Expat in Afrika

Tips en advies voor aankomende expats

Categorie

Een paar verhalen

Over deze verhalen

Sticky berichten

Op deze website vind je een paar van mijn ervaringen als expat in Afrika. Om precies te zijn, mijn ervaringen als expat in Zambia, Swaziland en Tanzania.

Meteen een disclaimer. Afrika is groot. Ik heb maar een klein stukje leren kennen. Afrika is bovendien gevarieerd, net als Europa. Tussen de landen bestaan grote verschillen. Net zomin als Nederland te vergelijken is met Hongarije, valt Gambia te vergelijken met Zuid-Afrika. Zelfs binnen landen bestaan grote verschillen, bijvoorbeeld tussen stad en platteland. Mijn ervaringen zijn dus niet representatief voor Afrika in zijn geheel.

Mijn ervaringen zijn ook niet representatief voor expats in Afrika. In Afrika wonen allerlei soorten expats. Van ontwikkelingswerkers in plattelandsdorpen tot ambassadeurs in hoofdsteden. Van ondernemers in de landbouw tot vrijwilligers in weeshuizen. Van missionarissen tot backpackers die zijn blijven hangen. En dan nog een bonte stoet van journalisten, grafisch ontwerpers, biologen, bankdirecteuren, ingenieurs en mama’s.

Ook Afrikanen zijn er in alle soorten en maten. Rijk en arm, ongeletterd en hoogopgeleid, hardwerkend en lui. Maar dit blog gaat nadrukkelijk niet over Afrikanen, ontwikkelingshulp en leeuwen. Het gaat over expats in Afrika, meer specifiek: over mijn expatleven in Afrika, meer specifiek: over mijn expatleven in Zambia, Swaziland en Tanzania.

Repatriëring

“Nederland verlaten en een nieuw leven beginnen aan de andere kant van de wereld is eenvoudiger dan terugkeren in onze samenleving.”

Zo schreef een wetenschapper die op de materie is gepromoveerd. Ik had me dan ook schrap gezet, maar in eerste instantie viel het ons erg mee. Lees verder

Cultuurschok

Het is november 2003. Echtgenoot en ik zitten in een kliniek in Lusaka te wachten tot we aan de beurt zijn. We wonen nu een jaar in Zambia. We hebben veel gereisd en veel gezien. In Kasanka douchten we in de wildernis, onder een emmer aan een touw. In Blue Lagoon reden we kilometers over een eindeloze vloedvlakte. Op Bovu Island sliepen we aan de oever van de Zambezi, slechts van de buitenlucht gescheiden door een muskietennet. En in South Luangwa kampeerden we tussen de nijlpaarden. Nu verwachten we ons eerste kind, en daarom zitten we in de kliniek. Lees verder

Nachtelijke bespiegeling | Misschien de mooiste jaren van ons leven

Gesprek in de echtelijke sponde, enkele weken voor vertrek naar Nederland:

– Wat aan ons leven hier kunnen we nou nooit delen met mensen in Nederland?
– Nou, alles.
– Wat dan?
– Alles. Alleen al de wegen. Lees verder

Stroom

Vier anekdotes over stroomuitval in Tanzania.

Stroom #1

Dar es Salaam. Een bestuursvergadering met een man of twintig, ’s avonds om een uur of acht. Plotseling valt de elektriciteit uit en zit iedereen in het donker. Aardedonker. Geen hand voor ogen. Tot verbazing van de net aangekomen expats gaat het overleg gewoon door. Geen opmerkingen, geen verzuchtingen, geen geluidjes van verbazing, geen gelach, niets. Business as usual.

Stroom #2

Dar es Salaam. Een gezin met jonge kinderen zit aan het avondeten. Plotseling heerst er totale duisternis. Onder de tafel tasten de handen van de kinderen naar de handen van de ouders. Hardop telt iedereen af, als om het donker te bezweren:
– Veertien, dertien, twaalf, elf…
Exact op nul springt het licht weer aan. Vrolijk wordt de dis voortgezet. De zegeningen van een automatische generator.

Stroom #3

Dar es Salaam. Twee jonge vrouwen drinken een drankje op een terras aan zee. Aan de overkant van de baai, ver weg, zijn in de nacht duizenden lichtjes te zien, kilometers lang. Het zijn de lampen van huizen, bedrijven, fabrieken, wegen en auto’s. Er zijn gele, witte, rode en blauwe lichtjes. Soms zijn ze geclusterd in groepen, als de sterren aan de hemel, soms staan ze in geometrische lijnen. Plotseling valt de stroom uit. Niet op het terras, maar aan de overkant van de baai. In één klap is alles donker. Weg zijn de huizen, de wegen, de fabrieken. Aan de overkant van de baai heerst gitzwarte duisternis. Er is geen overkant meer. Een van de vriendinnen ziet het gebeuren.
– Zag je dat? Zág je dat? Alle lichten gingen in één keer uit! Waaaauw! Floep-weg! Zomaar!

Stroom #4 | fictief

Een astronaut kijk vanuit de ruimte dromerig naar de aarde. Al die lichtjes, al die mensen… Het valt hem op dat Afrika het donkerste continent is. Maar ook in Afrika zijn lichtjes. Plotseling verandert er iets in zijn beeld. Een groot deel in Oost-Afrika wordt zwart.
– Kevin! roept hij naar zijn collega. – Tanzania gaat weer plat.
– Heel Tanzania? vraagt Kevin retorisch.
– Heel Tanzania, zegt de astronaut.

Zoho! Doe maar luxe!

– En wat was jullie vorige woonplaats?
– Tanzania.
– Zoho! Doe maar luxe!

In onze eerste week in Nederland reageerden twee mensen op exact deze manier, toen ik vertelde waar we vandaan kwamen. Kennelijk is ‘luxe’ de eerste gedachte die in sommige mensen opkomt als je ze vertelt dat je uit Afrika komt. Als je wit bent tenminste. Als je expat bent. Het zegt veel over de perceptie van het expatleven in Afrika. En het zegt ook iets over de Nederlandse cultuur.

Lees verder

The Choice

– If you had a choice, would you give Lagos to your children as their hometown?
– Irrelevant question. We don’t live in Lagos. We live in Dar es Salaam.
– But Dar es Salaam is turning into a Lagos. And if we stay here, our children will see Dar es Salaam as their hometown.

(fictional dialogue)

It has happened

So it has happened. We have left Dar es Salaam, and we have left Africa.

Lees verder

Should I stay or should I go?

