Recente stukjes

Should I stay or should I go?

22|12|2013 22:26

– What’s so special about this place? Really, there is not that much. Okay, we have the blue sky, we have the sun, we have the sea, but apart from that? Nothing.

Wonderlijk maar waar: deze uitspraak komt van dezelfde vriendin die eerst zo enthousiast was over Dar. Haar enthousiasme over de stad die ze twee jaar eerder nog zo waardeerde, was omgeslagen in een allesomvattende frustratie. Ze was niet de eerste en ze is niet de enige. Alle expats in Dar kennen het Dar-dipje, maar meestal is zo’n inzinking van tijdelijke aard. Een gin tonic bij de Yacht Club is soms al voldoende om er bovenop te komen. Maar soms duren Dar-dipjes langer of volgen ze elkaar sneller op. De oorzaak varieert: het kan te maken hebben met onzekerheid over de toekomst, een onuitstaanbare baas, toestanden met de werkvergunning, toestanden met de huisbaas, toestanden met onbetrouwbaar huispersoneel of de onmogelijkheid om een betaalbare woning te vinden. Of dat alles tegelijkertijd – de bewuste vriendin scoorde 5 out of 6.

En zo komt voor alle expats op een gegeven moment de vraag: Should I stay or should I go?
Meestal is er één doorslaggevende reden om te blijven of te vertrekken. Het kan iets heel kleins zijn. Zo gaf een kennis ooit aan dat het tijd was om verder te trekken “omdat ik auto’s zie rijden waarvan ik de voor-vorige eigenaar ken.” Goed punt. Iemand anders bleef vanwege het internationale onderwijs. Ook een goed punt. Hier komen er nog een paar.

Waarom zou je blijven?

  • Omdat je in Dar es Salaam veel aardige, inspirerende mensen kent bij wie je je thuisvoelt en door wie je je gekend en gewaardeerd voelt,
  • Omdat het leven interessant en avontuurlijk is, never a dull moment,
  • Omdat je kinderen op een uitstekende internationale school zitten en omdat de onderwijsfilosofie achter PYP, MYP en DP je ontzettend aanspreekt,
  • Omdat je kinderen tweetalig zijn en geen enkel onderscheid maken tussen blank, bruin of zwart, noch naar nationaliteit, achtergrond of religie,
  • Omdat een reclameluw leven je buitengewoon bevalt,
  • Omdat je niet terug wilt naar een maatschappij waar de commercie regeert, met overal aanbiedingen, uitverkoop, kortingen, folders, advertenties, advertorials, 3 voor de prijs van 2,
  • Omdat je zulke ontzettend leuke leerlingen hebt en je ze stuk voor stuk graag naar een mooi eindexamen wilt begeleiden,
  • Omdat de Yacht Club nog steeds een van de allerfijnste plekjes ter wereld is, niet te evenaren, en je er dagelijks van kunt genieten,
  • Omdat het zo fijn is om dagelijks de horizon te kunnen zien, en de hoge luchten, en omdat het zo fijn is dat dat uitzicht niet wordt belemmerd door nare hoge gebouwen die dicht langs de weg staan,
  • Om de zee, de zon, de wolken, de maan, de sterren,
  • Om de goddelijke briesjes,
  • Om de stille, donkere silhouetten van de bomen tegen de avondlucht, die verloopt van diepblauw naar lichtgeel,
  • Omdat je graag ergens woont waar de nacht nog nacht is,
  • Omdat het in Dar es Salaam nog steeds stil is ‘s nachts, op de roep van de griel na,
  • Omdat het zo heerlijk is om ‘s morgens een kilometertje te kunnen zwemmen in een heldere zee met acceptabele temperatuur,
  • Omdat je nooit nooit nooit meer kunt leven zonder de kleuren, de geuren, het buitenleven, de altijd openstaande deuren,
  • Omdat het zo charmant is om ergens te wonen waar het gras langs de weg hoog en wuivend mag zijn en waar de bomen mogen groeien waar ze opkomen,
  • Omdat je niets, maar dan ook niets hebt met gemanicuurde gazons.

Dus waarom zou je in vredesnaam vertrekken?

  • Omdat je wel eens buiten wilt kunnen zitten zonder aangevallen te worden door tijgermuggen,
  • Omdat je graag meer wilt fietsen – de vrijheid, de beweging, de frisse lucht! – en dan graag over fietspaden en niet langs de snelweg,
  • Omdat je voor je kinderen een thuisland wilt waar ze iets kunnen opbouwen: waar ze later kunnen stemmen, een huis kunnen kopen, een goede baan kunnen vinden en hun kinderen naar een goede school kunnen sturen zonder daarvoor elk jaar een klein jaarsalaris neer te hoeven leggen,
  • Omdat Dar es Salaam steeds groter, vuiler en lelijker wordt,
  • Omdat de heggen verdwijnen en de bomen worden omgehakt en omdat er overal over de straten billboards worden gehangen met de omvang van een touringcar,
  • Omdat je niet meer kunt tegen de onverschilligheid, onwil en onkunde van de overheid en de corruptie van de politieagenten,
  • Omdat je zo verdrietig wordt van het afval langs de weg, van het dynamietvissen, de eindeloze kale gebieden met boomstronken, de aanleg van een haven in een ongerept getijdegebied,
  • Omdat je inziet dat de bevolkingsgroei zodanig is dat het in de toekomst alleen maar erger kan worden en niet beter,
  • Omdat het in feite maar zes maanden per jaar acceptabel weer is,
  • Omdat je dagelijks een auto ziet waarvan je de vorige eigenaar kent én de voor-vorige eigenaar,
  • Omdat je graag ziet dat je kinderen zich ontwikkelen tot onafhankelijke tieners, die zelf letterlijk hun weg kunnen vinden in het leven en niet altijd gebracht en gehaald hoeven te worden door pa en ma, of erger, de driver,
  • Omdat je al vijf jaar lang om half zes ‘s morgens opstaat en je er echt, echt, echt niet aan kunt wennen,
  • Omdat het aannemelijk is dat je vroeg of laat je huis wordt uitgezet en je liever zelf het paradijs verlaat dan dat je wacht totdat je eruit wordt gegooid.

