Recente stukjes

Stukjes in de rubriek ‘Water en elektriciteit’

Stroom

30|07|2014 23:21 Om te onthouden

Jongens, het leven in Tanzania is zo oneindig mooi. En dat meen ik serieus. Nee, ik heb geen heimwee. Maar ik koester de herinneringen.

Stroom #1

Dar es Salaam. Een bestuursvergadering met een man of twintig, ‘s avonds om een uur of acht. Plotseling valt de elektriciteit uit en zit iedereen in het donker. Aardedonker. Geen hand voor ogen. Tot verbazing van de net aangekomen expats gaat het overleg gewoon door. Geen opmerkingen, geen verzuchtingen, geen geluidjes van verbazing, geen gelach, niets. Business as usual.

Stroom #2

Dar es Salaam. Een gezin met jonge kinderen zit aan het avondeten. Plotseling heerst er totale duisternis. Onder de tafel tasten de handen van de kinderen naar de handen van de ouders. Hardop telt iedereen af, als om het donker te bezweren:
– Veertien, dertien, twaalf, elf…
Exact op nul springt het licht weer aan. Vrolijk wordt de dis voortgezet. De zegeningen van een automatische generator.

Stroom #3

Dar es Salaam. Twee jonge vrouwen drinken een drankje op een terras aan zee. Aan de overkant van de baai, ver weg, zijn in de nacht duizenden lichtjes te zien, kilometers lang. Het zijn de lampen van huizen, bedrijven, fabrieken, wegen en auto’s. Er zijn gele, witte, rode en blauwe lichtjes. Soms zijn ze geclusterd in groepen, als de sterren aan de hemel, soms staan ze in geometrische lijnen. Plotseling valt de stroom uit. Niet op het terras, maar aan de overkant van de baai. In één klap is alles donker. Weg zijn de huizen, de straten, de cafés. Aan de overkant van de baai heerst gitzwarte duisternis. Er is geen overkant meer. Eén van de vriendinnen ziet het gebeuren.
– Zag je dat? Zág je dat? Alle lichten gingen in één keer uit! Waaaauw! Floep-weg! Zomaar!

Stroom #4

Fictief. Een astronaut kijk vanuit de ruimte dromerig naar de aarde. Al die lichtjes, al die mensen… Het valt hem op dat Afrika het donkerste continent is. Maar ook in Afrika zijn lichtjes. Plotseling verandert er iets in zijn beeld. Een groot deel in Oost-Afrika wordt zwart.
– Kevin! roept hij naar zijn collega. – Tanzania gaat weer plat.
– Heel Tanzania? vraagt Kevin retorisch.
– Heel Tanzania, zegt de astronaut.


Initiatief is nergens goed voor

22|05|2013 09:58

Een paar maanden geleden wees onze dada me erop dat ons aanrecht aan het desintegreren was. Het blad, van geperst hout met een plastic toplaag, was bij de spoelbakken gaan uitzetten en rotten. Dat kan gebeuren in de tropen, zelfs in een huis dat nog geen vier jaar oud is. De dada raadde me aan om er iets aan te doen. Tja. Ik vond het nog wel gaan eigenlijk. Tuurlijk, mooi is anders, en allicht was er een verband tussen het rottende aanrecht en de toename van ongedierte in het huis, maar je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Grimmig dacht ik terug aan Mister Fixer, een fundi die me van verschillende kanten was aangeraden. Alles kon hij fixen, zo beweerde hij, en dus vroeg ik hem drie klusjes uit te voeren in ons huis. Toen hij klaar was, bleken alledrie de objecten effectief geonfixt, één zelfs dusdanig dat het voor altijd beyond fixable was – het kastje dat mijn opa voor me timmerde toen ik twee was. Sindsdien koester ik een diep wantrouwen jegens fundi’s en laat ik de dingen liever ongefixt.

Maar misschien had ze gelijk, dacht ik. Misschien moest ik me niet uit het veld laten slaan door eerdere ervaringen met huisbazen en fundi’s en het er niet bij laten zitten. Wilskrachtig en doortastend moest ik zijn. Initiatiefrijk en ondernemend. De wereld met vertrouwen tegenmoet treden. Dus dat deed ik. De triomf van de hoop boven de ervaring.

Het onderhoudsverzoek

De afgevaardigde van de huisbaas beaamde ten volle dat dit zo niet kon. We kregen een nieuw keukenblad, beloofde hij. Marmer, zou dat goed zijn? Marmer??? Nee zeg, stel je voor. Terrazzo, stelde ik voor, dat is sterk, mooi en gaat lang mee. Terrazzo??? Ja, terrazzo, althans de moderne variant. Kijk. Ik liet hem het hippe terrazzo-aanrecht van de buren zien, gemaakt met groene splinters van Sprite-flesjes. De man keek bedenkelijk. Het líjkt niet eens op marmer, zag ik hem denken.
– Ik zal kijken, zei hij.
Het werd geen terrazzo, wist ik.