– What’s so special about this place? Really, there is not that much. Okay, we have the blue sky, we have the sun, we have the sea, but apart from that? Nothing.

Wonderlijk maar waar: deze uitspraak komt van dezelfde vriendin die eerst zo enthousiast was over Dar. Haar enthousiasme over de stad die ze twee jaar eerder nog zo waardeerde, was omgeslagen in een allesomvattende frustratie. Ze was niet de eerste en ze is niet de enige. Alle expats in Dar kennen het Dar-dipje, maar meestal is zo’n inzinking van tijdelijke aard. Een gin tonic bij de Yacht Club is soms al voldoende om er bovenop te komen. Maar soms duren Dar-dipjes langer of volgen ze elkaar sneller op. De oorzaak varieert: het kan te maken hebben met onzekerheid over de toekomst, een onuitstaanbare baas, toestanden met de werkvergunning, toestanden met de huisbaas, toestanden met onbetrouwbaar huispersoneel of de onmogelijkheid om een betaalbare woning te vinden. Of dat alles tegelijkertijd – de bewuste vriendin scoorde 5 out of 6.

En zo komt voor alle expats op een gegeven moment de vraag: Should I stay or should I go?
Meestal is er één doorslaggevende reden om te blijven of te vertrekken. Het kan iets heel kleins zijn. Zo gaf een kennis ooit aan dat het tijd was om verder te trekken “omdat ik auto’s zie rijden waarvan ik de voor-vorige eigenaar ken.” Goed punt. Iemand anders bleef vanwege het internationale onderwijs. Ook een goed punt. Hier komen er nog een paar.

Lees verder

Zanzibar

Wegens een onvoorziene samenloop van omstandigheden bracht ik onlangs een weekend door op Zanzibar. Dat is geen straf: de aankomst in Stone Town is onvergetelijk en de tropische eilandjes voor de kust van Oost-Afrika zijn een en al palmen, witte stranden en helderblauwe zeeën.

Lees verder

Je bent een expat in Afrika als…

… Je je meer zorgen maakt over dengue dan over malaria,

… Je het verschil weet tussen een malariamug, een tijgermug en een gewone Culex,

… Je in één week wordt uitgenodigd voor Thanksgiving, Eid en Hanukkah,

… Je in een miljoenenstad woont en toch ’s nachts de sterren kunt zien,

… Je helemaal uit je dak gaat als er ergens tweedehands IKEA-meubels te koop zijn,

… Je jezelf van top tot teen kunt wassen met een halve emmer water,

… Je met vier dagen shoppen inkopen kunt doen voor een heel jaar, voor de hele familie, inclusief tandenborstels, zwemkleren, schoeisel en cadeaus voor de decembermaand,

… Je niet meer opkijkt van een paar zebra’s meer of minder (zevenjarig expatkind tijdens safari: “Mama, why are we stopping for the zebras? They’re so common!“),

… Je kerst niet met je familie kunt vieren omdat je geen warme kleren hebt.

Lifestyle

Expats in Afrika hebben het vaak waarderend over hun lifestyle. Wat voor lifestyle bedoelen ze dan, en wat is er eigenlijk zo bijzonder aan? Ik heb daar lang over nagedacht en ik denk dat ik het weet. Het heeft niets te maken met hulp in de huishouding en ook niets met zeeën, zwembaden en gin tonics. Het heeft te maken met saamhorigheidsgevoel, open vriendencirkels en vaste ontmoetingsplaatsen.

Lees verder

Bespiegeling

Natuurlijk, we hebben het klimaat, de zee, de lifestyle, het avontuur en de hulp in de huishouding, maar Afrika heeft expats meer te bieden. Vijf onverwachte meevallers van het leven als expat in Afrika.

Lees verder

Wat bracht je hier?

– Wat bracht je hier?
– Je bedoelt in Dar es Salaam?
– Nee, in Afrika.
– O, dat. Nou, eh… ik denk toch het avontuur.

Lees verder

Dar es Salaam Yacht Club

In je studententijd zijn er van die kroegen die aanvoelen als een verlengstuk van je studentenhuis. Je hebt er je favoriete plekje, het personeel groet je als je binnenkomt, je kent de incrowd en op de wc weet je precies welke tegeltjes los zitten. In Dar es Salaam bestaat ook zo’n gelegenheid, maar het is geen café. Het is de Yacht Club.

Lees verder

Hondsdolheid

Het is een vrijdagavond begin december 2005. Onze kinderen zijn onder de twee, de jongste pas vijf maanden, dus we willen maar één ding: slapen. Echtgenoot ligt al in bed als ik in het duister nog een glas water ga halen in de keuken. Door de glazen voordeur zie ik het silhouet van een kat. Terug in bed zeg ik:
– Vandaag is Zoon trouwens gebeten door die kat.
Korte stilte. Dan knipt Echtgenoot het nachtlampje aan en gaat rechtop zitten.
– En dat zeg je nu pas?

Oja. Rabiës. Goh. Helemaal niet aan gedacht.

Lees verder

Inentingen in Swaziland

Het is september 2005. We wonen in het zuiden van Swaziland, in het dorpje Big Bend, genoemd naar een grote bocht in een rivier. Onze dochter is zes weken oud en heeft haar tweede set inentingen nodig. De eerste set kreeg ze bij haar geboorte in Zuid-Afrika.

Omdat de kliniek in Big Bend een grote rode vlag is, rijden we op een zaterdagmorgen naar het dichtstbijzijnde stadje Manzini, ongeveer een uur verderop, omdat we daar een goede arts kennen. Hij is van Rwandese afkomst en we vertrouwen hem. Tijdens mijn zwangerschap was ik er een paar keer geweest en dat was naar alle tevredenheid. De arts geeft onze dochter haar inentingen en na korte tijd staan we weer buiten.

Als we in de auto zitten, sla ik me voor het hoofd.
– Shit, we hebben de houdbaarheidsdatum niet gecontroleerd.
In onze kliniek in Zambia was het standaardprocedure om patiënten de houdbaarheidsdatum te laten controleren. Of je wilde of niet: er werd geen prikje gezet voor je had bevestigd dat het vaccin in orde was.
– Het zal toch wel goed zijn? vraagt Echtgenoot.
– Ja… nou… ik weet het niet. (Korte stilte). – Ik kan er vast niet van slapen vannacht.
– Het is vast goed, zegt Echtgenoot.
Ik voel een diepe bezorgdheid in me opkomen. We wonen al drie jaar in Afrika en hebben medisch al het een en ander meegemaakt.
– Liefste, zou je het toch even binnen willen navragen? Alsjeblieft. We zijn hier nu. Het is vijf minuten.
Echtgenoot zucht. De nacht was kort, de dagen zijn lang, en het is tijd voor het weekend.
– Ik blijf wel in de auto met de kinderen, zeg ik. – Dan kan ik meteen Dochter voeden.
Echtgenoot zucht opnieuw. Dan stapt hij uit.

