Recente stukjes

Initiatief is nergens goed voor

22|05|2013 09:58

Een paar maanden geleden wees onze dada me erop dat ons aanrecht aan het desintegreren was. Het blad, van geperst hout met een plastic toplaag, was bij de spoelbakken gaan uitzetten en rotten. Dat kan gebeuren in de tropen, zelfs in een huis dat nog geen vier jaar oud is. De dada raadde me aan om er iets aan te doen. Tja. Ik vond het nog wel gaan eigenlijk. Tuurlijk, mooi is anders, en allicht was er een verband tussen het rottende aanrecht en de toename van ongedierte in het huis, maar je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Grimmig dacht ik terug aan Mister Fixer, een fundi die me van verschillende kanten was aangeraden. Alles kon hij fixen, zo beweerde hij, en dus vroeg ik hem drie klusjes uit te voeren in ons huis. Toen hij klaar was, bleken alledrie de objecten effectief geonfixt, één zelfs dusdanig dat het voor altijd beyond fixable was – het kastje dat mijn opa voor me timmerde toen ik twee was. Sindsdien koester ik een diep wantrouwen jegens fundi’s en laat ik de dingen liever ongefixt.

Maar misschien had ze gelijk, dacht ik. Misschien moest ik me niet uit het veld laten slaan door eerdere ervaringen met huisbazen en fundi’s en het er niet bij laten zitten. Wilskrachtig en doortastend moest ik zijn. Initiatiefrijk en ondernemend. De wereld met vertrouwen tegenmoet treden. Dus dat deed ik. De triomf van de hoop boven de ervaring.

Het onderhoudsverzoek

De afgevaardigde van de huisbaas beaamde ten volle dat dit zo niet kon. We kregen een nieuw keukenblad, beloofde hij. Marmer, zou dat goed zijn? Marmer??? Nee zeg, stel je voor. Terrazzo, stelde ik voor, dat is sterk, mooi en gaat lang mee. Terrazzo??? Ja, terrazzo, althans de moderne variant. Kijk. Ik liet hem het hippe terrazzo-aanrecht van de buren zien, gemaakt met groene splinters van Sprite-flesjes. De man keek bedenkelijk. Het líjkt niet eens op marmer, zag ik hem denken.
– Ik zal kijken, zei hij.
Het werd geen terrazzo, wist ik.

Het nieuwe aanrecht

Een paar weken later werd er een stenen plaat bezorgd, en nog weer een paar weken later, zeg maar gerust een maand, werd de oude plaat eruit gesloopt en de nieuwe erin gezet, een onderneming die een volle dag duurde. De tuinman en onze dada verrichtten hand- en spandiensten, dus tijdens de werkzaamheden trok ik me terug in onze slaap- annex studeerkamer, vol vertrouwen in de goede afloop.
Dat was een vergissing.

De eerste keer dat ik de afwas deed aan het nieuwe aanrecht was zaterdagochtend, de dag nadat het blad geïnstalleerd was. Het duurde een paar momenten voordat de verbijsterende waarheid tot me doordrong. Amerikanen plegen dergelijke ontsteltenis uit te drukken met de uitroep Oh my God.

Nu moet ik eerst even vertellen dat ik op zaterdag graag de afwas doe. Het is een moment van ontspanning, een soort me-time. Al afwassend kijk ik uit over moestuin, zing ik mee met The Velvet Underground of Bob Dylan en laat ik mijn gedachten gaan. De zaterdagmorgenafwas doe ik met plezier.

Wat blijkt, die eerste zaterdagochtend? Het nieuwe aanrecht steekt tien centimeter verder uit dan het vorige aanrecht. Met andere woorden: het aanrecht is te breed. Tegelijkertijd zijn de nieuwe spoelbakken kleiner, maar de kraan is niet verplaatst, dus (1) het kraanwater komt niet in de spoelbak, tenzij ik de kraan op zijn hardst opendraai, (2) ik kan niet meer bij kraan en straal zonder me diep voorover te buigen, (3) het ingebouwde afdruipgootje is verdwenen, zodat het water van het afdruiprek niet meer terugstroomt in de spoelbak, en (4) het blad ligt net niet waterpas, zodat al het water zzzzoep op de grond belandt.
Maar het ergste is dat ik niet meer rechtopstaand kan afwassen. Afwassen is topsport geworden. Hijgend van inspanning hang ik over het aanrecht, armen gestrekt tot onder de kraan. Ik kan de tuin niet meer inkijken. Ik zing niet meer. Het vreedzame effect is volledig weg.