Mijn vriendin, die veertien jaar in Afrika woonde en die gedacht had het continent nooit te zullen verlaten, is uiteindelijk vertrokken. De zon, de zee en de blauwe luchten wogen uiteindelijk niet op tegen een psychopathische huisbaas, een gestolen auto, de eindeloze processen om een werkvergunning verlengd te krijgen, de inkomensonzekerheid en, niet te vergeten, het verlangen om dichter bij haar ouders te wonen. Wat zal ik zeggen? Het is een proces.


Zanzibar

18|12|2013 16:55

Wegens een onvoorziene samenloop van omstandigheden bracht ik onlangs een weekend door op Zanzibar. Dat is geen straf: de aankomst in Stone Town is onvergetelijk en de tropische eilandjes voor de kust van Oost-Afrika zijn een en al palmen, witte stranden en helderblauwe zeeën.

Op zondag maakten we tochtje in een dhow, een traditioneel Arabisch schip dat in Oost-Afrika nog overal vaart. Eerst snorkelden we wat rond een rif in zee, toen zetten we koers naar een onbewoond eilandje. De enige voetstappen op het strand waren die van onszelf, het enige geluid dat we hoorden was het kabbelen van de zee. Het water was zo helder als mineraalwater, de lucht was blauw. Op het smetteloze strand vonden we enorme tropische schelpen, stuk voor stuk puntgaaf. Hier ga ik later wonen, zei Dochter.

Onbewoonde eilandjes voor de kust van Zanzibar, in Menaibaai

Het eilandje ligt in Menai Bay, een baai van grote ecologische waarde vanwege het koraal, de mangroven, de dolfijnen en de walvissen. Om die reden heeft de baai een beschermde status, maar desalniettemin wordt aan de overkant, op het vasteland van Tanzania, de komende jaren een enorme haven gebouwd. Weliswaar is dat 30 à 40 kilometer verderop, maar het zal toch gevolgen hebben voor het uitzicht en voor de kwaliteit van het zeewater. Nu al zagen we aan de horizon een groot vierkant silhouet van een containerschip, en aan de stranden van de Waddeneilanden is te zien wat er aanspoelt als er een scheepvaartroute langs een eiland loopt.

Dhow geankerd op het eiland

Dhow geankerd op het eiland

Eerder schreef ik al dat Tanzania zowel zacht als hard is. Op zo’n onbewoond eilandje voor de kust van Zanzibar is alles nog zacht. Het zachte bestaat uit de eilandjes, het rif, de authentieke dhows die daar al duizenden jaren varen, de hoge luchten en de stilte. Het harde zit ‘m in de haven die aangelegd wordt, in de wetenschap dat de horizon voller gaat worden en het water viezer, net als in Dar es Salaam. Het harde zit ‘m ook in de wetenschap dat alles met geld te maken heeft, van mijn eigen aanwezigheid hier tot de containerschepen in de verte en de dieselmotoren van de dhows. Toeristen wachten immers niet op het juiste getij en de juiste wind.

Maar misschien moet ik zo niet denken. Misschien moet ik zo veel mogelijk genieten van het zachte en jullie ook laten meegenieten. Laten we zeggen dat het glas halfvol is. Laten we dat gewoon zeggen.

Hier ga ik later wonen, zei Dochter. Deze Long-eyed ghost crab woont er echt.


Schildpadjes op South Beach

22|11|2013 11:01

Twee pasgeboren schildpadjes op weg naar zee | Dar es Salaam, augustus 2010

Als Expat in Afrika krijg je soms mooie berichtjes in je mailbox. Deze is van vanmorgen.

Hi all,

We have been informed of a turtle nest due to hatch on south beach tomorrow Saturday 23rd of November 2013.

Is anybody interested in coming on the hatching day trip? For those who are interested, we can meet at 12:30 at the Slipway (upper car park near Barclays Bank) and return you to Dar in the evening.

The cost as always is $50 per adult and $20 per child (12 or under), with 40% going directly to Sea Sense to support their turtle conservation projects.

Please get in touch if you want to book a place on the trip. Reply by email (by 5pm today evening latest) or phone (details below) with your Yes or No availability and with the numbers of people you want to join the trip.

Kind regards,
Shabbir

Authentic Tanzania
info@authentictanzania.com
www.authentictanzania.com

SeaSense brengt schildpaddennesten over naar een beschermd stuk strand op South Beach, vlakbij Ras Kutani. De rangers houden bij wanneer de schildpadjes ongeveer uitkomen, en als het zand boven een nest een beetje inzakt, weten ze dat de schildpadjes geboren zijn. Met de kinderen zijn we er al twee keer geweest. Steeds opnieuw een emotionele ervaring – kijk naar de documentaire Turtle en je begrijpt wat ik bedoel.

Net uitgekomen schildpadje zoekt zijn weg naar de zee | Dar es Salaam, augustus 2010

 


Je bent een expat in Afrika als…

19|11|2013 16:17

… Je je meer zorgen maakt over dengue dan over malaria,

… Je het verschil weet tussen een malariamug, een tijgermug en een gewone Culex,

… Je in één week wordt uitgenodigd voor Thanksgiving, Eid en Hanukkah,

… Je in een miljoenenstad woont en toch ‘s nachts de sterren kunt zien,

… Je helemaal uit je dak gaat als er ergens tweedehands IKEA-meubels te koop zijn,

… Je jezelf van top tot teen kunt wassen met een halve emmer water,

… Je met vier dagen shoppen inkopen kunt doen voor een heel jaar, voor de hele familie, inclusief tandenborstels, zwemkleren, schoeisel en cadeaus voor de decembermaand,

… Je niet meer opkijkt van een paar onbewoonde eilanden meer of minder,

… Je kerst niet met je familie kunt vieren omdat je geen warme kleren hebt.