Ik voed onze dochter. Vijf minuten gaan voorbij. Tien. Vijftien. Twintig. Ik neem me voor om voortaan altijd de uiterste houdbaarheidsdatum te controleren.
Na een half uur stapt Echtgenoot weer in de auto.
– En? vraag ik. – Was het verlopen?
– Nee, zegt Echtgenoot. – Ze hebben haar de verkeerde inentingen gegeven.
– Waaat?!!

Lees verder

Initiatief is nergens goed voor

Een paar maanden geleden wees onze dada me erop dat ons aanrecht aan het desintegreren was. Het blad, van geperst hout met een plastic toplaag, was bij de spoelbakken gaan uitzetten en rotten. Dat kan gebeuren in de tropen, zelfs in een huis dat nog geen vier jaar oud is. De dada raadde me aan om er iets aan te doen. Tja. Ik vond het nog wel gaan eigenlijk. Tuurlijk, mooi is anders, en allicht was er een verband tussen het rottende aanrecht en de toename van ongedierte in het huis, maar je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Grimmig dacht ik terug aan Mister Fixer, een fundi die me van verschillende kanten was aangeraden. Alles kon hij fixen, zo beweerde hij, en dus vroeg ik hem drie klusjes uit te voeren in ons huis. Toen hij klaar was, bleken alledrie de objecten effectief geonfixt, één zelfs dusdanig dat het voor altijd beyond fixable was – het kastje dat mijn opa voor me timmerde toen ik twee was. Sindsdien koester ik een diep wantrouwen jegens fundi’s en laat ik de dingen liever ongefixt.

Maar misschien had ze gelijk, dacht ik. Misschien moest ik me niet uit het veld laten slaan door eerdere ervaringen met huisbazen en fundi’s en het er niet bij laten zitten. Wilskrachtig en doortastend moest ik zijn. Initiatiefrijk en ondernemend. De wereld met vertrouwen tegenmoet treden. Dus dat deed ik. De triomf van de hoop boven de ervaring.

Lees verder

Twee benen, twee landen

In het ene land rijd je links.
In het andere land rijd je rechts.

In het ene land drink je kraanwater.
In het andere land mineraalwater.

In het ene land groeten voorbijgangers elkaar.
In het andere land groeten ze elkaar niet.

In het ene land kun je veilig fietsen en wandelen.
In het andere land word je overvallen als je wandelt.

In het ene land zijn zachte bermen waar mensen lopen.
In het andere land zijn lege stoepen.

In het ene land worden je voeten vies, al loop je de hele dag op hakken.
In het andere land blijven je voeten schoon, al loop je de hele dag op blote voeten.

In het ene land wonen je dierbaarste vrienden.
In het andere land wonen je nieuwe vrienden, die het best snappen hoe je leeft.

Het ene land is zacht.
Het andere 
land is hard.

Het ene land is hard.
Het andere land is zacht.

Expatvrouwen in Afrika

– Ik moet hangen, ik moet zo naar de Nederlandsevrouwenavond.
– Ha ha ha! Wat is dat?
– Gewoon, een avond met Nederlandse vrouwen.
– Zeker veel parelkettingen?
– Nee hoor…
– Nou, sterkte!

Zei mijn vriendin. Sterkte. Alsof mij sterkte toegewenst moest worden omdat ik een avondje uit zou gaan met Nederlandse expatvrouwen. Terwijl Nederlandse expatvrouwen, althans die in Afrika, stuk voor stuk aardige, ondernemende en flexibele wereldburgers zijn. Sommigen wat meer dan anderen natuurlijk, maar toch.

Mijn niet-expatvriendin had duidelijk een ander beeld van expatvrouwen. Het woord parelketting zegt het eigenlijk al. Bij ‘parelketting’ denk je nou niet direct aan mensen die zich inzetten voor weeskinderen of gorilla’s. Bij parelkettingen denk je meer aan lippenstift en pedicures, aan praten over de promotie van je man en aan een luxeleven langs het zwembad.

Mijn vriendin dacht natuurlijk niet aan mij, maar toch ben ik een Nederlandse expatvrouw en daarom voel ik me toch aangesproken. Het is niet leuk om in de communis opinio gezien te worden als een… als een… nouja, als iemand die de hele dag naast een zwembad ligt. Bovendien klopt het beeld niet. Daarom een korte schets van de bewuste vrouwenavond.

Lees verder

Het aanvragen van een nieuw paspoort

Gemeentehuis Den Haag, december 2012

– Goedemorgen, kan ik u helpen?
– Goedemorgen. Wij wonen in Tanzania en komen een nieuw paspoort aanvragen. Onze paspoorten verlopen in maart.
– Dat kan. Heeft u de Nederlandse nationaliteit?
– Ja.
– Sinds wanneer bent u uitgeschreven uit Nederland?
– Sinds maart 2005.
– Heeft u alle bescheiden bij u?
– Jazeker.
(Triomfantelijk halen we al onze bescheiden tevoorschijn. Het ingevulde aanvraagformulier, onze huidige paspoorten, pasfoto’s die gemaakt zijn volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid en zelfs een kopie van ons trouwboekje. Aan alles is gedacht. Op paspoortinformatie.nl staat een lijst met benodigdheden, dat was erg handig. Toch loopt het fout.)

Lees verder

Huizenbroeds

Als ‘verhuizen’ betekent ‘van hoofdverblijf wisselen’, dan ben ik in mijn leven meer dan veertig keer verhuisd. Het merendeel van die verhuizingen vond plaats tussen 2001 en 2006, toen wij in Afrika op korte contracten werkten. Dit had effect op mijn dromen – zowel de nachtelijke dromen als die van overdag.

Lees verder

KLM is vroeg vandaag

Het is avond. Ik schrijf aan mijn bureau, vriendelijk verlicht. Echtgenoot zit in bed te lezen. De kinderen liggen te slapen. Buiten is het stil. Ik hoor alleen het tsjirpen van een krekel, het kwaken van een kikker en het monotone kwie – kwie – kwie van een nachtzwaluw.