Het nieuwe aanrecht

Een paar weken later werd er een stenen plaat bezorgd, en nog weer een paar weken later, zeg maar gerust een maand, werd de oude plaat eruit gesloopt en de nieuwe erin gezet, een onderneming die een volle dag duurde. De tuinman en onze dada verrichtten hand- en spandiensten, dus tijdens de werkzaamheden trok ik me terug in onze slaap- annex studeerkamer, vol vertrouwen in de goede afloop.
Dat was een vergissing.

De eerste keer dat ik de afwas deed aan het nieuwe aanrecht was zaterdagochtend, de dag nadat het blad geïnstalleerd was. Het duurde een paar momenten voordat de verbijsterende waarheid tot me doordrong. Amerikanen plegen dergelijke ontsteltenis uit te drukken met de uitroep Oh my God.

Nu moet ik eerst even vertellen dat ik op zaterdag graag de afwas doe. Het is een moment van ontspanning, een soort me-time. Al afwassend kijk ik uit over moestuin, zing ik mee met The Velvet Underground of Bob Dylan en laat ik mijn gedachten gaan. De zaterdagmorgenafwas doe ik met plezier.

Wat blijkt, die eerste zaterdagochtend? Het nieuwe aanrecht steekt tien centimeter verder uit dan het vorige aanrecht. Met andere woorden: het aanrecht is te breed. Tegelijkertijd zijn de nieuwe spoelbakken kleiner, maar de kraan is niet verplaatst, dus (1) het kraanwater komt niet in de spoelbak, tenzij ik de kraan op zijn hardst opendraai, (2) ik kan niet meer bij kraan en straal zonder me diep voorover te buigen, (3) het ingebouwde afdruipgootje is verdwenen, zodat het water van het afdruiprek niet meer terugstroomt in de spoelbak, en (4) het blad ligt net niet waterpas, zodat al het water zzzzoep op de grond belandt.
Maar het ergste is dat ik niet meer rechtopstaand kan afwassen. Afwassen is topsport geworden. Hijgend van inspanning hang ik over het aanrecht, armen gestrekt tot onder de kraan. Ik kan de tuin niet meer inkijken. Ik zing niet meer. Het vreedzame effect is volledig weg.

– Het is niet waar! Het is niet waar!, roep ik tegen Echtgenoot.
– Het is niet te geloven! Dit… Dit land! Ik kan er niet meer tegen! Ik wil een eigen huis! Ik wil mijn eigen aanrecht! Ik wil de baas zijn over mijn eigen aanrecht!

Wellicht vindt u deze reactie wat overtrokken – de stap van een aanrecht dat niet deugt naar een land dat niet deugt is vrij groot, ik geef het toe – maar dit akkefietje is er een in een lange, lange rij. Aanvankelijk kun je nog lachen om de tragische onbenulligheden die je aantreft (zoals de constructie waarbij de afvoer van de wc op onnavolgbaar ingenieuze wijze in de douche terechtkwam), maar op een gegeven moment komt er een onbenulligheid die de emmer doet overlopen, en dan zit je eensklaps… in een dipje. Dit verschijnsel is zo algemeen bekend dat er een naam voor is: het Dar-dipje. – Ik zit in een Dar-dipje, hoor je expats wel eens zeggen. Het goede antwoord is: Pole. Een antwoord vol begrip en medeleven.

Het verhaal gaat verder

Maandagochtend komt onze dada. Zij heeft het nieuwe aanrecht nog niet uitgeprobeerd. Halverwege de ochtend ga ik een kop koffie halen in de keuken. En? vraag ik haar. Wat vind je ervan?
– Ik heb al gebeld, zegt ze. – Dit kan niet. Ik kan niet bij de kraan!
– Nee, zeg ik droog.
– En de grond is helemaal nat!
– Ik zie het, zeg ik.
Op de grond liggen natte handdoeken.
– Wat heb je gezegd? vraag ik haar.
– Dat hij misschien eens moet komen kijken hoe het is uitgevoerd.
– En?
– Ze komen kijken.
We hebben een vrij doortastende dada moet u weten. Ze heet Njerya en we houden van haar.

‘s Middags bel ik Echtgenoot op zijn werk.
– Ik heb nog eens nagedacht over dat aanrecht.
– Ja.
– Ik zie twee mogelijkheden. Eén: we brengen de kraan naar voren. Twee: we zagen tien centimeter van het blad af.
– Tot die conclusie was ik ook gekomen.