5 tips om succesvol samen te leven in een expatgemeenschap

27|09|2013 11:57

Samenleven in een kleine gemeenschap kent zijn eigen sociale uitdagingen. Dit geldt voor elke kleine gemeenschap – denk aan het studentenhuis, het dorp, het reisgezelschap – en dus ook voor expat communities. Dit zijn een paar handige tips voor nieuwe expats, gebaseerd op jarenlange ervaring en diverse teleurstellingen.

1 Bescherm je vrienden tegen mogelijke jaloezie

Iedereen kent elkaar, dus als jij door X uitgenodigd wordt voor een drankje of feestje, kan het zijn dat Y niet is uitgenodigd. Om te voorkomen dat Y zich buitengesloten voelt, bestaat er de frase: I’ve got other plans.
Als in:
– Zullen we vanavond wat gaan drinken?
– I’ve got other plans.

Zeg niet: – Ik ga wat drinken met X, want dan voelt je vriendin zich buitengesloten.
Zeg ook niet: – Ik ga wat drinken met een vriendin, want het komt altijd uit dat je met X hebt afgesproken en je vriendin zal terecht denken: Hoezo ‘een vriendin’? Zeg toch gewoon dat je wat met X gaat drinken! Ik ken X toch? Probeer niet interessant te doen alsof je vriendinnen hebt die ik niet ken!
Zeg dus: – I’ve got other plans.

2 Roddel niet

Ik weet dat roddelen mensen dichter bij elkaar brengt en dat je soms gewoon iets moet delen, maar in een kleine gemeenschap waarin iedereen elkaar kent, leidt het tot trammelant en tierelier. Roddel dus niet. Vertel ook niet aan B dat je C niet zo aardig vindt. Het is niet onmogelijk dat B en C jarenlang samen in een lemen hutje in Mozambique hebben gewoond en hartsvrienden zijn. Als je je antipathie met iemand wilt delen, dan deel je het met je partner. En die roddelt ook niet.

3 Help elkaar! / Durf te vragen!

Een waardevol aspect van Het Goede Leven in Afrika is dat veel expats voor elkaar klaar staan. Dat is fijn, in een land waar je het moet zien te rooien zonder het gebruikelijke vangnet van familie, vrienden en de buren. Een zekere wederkerigheid is natuurlijk vereist – we kennen allemaal de mensen die alleen vragen en nooit geven. Het advies is dan ook: Help elkaar. Zeg ‘ja’ op verzoekjes, klein of groot. En durf te vragen. Zet je gêne opzij. Stuur gerust een massa-sms om te vragen of iemand een goede tandarts weet. Durf je was naar de buren te brengen als je wasmachine het niet doet. Vraag of je bij ze mag douchen. Ze zullen het begrijpen. They have been there.

4 Probeer mensen niet te claimen

Vriendin X mag dan jouw beste vriendin zijn, maar dat betekent niet dat ze niet mag afspreken met Y, die jij ook kent. Misschien gaan ze zelfs samen op vakantie, waarbij ze jouw collega Z ook nog eens meevragen. En dat mag. Dat is okee. Het geeft misschien even een wrang gevoel, ook omdat jullie kinderen elkaar allemaal kennen, maar slik het in, laat het van je afglijden, maak je niet druk. Je kunt niet met vier of vijf gezinnen op vakantie. Ergens moet je een grens trekken. En misschien zit er iets onschuldigs achter. Misschien gaat het uit van hun mannen, die wekelijks samen frisbeeën. En zijn jouw kinderen niet net iets jonger dan de andere zes? Maak je geen zorgen. Het komt goed.

5 Wacht

En als het niet goed komt, als er een kliekje ontstaat van drie of vier gezinnen die alles samendoen, laat ze. Wees blij voor ze dat ze elkaar hebben gevonden in den vreemde. Zie het positieve ervan in: jij hebt een gevarieerde vriendenkring, jij ziet elk weekend andere mensen in plaats van steeds dezelfde. En de dynamiek zal weer veranderen als een van de gezinnen vertrekt. Want dat is het mooie van Afrika: iedereen gaat altijd weer weg. Dus als er echt iemand is die het bloed onder je nagels vandaan treitert, heb geduld. Je hoeft het alleen maar uit te zitten.


Lifestyle

21|09|2013 10:42

Expats in Afrika hebben het vaak waarderend over hun lifestyle. Wat voor lifestyle bedoelen ze dan, en wat is er eigenlijk zo bijzonder aan? Ik heb daar lang over nagedacht en ik denk dat ik het weet. Het heeft niets te maken met hulp in de huishouding en ook niets met zeeën, zwembaden en gin tonics. Het heeft te maken met saamhorigheidsgevoel, open vriendencirkels en vaste ontmoetingsplaatsen.

Open vriendencirkels

In je vrijgezellentijd en in je studententijd beweeg je je in open sociale cirkels. Je ontmoet regelmatig mensen die anders zijn dan jij. Vrienden van vrienden sluiten zich makkelijk aan. Binnen een beperkt geografisch gebied, zoals een binnenstad of een stadswijk, heb je een dicht netwerk van vrienden, kennissen en vage bekenden.