Dat is zo mooi aan Afrika: dat de nachten nog stil en donker zijn. Dat je de zee in de verte hoort ruisen. Dat je buiten heel duidelijk Orion aan de hemel ziet staan, en dat je het sterrenbeeld gedurende de nacht ziet overtrekken. Het goede leven in Afrika.
Maar het goede leven verdwijnt. De ontwikkeling rukt op. Ook hier.

Lees verder

Het leven is van een ongekende innigheid

Een lezer van dit blog stuurde me het volgende fragment.

Het leven is van een ongekende innigheid.

Ergens loopt een scheidslijn die ons verdeelt in burgers en avonturiers. Burgers zullen het geluk en de charme van dit bestaan nooit begrijpen. Zij missen het comfort van de steden, de ijsfabrieken, het electrische licht, scholen, doktoren en de bioscoop, waar men de romantiek van een verlaten eiland vanuit een diepe fauteuil en voor een avond aangenaam kan genieten.

Met de avonturiers valt te praten, zij begrijpen het genot van een tocht in een lekke prauw, de opwinding van een onverwacht schot en de schreeuw van een stervend dier, het ongemak van regens, bandjirrende rivieren en een lekkend dak. Want wiens leven licht is door de genade van het avontuur, voelt een heimwee in de steden en de bewoonde plaatsen en een lichte wrevel om het onglorieuze bestaan, beveiligd en zonder risico’s. Ze waren de verloren zonen, die uitzeilden en stierven en de koloniën zijn overzeese gewesten geworden en avonturiers worden er het liefst geweerd.

Gelukkig zijn hier en daar nog eenzame plaatsen en verborgen eilanden, waar een dwaas kan leven en danken voor de genade van zijn uitzonderlijk bestaan.

De passage komt uit Het laatste huis van de wereld van Beb Vuyk (1954). Beb Vuyk was een Nederlandse schrijfster, geboren in Rotterdam, die lange tijd op de Molukken woonde.

Jaren geleden, tijdens een reis door de Sahara, ontmoette ik een bioloog die zelf ook op de Molukken had gewoond. Steeds opnieuw begon hij tegen me over Beb Vuyk. Toen begreep ik niet waarom. Nu wel. Afgezien dan van de opwinding van een onverwacht schot.

Vijf hardnekkige misverstanden over Afrika

Sommige vooroordelen staan zo ver af van de werkelijkheid dat je er het liefst een generalisatie tegenaan gooit om het contrast aan te tonen. In dit stukje zal ik proberen om vijf hardnekkige misverstanden over Afrika uit de weg te ruimen.

Lees verder

Espresso in de tropen

Het leven is een doffe aaneenschakeling van desillusies.

Jans (van Jan, Jans en de kinderen), toen er een wolkje voor de zon kwam

In Tanzania gaat alles traag. Om dit te illustreren komt hier de analogie van de boor. Dit is wat er gebeurt als je in Tanzania een schilderijtje wilt ophangen.

Lees verder

Oysterbay

Zes jaar geleden kwamen wij te wonen in Oysterbay, aan de voet van het schiereiland. Ik zal niet zeggen dat het schiereiland sindsdien onherkenbaar veranderd is, maar we leefden toen wel in een andere wereld. In Oysterbay liepen vrijelijk koeien rond. Het buurtschap stond vol met oude, koloniale, boerderijachtige huizen met rode pannendaken. Om de huizen en tuinen stonden geen muren, maar dichte heggen. De meeste wegen waren verhard, maar niet bestraat. Langs de weg stonden telefoon- en elektriciteitspalen. Kippen en geiten scharrelden rond op zanderige kruispunten. Straatverlichting ontbrak: ’s nachts was het aardedonker. Met andere woorden: het was je reinste Broek in Waterland, maar dan zonder water.

Lees verder

I don’t mind no power

I don’t mind no water, I don’t mind no power, I am just so happy to live here. We’re so lucky.

zei mijn vriendin uit de grond van haar hart. Ik was het helemaal met haar eens. Inténs eens, waren we het. Allicht is dit voor de onvermoede lezer moeilijk voor te stellen, na alle berichten over no power, no water. Zitten er soms aspecten aan Afrika die hier tegenop wegen? Of is het, o horror, is het misschien juist dat no water, no power dat het leven… aantrekkelijk maakt?

Lees verder

Expats leiden een luxeleven

Jullie leiden daar toch maar een luxeleven,

sprak een Nederlandse kennis van ons. Dat schoot mij toen, op dat moment, jaren geleden, enigszins in het verkeerde keelgat. Ik had net uitgebreid verteld over de ontberingen die we geleden hadden. Maandenlang geen elektriciteit, dagenlang geen water… als je het niet hebt meegemaakt, is het moeilijk voor te stellen welke impact dat heeft op het dagelijks bestaan. Ik had verteld over de inspanningen die het kost om iets futiels voor elkaar te krijgen, over onze zorgen om goede medische voorzieningen voor onze kinderen, over het gevoel er samen helemaal alleen voor te staan… Hallo, had ze eigenlijk wel zitten luisteren? Toch kan ik niet ontkennen dat ik hier een luxeleven leidt. Het is alleen een heel ander soort luxe dan in Nederland. Geloof me, Nederland is superdeluxe vergeleken met Tanzania.

Lees verder

Mijn eerste tocht naar Kawe

In 2006, een paar maanden na mijn aankomst in Tanzania, reed ik voor het eerst naar Kawe. Kawe zit nu aan Dar es Salaam vast, maar toen lag het voor mijn gevoel buiten de stad. Een tocht naar Kawe was een onderneming – in elk geval die eerste tocht.

Lees verder

Marskramers

– Wat wil je nou echt onthouden aan Dar es Salaam?
– De marskramers.
– De MARSkramers? In welke eeuw leven jullie daar?
– Eenentwintigste.
– Maar marskamers zijn toch allang uitgestorven?
– Hier niet. Ze lopen langs de huizen met een stuk karton op hun rug. Daarop hangt alles wat ze verkopen.
– Wat eh, archaïsch.
– Ja. En ze hebben een badeend in hun hand om hun komst aan te kondigen.
– Dat verzin je niet.
– Nee.

Eerste woorden Swahili

– Wat ben je aan het doen?
– Ik ben aan het werk.
– Pole.

Pole is een van de eerste woorden die je leert in Dar es Salaam. De letterlijke vertaling is ‘sorry’, maar de betekenis verschilt van het Nederlandse sorry. Bij ons is sorry een verontschuldiging: de spreker excuseert zich voor iets waar hij zelf schuld aan heeft. In het Swahili is ‘pole’ meer een algemeen blijk van medeleven. Als je ziek bent: Pole. Als je struikelt: Pole. Als je een balpen laat vallen: Pole. Alles wordt gepoled.