Om een lang verhaal kort te maken: ze kwamen kijken, zeiden dat het niet mogelijk was om een stuk uit het aanrecht te zagen, en zouden daarom hun toevlucht nemen tot de tweede mogelijkheid: het naar voren plaatsen van de kraan. En dat deden ze. En toen ik zag wat ze gedaan hadden, riep ik weer dat het niet waar was. Maar het was wel waar: de pijpen van de waterleiding waren verlengd en staken nu uit de muur, en de kraan was aan de verlengde pijpen bevestigd. Een mooi staaltje improvisatietechniek.

Een dag later ontvingen we van de huisbaas een brief dat de huur met 10 procent was verhoogd.

De moraal van dit verhaal: initiatief is nergens goed voor.


Een staaltje goede service

20|10|2009 10:22

 

– Hello Mama?
– Yes?
– How are you now?
– I am fine. Who’s speaking?
– It’s Swaziland Electricity Company!
– Ah… the electricity company. How can I help you?
– We had a power cut yesterday.
– Yes, I noticed.
– Has your power been restored now?
– Yes, it has actually, thanks.
– Okay, this was just to check if your power had been restored.
– Thanks. Are you calling the whole village?

Het is ongelooflijk maar waar: als in Big Bend de elektriciteit een paar uur uitviel, belde het elektriciteitsbedrijf de volgende dag even op voor, laten we zeggen, nazorg. Ik ben nooit te weten gekomen of ze iedereen in het dorp belden of dat wij een voorkeursbehandeling kregen, maar ik sluit niets uit. In sommige opzichten is de service in Afrika ongekend.

Met de telefoonlijn ging het precies hetzelfde. Weliswaar duurde het maanden voordat we een telefoonlijn hadden en de verbinding deed het dan nog eens vaak niet, maar als ik een storing doorbelde, kwamen ze nog dezelfde middag. Vervolgens bleven ze nog drie dagen lang elke dag controleren of de lijn werkte:
– Hello, it’s Ben.
– Hello Ben, how are you?
– I am fine. I am from the phone company.
– I know. How can I help you?
– Your phone is working.
– Yes, it is.
– I just wanted to check.
– Okay, thank you.
– Have a nice day!
– Same to you.

En verder kun je weer met je dag. In Afrika heb ik al veel staaltjes goede service meegemaakt, maar als Nederlander stond ik hier toch weer van te kijken. Het is één en al vriendelijkheid, niet alleen in Swaziland maar ook hier in Tanzania. Zo beschik ik over het directe nummer van de area manager van het waterleidingbedrijf. Als ik geen water heb, kan ik hem direct bellen op zijn mobiele telefoon. “Ik zit nu in de auto, maar over twintig minuten ben ik op kantoor”. Geweldig. Geen bandjes, geen eindeloze doorverbindingen met medewerkers en afdelingen, gewoon het nummer van de man die erover gaat. Het is alleen de vraag of dit haalbaar zou zijn in een land met miljoenen mondige mensen…

 


Tips bij waterstoringen

12|06|2009 13:25

Voor expats die zelf ook een waterfundi pogen te worden (zie Stroomschema) hieronder enkele mogelijke oorzaken van waterstoringen. Deze storingen betroffen een Tanzaniaanse constructie die bestond uit 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes, één cruciaal kraantje en één watermeter met nippeltje (zie Twee watersystemen). Alle onderstaande waterstoringen hebben wij aan den lijve ondervonden.

  • In de waterleiding zit een lek dat zo groot is dat er lucht uit de kraan komt.
  • De waterpomp staat uit, waardoor de bovenste watertank niet meer vol stroomt.
  • De waterpomp doet het niet meer, hetzij tijdelijk, hetzij definitief.
  • De stroom is uitgevallen [vele oorzaken mogelijk], waardoor de waterpomp geen water meer naar de bovenste tank kan pompen.
  • Er is een probleem met de drijver in de onderste of de bovenste tank.
  • De sluis in de waterleiding tussen de bovenste tank en het huis is gebroken.
  • De stadswaterpomp staat uit. Iemand heeft het knopje omgezet of de hoofdschakelaar van het elektriciteitskastje in het tuinhuis is omgeslagen.
  • De watervoorziening is afgesloten omdat de waterrekening niet is betaald.
  • De watervoorziening is afgesloten. De waterrekening is wel betaald, maar bij controle aan huis was er niemand thuis om de controleurs het betalingsbewijs te laten zien.
  • Een vlegel van buiten heeft het nippeltje van de watermeter uitgedrukt. De watermeter zit buiten de tuinmuur onder het gras. Het kostte me twee dagen om dit euvel te lokaliseren.
  • Het is weekend. Het waterleidingbedrijf voert onderhoud uit aan de waterleidingen.
  • Een hoofdpomp van het centrale watervoorzieningsysteem van de stad is doorgebrand. Kan zomaar gebeuren. In december 2008 brandden drie van de vier hoofdpompen van Dar es Salaam door. Hierdoor zat vrijwel de hele stad (3 miljoen inwoners) gedurende vijf dagen zonder water.