Dat blijft een tijdje zo als je gaat werken, maar op een gegeven moment verandert je sociale leven: van open cirkels met vrienden, kennissen en vage bekenden, raak je verzeild in gesloten cirkels met voornamelijk goede vrienden. Zij hebben zich inmiddels over het hele land verspreid en iedereen is drukdrukdruk, dus afspraken maak je maanden van tevoren. Zelden komt het nog voor dat je op straat spontaan een bekende tegenkomt en samen wat gaat drinken, en zelden komt er nog eens een onbekende aanwaaien op een feestje, zoals vroeger. En als dat al gebeurt, zijn dat zelden excentrieke figuren die iets vaags doen met literatuur of kunst, want die bewegen zich in andere kringen.

Expats daarentegen wonen vaak samen binnen een beperkt geografisch gebied. In Dar es Salaam bijvoorbeeld speelt het grootste deel van mijn leven zich af op een schiereiland van 4 bij 2 km. Mijn vrienden wonen er, ik woon er zelf, ik doe er mijn dagelijkse boodschappen, er is een strand, een theater, een boekhandel en een kliniek. Wat wil een mens nog meer? Een Italiaanse delicatessenzaak die porcini en mozzarella verkoopt? Is er ook.

En dus leven we als in een dorp. Op zaterdag en zondag ontmoeten we elkaar op de zeilvereniging. Onze kinderen hebben sleepovers bij elkaar, we zwaaien naar elkaar als we elkaar in onze auto’s passeren en soms gaan we samen een weekeindje weg. De samenstelling van de groepjes verandert voortdurend en het is dan ook zaak om elkaar niet voor het hoofd te stoten, maar over het algemeen is er een groot gevoel van saamhorigheid. Het zijn open vriendencirkels.

Vaste ontmoetingsplaatsen

De expats die ik ken spreken zelden af bij elkaar thuis. Op zaterdagavond ga je naar de pizzeria en je ziet wel wie er komt. Je schuift een tafel aan, twee tafels, hup nog eentje erbij, en geeft om beurten een rondje. De kinderen spelen een paar meter verderop op het strand of in de tuin –Afrika heeft de ruimte. Expats ontmoeten elkaar dus niet twee aan twee (exclusief) maar groepsgewijs (inclusief). Het is niet: Zullen we met zijn vieren uit eten gaan, maar het is: Kom je ook? Een groot verschil.

De lifestyle – dat is het dus. Vrienden en kennissen, lange tafels aan het strand, spontane ontmoetingen, leven op een schiereiland. Met andere woorden: de charme van het expatbestaan zit ‘m erin dat het in sommige opzichten een voortzetting is van je studentenleven.


Bespiegeling

02|09|2013 13:59

Natuurlijk, we hebben het klimaat, de zee, de lifestyle, het avontuur en de hulp in de huishouding, maar Afrika heeft expats meer te bieden. Vijf onverwachte meevallers van het leven als expat in Afrika.

1 Herijking

Tijdelijk of permanent in een ander land leven, om het even welk land, daagt uit tot reflecteren op de waarden en overtuigingen die je van huis uit hebt meegekregen. Misschien zit alles wel net even anders dan je dacht. In Afrika heb ik een andere kijk gekregen op ontwikkelingshulp, democratie, economie, de positie van Europa in de wereld, menselijke drijfveren en de zin van het leven in het algemeen. Het is niet uitgesloten dat dat in Nederland ook was gebeurd, maar toch.

2 Ontmoeting

Daarnaast zijn er de interessante ontmoetingen. De meeste expats hebben hun vrienden en familie niet meegenomen naar Afrika en staan dus open voor nieuwe vriendschappen. Die kunnen vrij snel vrij diep gaan: in twee jaar tijd kun je vrienden maken voor het leven. In steden met veel expats bestaat bovendien een enorme diversiteit aan culturen en nationaliteiten. Dit leidt tot waardevolle inkijkjes achter de schermen. Hoe vaak spreek je iemand uit Papua Nieuw Guinea? Hoe vaak sluit je vriendschap met een Japanse? Wat deelt een gesluierde vriendin zoal over haar seksleven? Veel vooroordelen gaan overboord (en sommige worden bevestigd).

3 Bezinning

Het bestaan als expat kent vanwege het transitionele karakter veel momenten van bezinning: steeds als een goede bekende verhuist, sta je stil bij wat je voor elkaar betekend hebt. Je schrijft en ontvangt brieven die je normaal gesproken alleen schrijft en ontvangt bij bruiloften, jubilea en nakende levenseinden. Dat is waardevol. Elke verhuizing van vrienden is bovendien aanleiding om stil te staan bij je eigen leven: zitten we hier nog wel op de goede plaats? Moeten ook wij verder trekken? Wat is wijsheid? Wat willen we eigenlijk?

4 Gewaarwording

Moet ik het nog noemen
De bomen en de bloemen
De geuren en de kleuren
Afrika is niet dor en droog
Afrika is regenboog

5 Ontdekking

Misschien niet onverwacht, maar desalniettemin een waardevolle ervaring, is de adembenemende Afrikaanse natuur. Als expat heb je de tijd en de mogelijkheid om een land echt te leren kennen. Op een gegeven moment kom je dus op de mooiste, bijzonderste, meest ongerepte plekjes, ver van de gebaande paden van de Lonely Planet. Als je dan weer eens boven een nest uitkomende zeeschildpadjes staat, als je kampeert aan een uitgestrekt verlaten strand, als je uitkijkt over een typisch Afrikaans savannelandschap of als je mee gaat jagen met de laatste jagers-verzamelaars in Afrika, dan weet je: we’re so lucky.


Wat bracht je hier?

04|07|2013 09:07

– Wat bracht je hier?
– Je bedoelt in Dar es Salaam?
– Nee, in Afrika.
– O, dat. Nou, eh… ik denk toch het avontuur.