Pole mag niet verward worden met polepole. Dat betekent: rustig aan, of, om de herhaling erin te houden, slowly slowly. De uitdrukking doet me denken aan die Romeinse centurion uit Asterix die steeds zei: “Rustig aan… rústig aaaan”.

Een authentieke houten trimaran (mtumbwi) met de naam ‘Polepole’ rust uit aan de oostkust van Zanzibar.

Kesho

Een ander woord dat je als nieuwkomer snel leert, is kesho, morgen. Om de draagwijdte van dit begrip ten volle te illustreren, vertel ik het verhaal van onze mooie AEG wasmachine (RIP). Stel je voor een situatie waarin je wasmachine kapot is. De wasmachinefundi komt, schroeft de wasmachine volledig uit elkaar – letterlijk: de wasmachine was niet meer als zodanig herkenbaar – en houdt aan het eind triomfantelijk één onderdeel omhoog: de automatische timer. Die zou het niet meer doen. De fundi biedt aan om een nieuwe te kopen op de markt in Kariakoo en vraagt om geld. Dat komt slecht uit: al het geld is op. Echtgenoot zou net die dag naar de bank gaan. Fundi belooft dat hij aan het eind van de middag even langs komt om het geld op te halen en vertrekt. De automatische timer neemt hij mee. De wasmachine is gedegradeerd tot twee vierkante meter tandwielen en schroefjes, plus een herkenbare trommel.

Helaas komt de fundi die dag het geld niet ophalen. De volgende dag ook niet. De rest van de week ook niet. Wat volgt, zijn twee weken vol vruchteloze pogingen om de wasmachinefundi te bereiken. Eindelijk, na twee weken, lukt dat, via de telefoon van echtgenoot. Ik neem alle beleefdheden in acht.

– Goedemorgen Mr. Mesar. Hoe gaat het?
– Goed.
– Dit is Anne uit Oysterbay. Mijn wasmachine ligt uit elkaar. U zou het geld komen ophalen voor een nieuwe timer. Weet u nog?
– Ndio. [Ndio betekent ‘ja’]
– Great! Wanneer denkt u te kunnen komen?
– Kesho.

Kesho, morgen, betekent zoveel als: ik kom, maar niet morgen. Erger is het als ze zeggen: labda kesho, misschien morgen. Dat betekent: ik kom niet.

Om het wasmachineverhaal af te maken: de wasmachinefundi kwam uiteindelijk geld ophalen om een nieuwe timer te kopen. Een dag later was hij terug, met de oude timer, waar, zo zei hij, een nieuw onderdeel in zat. Het oude onderdeel kon hij mij niet laten zien. Ik voelde een diep wantrouwen in me opkomen, maar vroeg hem toch om de wasmachine weer in elkaar te zetten. Dat lukte, tot mijn verrassing. Helaas konden we de werking niet testen, want er was geen stroom. Toch de fundi maar betaald – hij had tenslotte aantoonbaar arbeid verricht: de schroefjes waren weg.

Badaaye

Uiteraard heeft onze wasmachine het nooit meer gedaan. Hij ging wel aan, maar hij waste niet. Nog een paar keer probeerde ik de fundi te bereiken. Eén keer nam hij op.

– Mr. Mesar?
– Na’am. [Ook na’am betekent ‘ja’, het komt uit het Arabisch]
– Dit is Anne uit Oysterbay. U had mijn wasmachine gerepareerd.
– Ndio.
– Het spijt me, maar hij doet het nog steeds niet. Kunt u nog een keer langskomen?
I am far, far away.
– Waar bent u dan?
– Tanga.
Tanga is een volle dagreis van Dar. Daar ga je niet heen voor een paar dagen. Voor het effect had hij net zo goed kunnen zeggen: Singapore.
– En eh, wanneer bent u weer in Dar es Salaam?
– Badaaye.

Badaaye betekent ‘later’. Het kan refereren aan straks, maar ook aan een vage, verre toekomst. Als een fundi badaaye zegt, betekent dat: ooit.
En zo zijn we nu, na bijna zes jaar in Tanzania, bezig aan onze derde wasmachine.

Polepole

Het grappige is dat expats in Dar woorden uit het Swahili overnemen in hun dagelijks taalgebruik. Als ik een vriendin text dat ik ziek ben, sms’t ze terug: Pole sana. Als een vriendinnetje afscheid neemt, zegt ze: See you kesho. En als ik weer eens te veel hooi op mijn vork genomen heb, maant men mij: Polepole.

Op tijd afspreken?

Gesprek tussen twee expats. De ene expat, laten we hem Piet noemen, is nieuw in Dar es Salaam. De andere, we noemen hem Jan, woont er al jaren.

Piet en Jan gaan samen een weekendje weg in Tanzania. Het is nu november.

Piet: – Ik denk dat we het het beste over de kerstvakantie heen kunnen tillen.
Jan: – Dat denk ik ook.
Piet: – Het zou dan kunnen op 21 of 28 januari. Wat komt jullie het beste uit?
Jan: – Wo! Dat kan ik nu echt nog niet zeggen.
Piet: – Wanneer kun je dat zeggen dan?

Jan aarzelt. Meestal besluit hij pas een paar dagen van te voren wat hij gaat doen in het weekend. Maar hij snapt ook wel dat Piet wil weten waar hij aan toe is.

Jan: – Zo rond 15 januari ongeveer?
Piet: – Maar… zo laat pas? Moet je die lodge dan niet op tijd boeken?
Jan: – Neu… Nou ja, misschien drie dagen van tevoren. Zo onhandig! Alsof je op woensdag al weet wat je zaterdag wilt doen!

Eind van het liedje was dat Piet en Jan niet samen een weekendje weg gingen.

Douchen in Dar

In Dar es Salaam is het cruciaal om de eerste druppels uit de douchekop ten volle te benutten. Dat zijn namelijk de enige druppels die aangenaam koel en verfrissend zijn. Het douchewater is de eerste seconden ijskoud, vervolgens een halve minuut gloeiend heet en ten slotte vertrouwd lauw. Heeft te maken met de waterleiding: het eerste stuk ligt in het koele, airconditioned huis, het tweede stuk buiten in de brandende zon en de rest van het water komt uit de zwarte watertank. Expats in Dar weten precies op welk moment ze hun voet, hand, hoofd of ledemaat moeten terugtrekken, op straffe van verbranding.

