgeven om het hotel draaiende te houden. Kleine ondernemers zonder generator zagen zich gedwongen om ’s nachts te werken, wanneer er wel elektriciteit was. Een onverwacht sociaal gevolg was dan ook dat mensen vermoeid waren. De timmerman moest immers ’s nachts werken, maar overdag orders aannemen en meubels afleveren.

Rotterdam

Toch is Tanzania beter voorbereid op stroomstoringen dan Nederland. In december 2002 had ik het voorrecht om een stroomstoring in Rotterdam mee te maken. Het was fascinerend om te zien hoezeer wij in Nederland afhankelijk zijn geworden van elektriciteit. Het verkeer was een chaos omdat de stoplichten niet werkten. In de tunnel onder de Maas kwam een metro tot stilstand. De Albert Heijn was donker en dicht: de elektrische kassa’s en de koelingen deden het niet meer. Ook andere winkels waren gesloten, maar de deuren bleven open staan – dat krijg je met elektrische deuren. Noodgedwongen zaten winkeljongens en -meisjes in de deuropeningen te blauwbekken om de winkels te bewaken. Het kantoorpersoneel bleef braaf wachten tot de stroom terugkwam, maar om vier uur vonden ze het mooi geweest en verlieten ze allemaal tegelijk hun werk. Een ongelooflijk effect: het hele stadscentrum kwam tot stilstand. Een vriend die in een moderne flat aan de rand van de stad woonde, meldde al na een paar uur dat hij geen water meer had. Hij woont bovenin: het water wordt met elektrisch pompen naar boven gepompt. Zijn lift was ook buiten werking. Het zet je wel aan het denken: vooral dat je al meteen geen eten meer kunt kopen.

Dat zal in Tanzania niet gebeuren. Om te beginnen hebben de meeste supermarkten hier een generator. Ook de kleine winkeltjes langs de kant van de weg, de duka’s, kunnen openblijven: daglicht is voldoende aanwezig en afrekenen gaat met een ouderwetse rekenmachine. Deze duka’s verkopen alle basisbehoeften, van drinkwater en rijst tot groenten en fruit. Trams en metro’s zijn er niet. Een beetje serieus gebouw heeft een watertank op het dak, zodat de bewoners ook zonder stroom nog een tijdje water hebben. En de politie weet precies op welke tijd ze bij welk kruispunt moet staan om de verkeerschaos in goede banen te leiden. Sinds kort zijn er zelfs stoplichten op zonne-energie.

Momenten van grom

Went het dan, stroomstoringen? Aan de ene kant wel. In Afrika kijkt niemand op van stroomuitval en stroomfluctuaties. Je kunt je aanpassen aan stroomstoringen. De mens is een flexibel wezen. Ik kook op een fornuis dat zowel kookplaten als gaspitten heeft. In de voorraadkamer staan tien olielampen, genoeg om een feestje mee te verlichten. Op het aanrecht ligt een zaklamp grijpklaar en onze kinderen hebben elk een nachtlamp op zonne-energie. In de tuin staat een hoge stellage met een watertank erop, zodat we ook zonder elektriciteit nog een tijdje water in huis hebben. Bovendien heeft het wel wat om in bad te gaan bij kaarslicht. Of, als het reservewater op is, om je te wassen bij kaarslicht met water uit een emmer. Het goede leven in Afrika.

Aan de andere kant heeft iedereen wel eens momenten van grom. De mens is een flexibel wezen, maar het aantal keer dat ik zonder resultaat op een lichtschakelaar drukte, is ontelbaar. Het gebeurt me ook regelmatig dat ik de waterkoker aanzet en me na vijf minuten verbaasd afvraag waarom het water nog niet heeft gekookt. O ja, geen stroom. Frustrerend wordt het als ik echt een e-mail moet versturen. Als ik ’s nachts moet doorwerken omdat ik overdag geen elektriciteit had. Als de stroom nét uitvalt voordat je favoriete voetbalclub op de televisie komt. Als ik een mooie ovenschotel heb gemaakt en er tien vrienden in de tuin zitten die ik niet te eten kan geven. Ik denk dan aan het gezicht van DeMesmaeker die tevergeefs het kantoor van Uitgeverij Dupuis probeert te bereiken. Raaaaah!

Dat is ook het mooie van Earth Hour: het is gepland. Van te voren wéten wanneer de stroom uitvalt, heerlijk lijkt me dat. Zodat je net op tijd dat ene cruciale e-mailtje kunt versturen. En vooral dat de stroom na precies een uur weer terugkomt. Zo zouden we het vaker moeten doen, Earth Hour. 


gezicht op dar es salaam

Msasani Bay

Ochtendgloren. Stilte. Het landschap ligt zomaar te liggen. Een stilleven ontplooit zich.

De wolken, de driehoekige zeilen van de dhows, de aanblik van het schiereiland, de uitgestrektheid van het landschap… Op de een of andere manier doet het me ergens aan denken. Plotseling weet ik het. De Hollandse landschapstekeningen! Hier ligt het: het bestáát! De zeilschepen liggen niet meer voor de rede van Dordrecht, maar voor de rede van Dar es Salaam.

Thuisgekomen meteen Land en water erbij gepakt, een boek met zeventiende-eeuwse landschapstekeningen van Hollandse schilders. Jawel hoor. Wat ik hier elke ochtend voor me zie is je reinste Aelbert Cuyp. Dat gerommel rond het water, die zeilen, peddels, sloepen en rechtopstaande stokken met visnetten. Die vergezichten die net iets lichter zijn dan de voorgrond. Die hoge luchten, die ruimtelijkheid.

De tekening waar ik mijn ogen niet vanaf kan houden is een van Cuyps gezichten op Dordrecht. Een zeilschip zeilt over een spiegelgladde rivier met op de achtergrond links het stadje. De gelijkenis met mijn trimaran van 27 februari is groot. Die windstilheid! Die weidsheid! Die weerspiegeling in het water! Die stilte die van de tekening uitgaat. Ongelooflijk dat die Cuyp dat zo goed heeft weten vast te leggen. Het kan dus vastgelegd worden.

Msasani Bay verdient ook een landschapschilder.

 

16 maart 2009