Hoe komt iemand in vredesnaam op het idee om zich in Afrika te vestigen? Afrika, het continent van droogte en ellende, armoede en hongersnood. Het continent waar iedereen in een lemen hutje woont en waar de leeuwen ’s nachts om de palissade sluipen. Het donkere continent. Het continent met de arme kindjes, aan wie we moeten denken als we onze groente niet lusten. Een kind onder de evenaar, is meestal slechts een bedelaar. Dat continent.

Gelukkig hadden mijn ouders en vooral grootouders mij blootgesteld aan andere ideeën over Afrika. Vaak vertelde mijn oma me dromerig over Stanley en Livingstone. Mr Livingstone, I presume? Dat was het moment in de geschiedenis dat ze het liefst had willen meemaken. Boven haar bed hing een foto van de Kilimanjaro, met een olifant op de voorgrond. Gemaakt door opa. In mijn ouderlijk huis was het al niet anders. Thuis werd geciteerd uit Out of Africa en aan een muur hing de staart van een gnoe. Toen ik dertien was, reisde mijn vader op een schip langs de kust van West-Afrika. Ik kon niet mee, ik was te jong, ik zat op school, ik maakte huiswerk.

Zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, werd Afrika voor mij dus het continent van de ontdekkingsreizen en de eindeloze vlaktes. Om het woord ‘Afrika’ hing een zweem van avontuur en romantiek. Dit nam nog toe toen ik de originele Tarzanboeken van Edgar Rice Burroughs begon te lezen, waarin iedereen voortdurend achtervolgd wordt door woeste inboorlingen, bloeddorstige leeuwen en moordlustige blanken.

Op een gegeven moment belde Echtgenoot me op mijn werk. Ik zat in een kantoor in Rotterdam. Echtgenoot had een gesprek gehad met zijn nieuwe werkgever. Er was een project voor hem. In Afrika.
– Waar? ademde ik.
Echtgenoot liet een veelbetekenende stilte vallen.
– Wat dacht je van Zambia? klonk het door de telefoon.
Ik kon niet spreken. Ik zag de kopieertafel, de koffiehoek, de bakjes voor in- en uitgaande post. Ik zag de hermetisch afgesloten ruiten, de grijze lucht. Ik beefde zowat.
– Ja, bracht ik uit.
En zo is het begonnen.


Dar es Salaam Yacht Club

01|07|2013 20:04

In je studententijd zijn er van die kroegen die aanvoelen als een verlengstuk van je studentenhuis. Je hebt er je favoriete plekje, het personeel groet je als je binnenkomt, je kent de incrowd en op de wc weet je precies welke tegeltjes los zitten. In Dar es Salaam bestaat ook zo’n gelegenheid, maar het is geen café. Het is de Yacht Club.

Het fenomeen Yacht Club

In Rotterdam bestond destijds – en bestaat waarschijnlijk nog steeds – een zeilvereniging waar een waas van elitair omheen hing. De naam werd voornaam uitgesproken, met Hoorbare Hoofdletters: De Maas, uit te spreken als Maes. Ik ben er nooit geweest, maar uit de flarden die ik erover opving maakte ik op dat het ging om een Besloten Club. Ik stelde me er een bruin café bij voor, met een houten stuurrad aan de muur, whisky uit het vat en een koperen bel boven de bar. Bij de clientèle dacht ik aan mannen met snor en kapiteinspet die hard lachten en elkaar sterke verhalen vertelden.

Twee weken geleden. Terwijl de ouders genieten van een gin tonic, spelen de kinderen op het strand van de Yacht Club. Met hoog water kunnen ze zwemmen en kayakken. Met laag water verzamelen ze zeekomkommers, zee-egels, zeesterren en visjes, voor in het zelfgemaakte strandaquarium.

Pas twintig jaar later kon ik mijn vooroordelen toetsen aan een andere zeilvereniging, de Dar es Salaam Yacht Club, door mijn zoon consequent uitgesproken als Joht Clab. Ik werd niet teleurgesteld. Er is een bruine bar met een koperen bel, een houten stuurrad en vijf soorten whisky ondersteboven in maatschenkers. Toch blijkt het in de praktijk informeler dan je zou verwachten. Om maar wat te noemen: op de Yacht Club eet je geen garnalencocktails en carpaccio, maar pizza en friet. De douches en wcs zijn niets om over naar huis te schrijven en de leden lopen rond op teenslippers. Om lid te worden moet je weliswaar een klein fortuin op tafel leggen en twee leden vinden die je willen introduceren, maar in de praktijk kan iedereen lid worden, van welke nationaliteit of huidskleur dan ook. De meeste expats zetten zich dan ook over hun aanvankelijke aversie heen en worden lid.

Koloniaal

Koloniaal is het ondertussen wel. Zo hoef je op de Yacht Club je eigen boot niet op te tuigen. Je belt vanuit huis even naar je boat boy (officiële naam!) met de vraag of hij je boot zeilklaar maakt, en als je aankomt staat de boot opgetuigd en wel voor je gereed. Ook aftuigen en schoonmaken doet de boat boy voor je. Indien gewenst kan hij een nieuw verfje regelen of iets laten repareren. Voor dit alles betaal je hem een maandelijks bedrag dat vermoedelijk minder is dan wat een zestienjarige in Nederland verdient met een avondje babysitten. Weliswaar krijgen boat boys daarnaast een salaris van de Yacht Club en werken ze voor verschillende mensen tegelijk, maar toch, een vetpot kan het niet zijn.