Organisch en krom

In 1989 was ik voor het eerst in Parijs. Ik herinner me dat het nogal een schok was om de Parijse trottoirs te zien. Ze waren geasfalteerd, uitgesleten en scheef. Dit kan niet waar zijn!, dacht ik. Dit soort stoepen associeerde ik met derdewereldlanden. Eerstewereldlanden hadden net als Nederland keurig betegelde stoepen, ik wist het zeker. Vierkant, recht en strak. Zo moest het zijn. Maar al snel vond ik de Parijse trottoirs verfrissend. Zo kan het dus ook! In Parijs realiseerde ik me dat ik meer houd van organisch en krom dan van recht en hoekig.

Ook mijn oude studentenhuis in Rotterdam was organisch en krom. In de muren zaten scheuren, er waren van hoog tot laag lekkages, een wasbak brak af, een plafond kwam eens naar beneden zetten, de verwarmingsbuizen moesten elke week worden ontlucht en sommige goten en afvoerputjes waren doorlopend verstopt. In veel opzichten was het een krot, ik geef het toe. Het was ook een labyrint: een doolhof van trappenhuizen, gangetjes, hokjes en halletjes. Ik had vrienden die na meerdere bezoeken nog steeds de douche in liepen als ze de uitgang zochten. Toch was dit huis, dit organische samenraapsel van trappen, kamers, keukens en kelders, me liever dan een nette mooibehangen meisjeskamer in een keurig studentenhuis. Het leefde en het zat vol verrassingen. Het had de potentie om iets weergaloos te worden. Iets zonder weerga. Het Huis der Huizen. Overal zag ik mogelijkheden om het huis te verbeteren. Met behoud van het organische, de vertrouwde geur, de scheefheid, de trappen en de hele structuur.

Afrika is als mijn oude studentenhuis. Het is een levendig samenraapsel van mensen, culturen, bomen, bochten, landschappen, mooie luchten, fietsen, handkarren, tuktuks en SUV’s. Het zit vol verrassingen: je weet nooit wat je na de volgende bocht aantreft. In Afrika kun je dagenlang zonder water of elektriciteit zitten (vannacht nog). In de wegen zitten kuilen, waterafvoeren zijn verstopt, overheidsdiensten functioneren niet. In sommige opzichten is het een krot, ik geef het toe, maar het heeft de potentie om iets weergaloos te worden. Iets zonder weerga. Het Continent der Continenten. Overal zie ik mogelijkheden om het te verbeteren. Met behoud van het organische, de geuren, de bomen, de mensen en de hele structuur.

In Afrika is niets strak en recht. Afrika is organisch en krom. En daarom houd ik er zo van.

Een staaltje goede service

 

– Hello Mama?
– Yes?
– How are you now?
– I am fine. Who’s speaking?
– It’s Swaziland Electricity Company!
– Ah… the electricity company. How can I help you?
– We had a power cut yesterday.
– Yes, I noticed.
– Has your power been restored now?
– Yes, it has actually, thanks.
– Okay, this was just to check if your power had been restored.
– Thanks. Are you calling the whole village?

Lees verder

Malaria en muggengebroed

– Ojee, ik ben geprikt! Ik dacht dat malariamuggen alleen ’s nachts prikten??
– Dit is een bush mosquito. Een tijgermug.
– O. Goddank.
– Deze brengt alleen knokkelkoorts over.

Elk jaar sterven miljoenen mensen aan malaria, vooral in Afrika, vooral kinderen onder de vijf. Daar hebben we er twee van. Toch volgen we het advies van de Nederlandse Travel Clinic niet op. We slikken geen malariaprofylaxe. Is dat wel verstandig? Lees verder

Tips bij waterstoringen

Voor expats die zelf ook een waterfundi pogen te worden (zie Stroomschema) hieronder enkele mogelijke oorzaken van waterstoringen. Deze storingen betroffen een Tanzaniaanse constructie die bestond uit 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes, één cruciaal kraantje en één watermeter met nippeltje (zie Twee watersystemen). Alle onderstaande waterstoringen hebben wij aan den lijve ondervonden.

Lees verder

Het stroomschema | Hoe ik een fundi werd

– I don’t have power, I don’t have water, my phone is not working, my internet is not working, the generator is out of order and the fundis drive me crazy.
– Welcome in Dar.
– How do you cope with these things?
– You have to become a fundi.
– But… but… but I don’t want to become a fundi!

Lees verder

de telefoon

Op woensdag 22 april 2009 om 11.55 uur schreef ik een stukje over Msasani Bay. Het ging over een voetbalveldje aan zee. Ik schreef mijn stukje in mijn auto, die geparkeerd stond in de schaduw van een baobab. Mijn autoraam was open. Ik keek, ik schreef, ik keek, ik schreef. Plotseling voelde ik een hand over mijn handen op de mobiele telefoon. Mijn mooie Nokia Communicator met toetsenbord, internet en e-mail. Ik keek op en zag in het geopende raampje een groot zwart gezicht dat verwrongen was van krachtinspanning. Hij trok, ik hield vast. Hij gaf een enorme ruk, mijn arm sloeg tegen het portier en ik moest loslaten. De man draaide zich om en liep rustig weg in de richting van het strand van de vismarkt. Hij droeg een rood T-shirt. Een man met een wit T-shirt voegde zich bij hem, met een even kalme tred.

Mijn eerste emotie, al tijdens de worsteling, was verbazing en interesse. Warempel, het gebeurt dus echt, het is geen urban legend, het gebeurt nu met mij, zo gaat dat dus! De tweede emotie was een aarzeling tussen berusting en haast. De haast won. Onder een andere baobab stonden een paar Tanzanianen. Terwijl ik uitstapte riep ik: – HEEEEELP! HE’S STEALING MY PHONE! GET HIM! THE ONE IN THE RED T-SHIRT! HEEEEEELP! THEFT! HE’S STEALING MY PHONE!

Dit had geen enkele uitwerking op de Tanzanianen onder de baobab. Ze keken mijn richting uit, dat was alles.

Lees verder

Tips voor stroomstoringen

– I just spent 30 hours without electricity.
– How do you cope?
– You cope.

De mens is een flexibel wezen. Alles went, ook leven zonder stroom. Het zijn dan ook niet de stroomstoringen die mij dwarszitten aan Afrika, maar het onbenul van de waterfundi’s [loodgieters]. Daar zal ik het een andere keer over hebben. Dit stukje gaat over het omgaan met stroomstoringen.