– Het is niet waar! Het is niet waar!, roep ik tegen Echtgenoot.
– Het is niet te geloven! Dit… Dit land! Ik kan er niet meer tegen! Ik wil een eigen huis! Ik wil mijn eigen aanrecht! Ik wil de baas zijn over mijn eigen aanrecht!

Wellicht vindt u deze reactie wat overtrokken – de stap van een aanrecht dat niet deugt naar een land dat niet deugt is vrij groot, ik geef het toe – maar dit akkefietje is er een in een lange, lange rij. Aanvankelijk kun je nog lachen om de tragische onbenulligheden die je aantreft (zoals de constructie waarbij de afvoer van de wc op onnavolgbaar ingenieuze wijze in de douche terechtkwam), maar op een gegeven moment komt er een onbenulligheid die de emmer doet overlopen, en dan zit je eensklaps… in een dipje. Dit verschijnsel is zo algemeen bekend dat er een naam voor is: het Dar-dipje. – Ik zit in een Dar-dipje, hoor je expats wel eens zeggen. Het goede antwoord is: Pole. Een antwoord vol begrip en medeleven.

Het verhaal gaat verder

Maandagochtend komt onze dada. Zij heeft het nieuwe aanrecht nog niet uitgeprobeerd. Halverwege de ochtend ga ik een kop koffie halen in de keuken. En? vraag ik haar. Wat vind je ervan?
– Ik heb al gebeld, zegt ze. – Dit kan niet. Ik kan niet bij de kraan!
– Nee, zeg ik droog.
– En de grond is helemaal nat!
– Ik zie het, zeg ik.
Op de grond liggen natte handdoeken.
– Wat heb je gezegd? vraag ik haar.
– Dat hij misschien eens moet komen kijken hoe het is uitgevoerd.
– En?
– Ze komen kijken.
We hebben een vrij doortastende dada moet u weten. Ze heet Njerya en we houden van haar.

‘s Middags bel ik Echtgenoot op zijn werk.
– Ik heb nog eens nagedacht over dat aanrecht.
– Ja.
– Ik zie twee mogelijkheden. Eén: we brengen de kraan naar voren. Twee: we zagen tien centimeter van het blad af.
– Tot die conclusie was ik ook gekomen.

Om een lang verhaal kort te maken: ze kwamen kijken, zeiden dat het niet mogelijk was om een stuk uit het aanrecht te zagen, en zouden daarom hun toevlucht nemen tot de tweede mogelijkheid: het naar voren plaatsen van de kraan. En dat deden ze. En toen ik zag wat ze gedaan hadden, riep ik weer dat het niet waar was. Maar het was wel waar: de pijpen van de waterleiding waren verlengd en staken nu uit de muur, en de kraan was aan de verlengde pijpen bevestigd. Een mooi staaltje improvisatietechniek.

Een dag later ontvingen we van de huisbaas een brief dat de huur met 10 procent was verhoogd.

De moraal van dit verhaal: initiatief is nergens goed voor.


6 reacties op ‘Initiatief is nergens goed voor’

  1. Fulco van Geuns schrijft:

    Ha die Anne!

    Het klinkt net als Mumbai!

    Lees je verhalen met plezier – ook al gaat het in dit geval natuurlijk over een zeer ernstige gebeurtenis…

    Fulco

  2. Alice schrijft:

    My God! Typisch weer, dit berzin je niet. Sterkte met dipje.

  3. Anne schrijft:

    Dipje was na twee dagen over hoor… Maar het is inderdaad weer een knap staaltje.

  4. aart van nes schrijft:

    Weer een mooi verhaal, en op je soepele Anne stijl opgeschreven, zeer leesbaar… schrijf je hiermee dingen van je af?
    Heb je al plannen om eens een bundel te maken? “Expat” verkoopt goed! Maar er is veel concurrentie.
    Voorlopig doe je ons er zo ook veel plezier mee!

  5. Anne schrijft:

    Ha Aart, dank je wel voor de complimenten. Het is niet echt van me afschrijven hoor, zo erg is het niet! Mijn drijfveer is eerder het tegengaan van vooroordelen over het expatleven. En jullie lekker laten meegenieten natuurlijk.

  6. Anne schrijft:

    🙂

Berichtje achterlaten?

test