Boat boys

Wat mij meer dwars zit, is dat boat boys over het algemeen niet worden gegroet. Terwijl het een voorschrift is van de Yacht Club dat leden elkaar groeten (de club heeft talloze lawsby-laws, rules en regulations), en terwijl groeten in Tanzania zo belangrijk is! De boat boys lijken er overigens niet in het minst mee te zitten: zij minden hun boat business en bemoeien zich niet met de leden. In hun blauwe overalls bewegen ze zich zelfverzekerd over het terrein. Als ik eens een groepje gedag zeg, is de respons ongemakkelijk. Ze lijken mijn groet volkomen overbodig te vinden. Kennelijk accepteren ze het als een gegeven dat er twee duidelijk te onderscheiden groepen zijn op de Yacht Club: enerzijds de boat boys in hun blauwe overalls, anderzijds de leden, voornamelijk expats, in zeil- of zwemkleding. Wat het ongemakkelijk maakt, is dat de boat boys toevallig allemaal zwart zijn en de leden stomtoevallig vrijwel allemaal wit.

Of is dat mijn eigen geconditioneerdheid? Als ik in Nederland een garage binnenkom, voel ik me niet verplicht om alle monteurs te groeten. In een supermarkt groet ik niet alle vakkenvullers. De vakkenvullers zitten daar ook niet op te wachten: zij stellen een bepaalde onzichtbaarheid juist op prijs – ik weet dat omdat ik zelf vakkenvuller ben geweest. In de geografische eenheid van een supermarkt liggen bij wijze van spreken twee plattegronden over elkaar: die van de klanten en die van de vakkenvullers. Elke plattegrond heeft zijn eigen ingang en zijn eigen looproutes. Over de ene plattegrond bewegen zich de klanten, over de andere plattegrond de vakkenvullers, en zij zien elkaar slechts als vermijdbare objecten. Iets dergelijks is aan de hand op de Yacht Club.

Ontbijten in de beach banda met uitzicht over het drooggevallen slik. Op de achtergrond het onbewoonde eilandje Bongoyo.

De leden en het bedienend personeel groeten elkaar overigens wel. De mannen van de pizza’s, de vriendelijke oudere heer achter de bar van de beach banda, de jongen die over de Optimisten gaat.

De mooiste zeilvereniging van Afrika?

In het bovenstaande proeft u nog steeds een licht gevoel van ongemak over het koloniale karakter van de club, maar ik moet zeggen dat ik er graag kom en dat ik liever bespaar op onze kaasconsumptie (ongeveer dezelfde aanslag op ons maandelijkse budget) dan dat ik de Yacht Club eruit gooi. Of het echt de mooiste zeilvereniging van Afrika is weet ik niet, maar het zou kunnen. Ze ligt aan een uitgestrekte baai met uitzicht over zee. In de verte zie je drie onbewoonde eilandjes. Het slik valt schitterend droog bij eb en er is een schoon strandje met schaduwrijke bomen. Je kunt er aan het strand pizza eten terwijl de kinderen krabjes en heremietkreeften vangen. Je hoort er regenwulpen en zilverplevieren, je ziet er krabplevieren. Je ontmoet er vrienden en ze hebben gin tonic. Wat wil een mens nog meer?

Kinderen met laag tij tijdens zonsondergang.


Hondsdolheid

16|06|2013 17:03

Het is een vrijdagavond begin december 2005. Onze kinderen zijn onder de twee, de jongste pas vijf maanden, dus we willen maar één ding: slapen. Echtgenoot ligt al in bed als ik in het duister nog een glas water ga halen in de keuken. Door de glazen voordeur zie ik het silhouet van een kat. Terug in bed zeg ik:
– Vandaag is Zoon trouwens gebeten door die kat.
Korte stilte. Dan knipt Echtgenoot het nachtlampje aan en gaat rechtop zitten.
– En dat zeg je nu pas?

Oja. Rabiës. Goh. Helemaal niet aan gedacht.

– Hij zal die kat wel aan zijn staart hebben getrokken, zeg ik.
– Ja, maar dan nog. Het is een zwerfkat.
– Nou… hij heeft hier jarenlang gewoond. Dit is zijn huis.
– Maar nu woont hij buiten. En op de zolder wonen een paar honderd vleermuizen.

Dat is waar. ‘s Avonds vliegen ze uit: wolken en wolken van vleermuizen, die stuk voor stuk onder ons dak wonen. Overdag horen we ze scharrelen boven het plafond.

– Het is maar een heel klein wondje hoor, zeg ik. – Het stelt eigenlijk niets voor. Een piepklein gaatje door de nagel van zijn duim, dat is alles.
– Wat zegt het boekje?

Het boekje, dat is het boekje Met kinderen in de tropen, van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Samen lezen we de hoofdstukken over hondsdolheid. Voor de zekerheid slaan we het tweede boekje er ook op na: Hoe blijf ik gezond in de tropen, ook van het KIT. Daar staat het: “Hondsdolheid wordt overgebracht via het speeksel van honden, katten, vleermuizen, runderen en andere zoogdieren die met het rabiësvirus besmet zijn. (…) Een lik op een open wondje kan voldoende zijn om de ziekte over te brengen.”

Het boekje laat er geen twijfel over bestaan: tenzij de kat is ingeënt, heeft Zoon “binnen 24 à 48 uur” vaccinaties nodig. Sterker nog: omdat Zoon niet is ingeënt tegen hondsdolheid, heeft hij zowel het passieve, als het actieve menselijke antivirus nodig, dat, zo zegt het boekje, “zeer duur is en daarom in veel tropische landen niet beschikbaar is.”
Ah nee he. Echtgenoot en ik kijken elkaar aan. Daar gaat ons weekend, denken we. Maar eerst slapen.

Het circus begint

Onze zoon was niet ingeënt tegen rabiës. Dat was wel de bedoeling, maar we waren te kort voor vertrek bij de Travel Clinic om de kuur te beginnen en ook af te maken. De Travel Clinic raadde ons daarom aan om de inentingen in Swaziland te halen. En zo zat ik een paar weken na aankomst, negen maanden voor de kattenbeet, samen met Zoon in de praktijk van een blanke Zuid-Afrikaanse arts in het gehucht Big Bend. Over hondsdolheid hoefde ik me geen zorgen te maken, zo stelde de arts me gerust: het was echt niet nodig om Zoon in te enten. Zijn eigen kinderen waren ook niet ingeënt tegen rabies.

