Recente stukjes

Stukjes in de rubriek ‘Msasani Bay’

echt

Msasani Bay

het is heel eenvoudig:
wij willen hier niet weg.
wij staan hier maar
het water ligt daar
de eilanden de netten de verte
het briesje de frisse geur de schaduw

wij praten hier
kijken elkaar niet aan
het landschap beheerst het gesprek
(krabplevieren kokosnoten)

ik moet zo gaan
ik ook

alle redenen om te vertrekken
ons werk de computer de bank
telefoontjes texten e-mails
maar wij staan hier
het water ligt daar
uitgestrekt als een mooie jongen
en wij willen niet weg

wij lingeren hangen en rekken
het is net alsof we het ergens over hebben
dat hebben we ook
(krabplevieren kokosnoten
zaken van groot belang)

maar ik moet nu echt gaan
ik ook
echt


ik wil

Msasani Bay

ik wil naar dat water toe.
ik wil het wad tussen mijn tenen voelen, de frisse bries het verkoelende water
ik wil van dichtbij kijken naar de vangst van de vissers trekken aan touwen van netten met drijvers
ik wil de sterns boven de netten zien ze horen de splash in het water
ik wil een zijn met dat landschap het voelen het horen de voeten het water de wind

maar ik hoor
de ronkende motor
voel
de fan van de airco, de zon door het raam
zie
de verre vrijheid
vuile voorruit

ben
een toeschouwer

het landschap open
de auto gesloten.


6 mei 2009


da-ag

Msasani Bay

Eb. Een blauwe houten boot is drooggevallen aan het strand. Ik zie net de top boven het talud uitsteken. Op de boot staan drie stokken. Aan de stokken waaien gerafelde stukken textiel en plastic. De boot is verlaten. Ver op het wad lopen drie mannen.

Dag strandjes van de verre eilanden!
Dag hoge kokospalmen met waaierende kruinen!
Dag geïmproviseerd voetbalveld aan zee!
Dag Msasani Bay!
Da-ag jongens die net mijn auto bereikt hebben!
Jullie zijn te laat & mijn raam is dicht & ik schrijf op papier!

28 april 2009, middag


onzichtbaar

Msasani Bay

Zit ik hier te pielen met een pen en een papiertje. Alsof ik in het papieren tijdperk leef.

De schoonheid, stilheid en vredigheid van het landschap staat in schril contrast met de onzichtbare werkelijkheid van het strandje.

Het uitzicht is geruststellend. De geruststelling strekt zich uit over de werkelijkheid. Niets duidt op onveiligheid. Het is een weten, niet een voelen.

Daar: een man zittend in de schaduw van een boom.

Hier: een man slenterend over de strandweg.

Ik was van plan om hier bomen te planten. Een rij Indian almonds omdat ze goed tegen zout water kunnen en een rij flamboyants omdat ze razendsnel groeien. Misschien doe ik het nog. Maar elke boom is een potentiële schuilplaats.


28 april 2009, ochtend


wat denkt Benedicte?

Msasani Bay

– Dus jij schrijft elke dag een stukje over Msasani Bay?
– Een paar keer per week.
– Maar hoe kun je daar nu elke dag iets over schrijven?
– Dat is de uitdaging!
– Maar het is altijd hetzelfde!
– Ho ho, nu moet je oppassen.
– Vandaag is het in elk geval precies hetzelfde als gisteren.
– Nee hoor. Vandaag is het water veel lager dan gisteren. En de wolken zijn anders. En zie je die dragonflies? De lucht is vol dragonflies. Alleen in dit seizoen: geniet er maar van!
Dragonflies zijn voor mij dudu’s.


23 april 2009


vlinder

Msasani Bay

 

Ik dacht eerst dat het een dragonfly was, een glazenwasser. Soms is de lucht bij Msasani Beach vol glazenwassers. Toen dacht ik dat het een grote vliegende mier was omdat hij zo onhandig fladderde. Maar het was een vlinder. Op elk van zijn zwarte vleugels twee witte cirkels. De witte lichtjes tinkelden om me heen, aan uit, aan uit, als zilveren bungelende balletjes, en toen klapwiekten ze in de richting van de frangipani, waar ze verdwenen tussen de witte bloemen. Betovering verbroken.

 

30 maart 2009

 


het strandje

Msasani Bay

Het schiereiland van Msasani. Je reinste Albert Cuyp.