Lees verder

Leven in een elektriciteitsluw land

– Doen jullie vanavond mee aan Earth Hour?
– Earth hour?
– Ja, dat alle lampen een uur uitgaan?
– Earth Day zul je bedoelen.
– Earth Day?
– Ja, ik zit al de hele dag zonder stroom.
– Ha ha ha!
– Dus ik zal wel moeten meedoen, vrees ik, of ik nu wil of niet.

In Dar es Salaam duurde Earth Hour dit jaar ongeveer dertig uur. Het was niet eerder voorgekomen dat we zo lang zonder stroom zaten. Rond elf uur ’s morgens was ze al uitgevallen. Meestal komt de elektriciteit rond zes uur ’s avonds weer terug, maar in de straat om de hoek was een houten elektriciteitspaal omgevallen en zo kwam het dat onze buurt voor het eerst in drie jaar een hele nacht zonder stroom zat. Pas de volgende middag floepten de lampen weer aan.

Ook in een ander opzicht is het Tanzaniaanse Earth Hour niet te vergelijken met het mondiale Uur Aarde. In Sydney, Being, Parijs, Londen en New York gingen alleen de lichtschakelaars van de landmarks om, terwijl in Dar es Salaam het hele elektriciteitsnet uitviel. Stoplichten en straatverlichting, kassa’s en koelingen, airconditionings en boilers, modems en computers. Maar gelukkig is men er in Tanzania op voorbereid.

Lees verder

Pijnboompitten uit Nederland

 

– Jemig, wat is dit een lekkere salade!
– De pijnboompitten doen het ‘m.
– Waar heb je die op de kop getikt?
– In Nederland.
– In Nederland??
– Ja, ik neem altijd tassen vol eten mee. Straks komt de gerookte zalm!

In Dar es Salaam zit ik in een boekenclub. Om de maand organiseert een van de boekenmeisjes een lunch met alles erop en eraan. Fantastische gerechten met verse tonijn, Libanese hapjes, delicate soepen en geflambeerde desserts. Anders dan de literatuurbijeenkomsten die ik hiervoor kende – elkaar in rokerige cafés of op nachtelijke stranden bedwelmen met poëzie, citaten en Guust Flater – maar niet verkeerd.

Toen ik aan de beurt was, stond ik uiteraard voor de taak om zelf met iets speciaals voor de dag te komen. Ik had geen producten meegenomen uit Europa en moest dus iets in elkaar flansen met de ingrediënten die hier voorhanden zijn. Dat ging prima. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje belachelijk om lekkernijen mee te nemen uit Nederland. We wonen nu eenmaal in Afrika en hier is nu eenmaal minder te krijgen. Je kunt toch niet voor een heel jaar lekkernijen inslaan? En wat is de volgende stap? Afwasborsteltjes importeren? IKEA-meubels?

Aan de andere kant neem ik zelf jaarlijks veertig kilo Nederlandstalige boeken mee. Schoenen voor de hele familie. Zachte tandenborstels. Een paar pakken hagelslag. Wat is het verschil? Zelf beperk ik me toch ook niet tot wat hier aan literatuur te lezen is? Het was duidelijk: mijn vooroordelen moesten overboord. Het roer moest om.

Een paar maanden na de lekkere salade was mijn man voor zijn werk in Rome.
– Moet ik nog wat meenemen?, vroeg hij.
– Ja graag, zei ik. Pijnboompitten. En wat gerookte zalm.

Niet toeteren maar foeteren

Tanzaniaan fietst over snelweg
UTRECHT – Een 33-jarige student diergeneeskunde uit Tanzania dacht woensdagmiddag op zijn mountainbike een stukje te kunnen afsnijden via de snelweg. Onderweg van zijn huis in Utrecht naar de universiteit op De Uithof werd hij door de politie van de A27 geplukt. Tussen het langsrazende verkeer viel de Tanzaniaan met zijn wollen muts en handschoenen op de vluchtstrook snel op. Volgens de man is fietsen op de vluchtstrook in zijn eigen land heel normaal.
Bron: Algemeen Dagblad, 4 januari 2007.

Inderdaad. Het is in Tanzania volkomen normaal om op de snelweg te fietsen. Dar es Salaam kent nauwelijks fietspaden, dus fietsers, guta’s (bakfietsen) en handkarren rijden gewoon over de weg. Ik vind het wel charmant, maar de olie moet wel heel erg pieken wil ik op de snelweg gaan fietsen.

Onder expats, emigranten, backpackers en toeristen is het gebruikelijk om te stellen dat de Afrikaanse rijstijl chaotisch en agressief is. Ik ben het hier niet mee eens.

Lees verder

Twee watersystemen

Dus als ik het goed begrijp hebben we 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje?

Een huis met 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje.

– Schat, kun je het me nog één keer uitleggen?
– Okee. Er zijn twee watersystemen.
– Ja.
– Stadswater en grondwater.
– Ja.
– Standaard loopt het stadswater naar de onderste tank. Als de waterpomp aan staat, wordt het water van de onderste tank in de bovenste tank gepompt. In de bovenste tank kan 1000 liter water, dus als er geen stroom is heb je nog 1000 liter water die met de zwaartekracht het huis in kan vallen.
– Waar zit die waterpomp?
– Het is het middelste knopje van de drie knopjes bij de veranda.
– En die knopjes achterin de tuin dan?
– Een daarvan is van de stadswaterpomp en twee zijn van de grondwaterpomp.
– Wat doet de stadswaterpomp?
Echtgenoot draait zich naar de westelijke muur van ons plot.
– Daar bij de tuinmuur komt het stadswater ons plot op, maar we zitten aan het eind van een pijp dus er is te weinig waterdruk om het water bij de onderste tank te laten komen. De stadswaterpomp pompt het water van de tuinmuur naar de onderste tank.
– En de grondwaterpompen?
Echtgenoot draait zich naar de stellage van de borehole.
– Die zitten daar. Eén pomp is een waterdrukpomp en de andere pomp pompt het water op uit de grond naar de grondwatertank.
– Welk knopje is wat?
– Dat weet ik niet.
– Okee, en als er geen stadswater is?
– Dan zet je de stadswaterpomp uit en de pompen van het grondwater aan en dan open je DIT cruciale kraantje (echtgenoot slaat wat lang gras opzij en ontbloot zo een onopvallend rood wieltje ergens in de tuin). Dan stroomt het grondwater in de lage tank en als de waterpomp aan staat daarna in de hoge tank. Dus dan heb je grondwater in plaats van stadswater in huis.
– Dus we hebben 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 4 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje?
– Ja. Fluitje van een cent!