Dit was mijn eerste interactie met deze dokter, dus ik nam alles van hem aan en vroeg niet door. De verhalen over zijn medische reputatie zouden mij pas later bereiken.

Zaterdagochtend, de dag nadat Zoon gebeten was, achterhaalde ik viavia het telefoonnummer van de plaatselijke dierenarts. Zij bleek de kat wel te kennen, maar meldde dat zij honderd procent zeker wist dat ze de kat de afgelopen jaren niet had ingeënt. Voor de zekerheid gaf ze me ook het nummer van de veearts. Ook hij had de kat geen prikjes gegeven.

Vervolgens belde ik onze schoonmaakster Nonhlanhla, die getuige was geweest van het voorval (zelf was ik toen net Dochter op bed aan het leggen).

– Heb je gezien wat er is gebeurd? vroeg ik.
– Ja.
– Heeft Zoon de kat gemolesteerd?
– Nee.
– Heeft hij iets provocerends gedaan?
– Nee, niets.
– Wat is er dan gebeurd?
– De kat heeft hem gewoon aangevallen.
– Hoe ging dat dan?
– Zoon stond buiten op de oprit. De kat zat een paar meter verderop. Toen viel de kat hem zomaar aan.
– Zoon liep niet op de kat af?
– Nee, Zoon stond stil. De kat ging naar Zoon.

Hmm. Misschien had ik toch iets te nonchalant gereageerd gisteren.

Big Bend

– We weten precies wat we nodig hebben, zegt Echtgenoot tegen me. – Het actieve en het passieve virus. Misschien hebben ze het hier, in de kliniek van Big Bend, dan hoeven we niet naar Mbabane.

Echtgenoot heeft nog geen ervaring met de kliniek in Big Bend.

– Ze zullen het ons niet geven, zeg ik.
– Laten we het gewoon proberen.
– We verliezen er tijd mee.
– Maar misschien hoeven we dan niet naar Mbabane, houdt Echtgenoot vol.
Mbabane is de hoofdstad en ligt op anderhalf uur rijden.
– In vredesnaam dan maar.

Zoals verwacht werkt de arts in Big Bend niet mee. Het is een zogenaamde bagatelliseerarts.

– Er is maar een kleine kans dat uw zoon besmet is.
– Met andere woorden: er is maar een kleine kans dat mijn zoon sterft. Ik wil die kans graag terugbrengen naar nul, zegt Echtgenoot.
– Deze dokter zal u het vaccin niet geven.
– Luister. Ik heb maar één vraag. Heeft u dat actieve antivirus in huis ja of nee?
– Nee.
– Dan weten we genoeg.

Echtgenoot en ik staan op. Het wordt Mbabane.

Mbabane

In de kliniek van Mbabane, beweerdelijk de beste kliniek van het land, is een jonge Afrikaanse arts aanwezig die ons bezweert dat rabiës alleen door honden kan worden overgebracht. Hij is buitengewoon overtuigd van zijn eigen gelijk, zelfs zodanig dat Echtgenoot en ik beginnen te twijfelen aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Dit is al de tweede dokter die ons vertelt dat we ons druk maken om niets. We willen hem zo ontzettend graag geloven. We willen zo ontzettend graag dat iemand tegen ons zegt: maak je geen zorgen, alles komt goed, vertrouw op mij. Ik sta dan ook op het punt om in te geven. Laten we gewoon lekker naar huis gaan. Thuis met z’n allen een dutje doen. Vanavond vroeg naar bed. Morgen Sinterklaas vieren zoals gepland. Laten we deze hele kattentoestand vergeten en doorgaan met ons leven.

Dan zegt de Afrikaanse arts:
– Anders vang je de kat en houd je hem een week vast. Als hij na een week nog leeft, weet je dat het goed is.

Op dat moment verschuift er iets in me. Het moment van twijfel is meteen voorbij. Een grote helderheid overvalt me. Ik draai me naar Echtgenoot om en zeg in het Nederlands: – Deze man weet het niet! Als die kat na een week dood is, zijn we te laat met de vaccinaties!
Echtgenoot knikt.
– Heeft u dat actieve antivirus ja of nee?, vraagt Echtgenoot dringend.
– Nee, zegt de man.

Dit moment van inzicht heeft een blijvende indruk op ons gemaakt. Als ik zeg dat ons verblijf in Swaziland ons heeft veranderd, dan doel ik in feite op dat moment, daar in die kliniek. Op dat moment realiseerden we ons dat we alleen op onszelf kunnen vertrouwen. Dat we zelf keuzes moeten maken, dat we zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen, en dat we noch de keuzes, noch de verantwoordelijkheid aan iemand anders kunnen overlaten, zelfs niet aan een deskundige arts. Op dat moment realiseerden we ons dat we Alleen waren, maar: Samen Alleen. We realiseerden ons ook dat onze kinderen voor niemand zoveel betekenen als voor ons. We realiseerden ons dat het belang van het kind voor moest gaan, en niet onze zin in een middagdutje, onze neiging om confrontaties uit de weg te gaan of onze diepe behoefte om gerustgesteld te worden.

We voelden ons erg samen op dat moment. Maar de tijd tikte en we hadden nog geen antivirus.