Het schiereiland van Msasani gezien vanaf Msasani Beach. Je reinste Albert Cuyp.

Ik sta op het wad. De meeste van deze stukjes schrijf ik vanaf Msasani Beach, althans vanaf de onverharde weg die parallel aan het strand loopt. Soms steek ik de twintig meter begroeiing over naar het strandje, voortdurend om mij heen kijkend want Msasani Beach is notoir gevaarlijk. Al twee keer kwam er iemand naar me toe om me te waarschuwen: één keer een expat en één keer een tandeloze oude Tanzaniaan. Het is dus een soort overwinning op mezelf om hier op het wad te staan, een stapje dichter bij de vissers en de vogels.

 

26 maart 2009


lichte cirkel

Msasani Bay

Onder de grote baobab ligt een boomstronk van een meter lang. In Afrika is een boomstronk nooit zomaar een boomstronk. Het kan een markering voor een verkeersdrempel zijn, een bushalte, een zitje en nog veel meer.

Deze boomstronk is een zitje. Vandaag zit er een man op, keurig gekleed in een diepblauw emsemble met zilver borduurwerk aan de voorkant. Op zijn hoofd heeft hij een crèmekleurig afgeplat kokerhoedje. Naast hem ligt een plastic zak.

Wat hij daar doet? Niets. Hij zit. Hij zal wel wachten. We weten het niet. Hij staat in zijn standby.

Het begint te regenen. De man reageert niet. Het zand onder de boom verandert in een lichte cirkel. En daar zit hij in.

 

25 maart 2009


de telefoon

Msasani Bay

Op woensdag 22 april om 11.55 uur schreef ik een stukje over Msasani Bay. Het ging over een voetbalveldje aan zee. Ik schreef mijn stukje in mijn auto, die geparkeerd stond in de schaduw van de tweede baobab van Msasani Beach. Het raam was geopend. Ik keek, ik schreef, ik keek, ik schreef. Plotseling voelde ik een hand over mijn handen op de mobiele telefoon. Mijn mooie Nokia Communicator met toetsenbord, internet en e-mail. Ik keek op en zag in het geopende raampje een groot zwart gezicht dat verwrongen was van krachtinspanning. Hij trok, ik hield vast. Hij gaf een enorme ruk, mijn arm sloeg tegen het portier en ik moest loslaten. De man draaide zich om en liep rustig weg in de richting van het strand van de vismarkt. Hij droeg een rood T-shirt. Een man met een wit T-shirt voegde zich bij hem, met een even kalme tred.

Mijn eerste emotie, al tijdens de worsteling, was die verbazing en interesse. Warempel, het gebeurt dus echt, het is geen urban legend, het gebeurt nu met mij, zo gaat dat dus! De tweede emotie was een aarzeling tussen berusting en haast. De haast won. Onder de eerste baobab stonden een paar Tanzanianen. Terwijl ik uitstapte riep ik: – HEEEEELP! HE’S STEALING MY PHONE! GET HIM! THE ONE IN THE RED T-SHIRT! HEEEEEELP! THEFT! HE’S STEALING MY PHONE!

Dit had geen enkele uitwerking op de Tanzanianen onder de eerste baobab. Ze keken mijn richting uit, dat was alles. Meer →


wat denkt de visser (2)

Msasani Bay

In de zon naast de grote baobab ligt een wit zeil te drogen in de zon. Onder de baobab ligt een man in de schaduw. Hij ligt op zijn rug, met zijn bovenlijf ontbloot, de handen gevouwen op de borst, voeten op het gras en knieën gepunt in de lucht. Zijn voeten zijn gericht naar de zee. Kijk. Het begin van een antwoord op de vraag wat de visser denkt. Of het nu een visser is of een zeilmaker, of hij nu denkt aan zijn zere tenen of aan de magen die hij moet vullen, hij gaat niet met zijn achterhoofd naar dit landschap liggen. Hij is zich bewust.

Op de boom staat graffiti. Iemand heeft op de bast een witte laag geschilderd en daarop staan rode en kobaltblauwe letters en tekens. Dat is zo mooi aan Afrika, dat een boom een billboard kan zijn.

Even verderop, onder de tweede baobab, ligt nog een man in de schaduw. Met zijn achterhoofd naar het water gericht.
Een theorie is er om onmiddellijk weer overboord te gooien.

 

18 maart 2009


test