Lees verder

De weg naar school

– Mama, zullen we vandaag De-Weg-Met-De-Zandzakken nemen?
– Nee mama, De-Weg-Waar-De-Schoolbus-In-De-Modder-Vastzat!

Toen ik nog jong was, niet eens zo lang geleden, in de jaren tachtig, wist mijn vader een sluipweggetje van Rotterdam-Zuid naar Maasdam waarbij wij slechts één stoplicht tegenkwamen. Die mooie tijd is voorbij, maar ik dacht er laatst aan. Als ik mijn dochter naar school breng, kom ik vijf kilometer lang geen enkel stoplicht tegen. Dat feit is niet opzienbarend – alhoewel, als je bedenkt dat we in een hoofdstad met 2,6 miljoen inwoners wonen… – maar wel dat ik een combinatie van sluiproutes weet waarbij ik maar drie stukken asfalt hoef te nemen. De rest gaat over lanen waar het asfalt al lang is verdwenen, over straten die verhard zijn met klei en kiezels, over onverharde wegen vol potholes en uiteindelijk over een zandweg parallel aan de zee.

Sommige straten zijn in het regenseizoen volkomen onbegaanbaar. Het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, stoep en erf. Deze vrouw is nat tot op haar borst: zo hoog stond het water.

Sommige straten zijn in het regenseizoen onbegaanbaar. Het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, stoep en erf. Ik nam deze weg, dacht dat het wel meeviel. Ik had beter naar de vrouw moeten kijken. Haar jurk is nat tot boven de borst. Zo hoog stond het water in de straat waar zij vandaan kwam, aan het eind links. Ik had moeten weten wat me te wachten stond.

Kon ik jullie maar even mee laten kijken naar onze schoolroute. Ik rijd hem al bijna drie jaar, en elk regenseizoen opnieuw word ik overvallen door onbegrip, verbijstering, ongeloof en een lachbui. Wat zich afspeelt in het voormalige vissersdorpje Msasani is onvoorstelbaar.

Het regenseizoen verandert de straten in een soort modderige zwembaan. Het water staat soms een meter hoog, tot boven de wielen van onze hoge SUV’s. Mensen met personenauto’s kunnen hun kinderen niet meer naar school brengen omdat het water de ramen binnenstroomt. Taxi’s weigeren mensen uit Msasani af te zetten en op te halen. Sommige straten zijn in het regenseizoen volkomen onbegaanbaar: het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, berm en erf. Als de weg de bocht om gaat, gaat het water de bocht om. Met zandzakken pogen bewoners hun huizen tegen het water te beschermen en een soort van stoep te creëren, maar de golven van de auto’s die voorzichtig door de rivier rijden (ik noem het maar rivier) klotsen over de zandzakken en geven de passanten alsnog natte voeten.

Hier viel het allemaal nog reuze mee. Een kuil in de weg in Msasani Village, april 2008.

Het laatste stuk voor de strandweg is het ergst. In dat – pad zullen we maar zeggen, zitten twee diepe kuilen. Of kuilen: er zitten twee KRATERS in de weg, die tijdens het regenseizoen vollopen met water en in diepe modderpoelen veranderen. Dit noemen onze kinderen De-Weg-Waar-Eens-Een-Schoolbus-In-De-Modder-Vastzat. Soms vragen ze me om de andere weg te nemen, dat is De-Weg-Met-De-Zandzakken.

Er is nog een derde route. Toen ik deze een paar maanden geleden nam, was ik een moment werkelijk bang dat mijn Suzuki zou verdrinken. Het water liep de motorkap en de uitlaat in, ik zat tot aan de ramen in het water. Eén kuil in de rivier, één keer een afgeslagen motor en ik had de auto moeten achterlaten. Omkeren was onmogelijk omdat de berm onzichtbaar was onder het roodbruine modderwater. Ik moest dus verder. Voor me lag nog honderd meter rivier. Met vierwielaandrijving en plankgas kwam ik er doorheen. Zou er nog een andere hoofdstad zijn waar de route naar school net de Camel Trophy is?

Toegegeven, een deel van de schoolroute is onlangs verbeterd. De laan met het vergane asfalt is opnieuw geasfalteerd. De twee kraters zijn gedempt. De straten in Msasani zijn opgeknapt – tot het volgende regenseizoen.

Stroomfluctuaties

E-mail uit Big Bend, Swaziland
Hier was het vandaag ontzettend heet. Floep. De kinderen dragen alleen luiers en wij lopen halfnaakt door het huis. Floep. Soms komen we in de verleiding om de deur van de koelkast even open te laten staan om ons even te koesteren in de weldadig koude lucht. Floep. Dat doet me denken aan Zambia (floep), waar ik wel eens speelde met de gedachte om wat te gaan rijden, puur om even in de airco te kunnen zitten. Floep. Floep. Het is nogal een toestand hier want op elke floep slaat de hoofdschakelaar om.

Lees verder

Tanzania

– So you have just arrived.
– Yes.
– And you like Dar es Salaam?
– I love it!
– But you are aware of the problems of Dar es Salaam?
– Eh… what kind of problems?
– The water. The electricity.
– It can’t possibly be worse than Big Bend.

De eerste weken in Dar es Salaam vond ik een openbaring. Ze hebben terrasjes! Ze hebben boekhandels! Ze hebben cappuccino! jubelde ik naar het thuisfront. Wat een verschil met onze vorige verblijfplaats in Afrika, Big Bend, een slaperig dorpje in het zuiden van Swaziland. Big Bend had rust. En stilte. En suikerriet. En insecten. Ik houd erg van rust en stilte, en ook van insecten, maar een cappuccino op zijn tijd mag van mij wel.

In Dar es Salaam ontdekte ik elke dag nieuwe westerse geneugten. Stokbrood,  ADSL, andere expats, een binnenplaats met een vijver en fonteintjes. En toch is het helemaal Afrika, met kleine uitbaterijen langs de weg, fietsen met onwaarschijnlijke hoeveelheden goederen achterop, vrouwen in kleurige doeken, schaduwrijke bomen, onverharde wegen en vriendelijke Maasai. Een ideale combinatie van Westers en Afrikaans, met een vleugje Arabisch. Het was duidelijk: niets stond ons geluk in de weg. Als we eenmaal een eigen huis hadden gevonden, stonden ons drie zorgeloze jaren in Dar te wachten.

Maar toch. The water. The electricity. Het zou nog maanden in mijn hoofd galmen.

© 2019 Expat in Afrika — Ondersteund door WordPress

Thema door Anders NorenOmhoog ↑

test