Een bizarre lunch

Het was tijd om wat te eten en om dochter te voeden. Plaats: een tafeltje in de mall van Mbabane, tussen het winkelend publiek. To do list: apotheken in Mbabane bellen, centraal medicijnendepot van Mbabane bellen, en indien onsuccesvol: uitvinden welk ziekenhuis in Zuid-Afrika het actieve antivirus op voorraad heeft. De dichtstbijzijnde steden in Zuid-Afrika zijn Pretoria (5 uur rijden) en Nelspruit (3 uur rijden). Complicaties: onze prepaid telefoonkaarten raken snel op dus we moeten steeds bijkopen, we hebben geen namen en telefoonnummers van ziekenhuizen in Pretoria en Nelspruit, we hebben geen internet op onze telefoons, Dochters paspoort ligt bij het Swazi Ministerie van Binnenlandse Zaken en de grens met Zuid-Afrika sluit om zeven uur ‘s avonds. Onderschat dat laatste niet. Echtgenoots collega uit Swaziland, een Zuid-Afrikaanse Brit, moest ooit ‘s nachts met zijn doodzieke dochter over het hek van de grens klimmen omdat zijn dochter acute appendicitis had. Ze heeft het gered.

Gelukkig kennen we iemand die bekend is met de ziekenhuizen in Nelspruit (dezelfde collega), en stomtoevallig kennen we ook een Nederlandse familie in Pretoria. Terwijl ik Dochter haar portie borstmelk geef, beent Echtgenoot in grote kringen om ons tafeltje heen, mobiel aan zijn hoofd, bellend met Pretoria en Nelspruit en af en toe nieuwe belkaarten halend. Zelf bel ik onze vriendin in Manzini, Annemiek, want ik realiseer me dat ik straks samen met Dochter achterblijf in deze mall, op anderhalf uur rijden van huis, zonder transport. Dochters paspoort ligt immers bij Binnenlandse Zaken en we zijn maar met één auto. Vriendin Annemiek komt er onmiddellijk aan: ze woont op een half uur afstand in Manzini. Ondertussen komt stomtoevallig de Nederlandse consul langs lopen, in een stuk informelere outfit dan die waarin we hem leerden kennen op Koninginnedag. Hij sluit zich aan bij het gezelschap en verleent waar mogelijk hand- en spandiensten. De keuze valt op een ziekenhuis in Nelspruit: aan de telefoon heeft het ziekenhuis bevestigd dat ze het actieve antivirus op voorraad hebben.

– Ik moet zo gaan, zegt Echtgenoot, anders kom ik niet op tijd de grens over.
Snel koop ik eten en drinken voor hen voor onderweg, plus een stuk speelgoed dat Zoon drie uur lang moet zoet houden in de auto (een wasmachine met beweging, geluid en echt water). Pampers verdelen, paspoorten verdelen, hop hop hop, kus en klaar.
– Wacht… waar slaap je vannacht?
– Ik zie wel. Zeg… heb je dat nummer nog van die mensen uit Nelspruit?

Ik zoek in mijn portefeuille. Warempel. Tussen de bonnetjes zit een klein stukje papier met een telefoonnummer. Ooit stonden we in een enorme supermarkt in een rij voor een kassa. Iemand hoorde ons Nederlands spreken en sprak ons aan. Een leuke jonge vrouw die in Nelspruit woonde. Haar man had civiele techniek gestudeerd in Delft, net als Echtgenoot, en werkte nu bij een waterzuiveringsbedrijf in Nelspruit. Ze gaf me hun telefoonnummer en drukte me op het hart te bellen als ik ooit een slaapplaats nodig had in Nelspruit.

Als je ver van huis in een winkelcentrum staat met twee kleine kinderen en er is geen enkele dokter die je kan of wil helpen, dan kun je zo’n vriendin uit Manzini, zulke kennissen uit Pretoria, zo’n behulpzame consul en zulke gastvrije mensen uit Nelspruit wel omhelzen van dankbaarheid.

Het staartje

Ook de arts in Nelspruit wilde Zoon het prikje aanvankelijk niet toedienen, met alweer hetzelfde argument:
– Als het mijn zoon was, zou ik het niet geven.
Kennelijk was hij niet op de hoogte van het Zuid-Afrikaanse hondsdolheidprotocol, volgens welke, zo vond ik later uit, Zoon in de hoogste risicocategorie viel. Het kan ook zijn dat zijn eigen leven vrij aangeharkt was en dat hij zich geen voorstelling kon maken van de omstandigheden in een ruraal gehucht als Big Bend. In elk geval moest Echtgenoot op zijn strepen gaan staan:
– Het is mijn zoon en ik wil zo’n inenting.
De arts ging het vaccin zoeken, maar keerde onverrichterzake terug.
– We hebben het niet.
– Jawel, jullie hebben het wel, hield Echtgenoot vol. – Ik heb gebeld vanuit Swaziland en ik weet dat jullie het hebben. Ga nog maar een keer zoeken.
De vaccinaties kwamen boven water en zo kreeg Zoon eindelijk zijn prikjes.

Echtgenoot en Zoon overnachtten bij het Nederlandse stel in Nelspruit, van wie wij helaas de namen vergeten zijn. Jongens, als jullie dit ooit lezen, ontzettend bedankt.

Annemiek bracht Dochter en mij terug naar ons huis in the lowveld. Voor haar was dat een enorm eind rijden, en ze moest ook nog terug naar Manzini voor een gala. Veel dank Annemiek!

Thuis las ik, met de adrenaline nog in mijn lijf, op internet over rabiës. Dat bevestigde dat we niet paranoia waren. Voor Swaziland zijn geen gegevens beschikbaar, maar in Zuid-Afrika komt hondsdolheid het meest voor in Kwazulu-Natal, de provincie die grenst aan het lowveld van Swaziland. En volgens het rabiësprotocol van de Zuid-Afrikaanse overheid viel zoon in de hoogste risicocategorie. We hadden de juiste beslissing genomen.

Desalniettemin was de kat nog steeds in leven toen we twee maanden later naar Tanzania verhuisden.


test