Het stroomschema | Hoe ik een fundi werd

12|06|2009 13:25

I don’t have power, I don’t have water, my phone is not working, my internet is not working, the generator is out of order and the fundis drive me crazy.
Welcome in Dar.
How do you cope with these things?
You have to become a fundi.
But… but… but I don’t want to become a fundi!

Een fundi is een handwerksman. Fundi’s zijn er in alle soorten en maten. Een timmerman is een fundi seremala oftewel een houtmaakfundi, een elektricien is een fundi umeme ofwel een elektriciteitsfundi en een loodgieter is een fundi bomba ofwel een waterleidingfundi. Andere fundi’s zijn gespecialiseerd in bijvoorbeeld wasmachines of generatoren. (Oplettende letterkundigen kunnen uit deze opsomming afleiden dat Swahili een taal is die gaat volgens de Left-hand Head Rule, net als het Frans, maar dit terzijde.)

Vooral waterfundi’s hebben we veel gezien. Ons nieuwe huis bleek nogal wat watergebreken te hebben. Alle wc’s lekten, naar later bleek omdat ze los op de tegels stonden. Alleen met stopkit waren ze aan de ondergrond bevestigd. Het bad lekte ook, evenals het aanrecht. In het tuinhuis kwam de afvoer van de wc via een ingenieus systeem in de douche terecht. In de badkamer van de logeerkamer zat een billendouche – of hoe heet zo’n ding – waarvan het kraantje aan de andere kant van de muur zat. Aan de buitenkant. Je ziet al voor je hoe iemand met de broek op de knieën het hele huis doorloopt, de buitendeur opent, naar buiten stapt,om het huis loopt, het kraantje van de billendouche aanzet, omkeert, de hele weg in omgekeerde richting aflegt om uiteindelijk weer plaats te nemen op het toilet om zijn billen te douchen. Je verzint het niet.
Nog een voorbeeld: de ligbaden in de badkamers waren zó geplaatst dat het laatste restje badwater niet weg kon lopen: de gootjes lagen hoger dan de rest van het bad. Achteraf bleek dit juist handig: zo hadden we altijd een restje water in huis bij waterstoringen.

En die waterstoringen waren er veel. Soms omdat de hele stad geen water had, soms omdat er geen elektriciteit was, maar meestal omdat er iets was uitgeschakeld dat ingeschakeld moest zijn. Inmiddels wonen we drie jaar in dit huis en hebben we voor vrijwel alle waterstoringen een verklaring gevonden. Op een gegeven moment denk je alle mogelijke oorzaken wel te kennen, maar dan blijkt er toch weer ergens een cruciaal nippeltje te zitten dat ingedrukt moet zijn maar uitgedrukt was.

Om de oorzaak van een waterstoring te achterhalen, loop ik in gedachten altijd een soort stroomschema af. De technisch schrijver in mij verlangt dat ik dit virtuele stroomschema op papier zet. Geniet even mee en bedenk hoe heerlijk het is als er altijd water uit de kraan komt. Meer →


Tips voor stroomstoringen

22|04|2009 09:28

– I just spent 30 hours without electricity.
– How do you cope?
– You cope.

De mens is een flexibel wezen. Alles went, ook leven zonder stroom. Het zijn dan ook niet de stroomstoringen die mij dwarszitten aan Afrika, maar andere dingen. Ik aarzel een beetje om het over die ‘andere dingen’ te hebben want ik ben een mooi-weer-schrijver.

So how do you cope? Je copet. Of liever gezegd: je koopt. Je koopt apparaten die de stroomstoringen verlichten. Slimme ondernemers weten precies waar consumenten in elektriciteitsluwe gebieden om zitten te springen. Een paar tips:

  • Koop een laptop. Met een laptop kun je ook werken als de stroom is uitgevallen. Drie of vier uur per dag kunnen werken is een verschil van 25 procent: kies dus een laptop met een lange standbytijd.
  • Als je geen laptop wilt, koop dan in elk geval een UPS. Met een UPS heb je net genoeg tijd om de computer goed af te sluiten als de stroom uitvalt.
  • Kies een internet provider met een modem die zijn voeding uit de laptop haalt. Op die manier kun je blijven internetten als de stroom uitvalt. Kies ook een externe harddisk die zijn voeding uit de laptop haalt.
  • Koop een fornuis met twee pitten op elektriciteit en twee pitten op gas. Dit soort fornuizen kun je in elk elektriciteitsluw gebied aanschaffen. In sommige landen zijn ook gasovens en zelfs koelkasten op gas te koop.
  • Een koelkast kan zonder problemen twaalf uur zonder stroom, ook in tropische klimaten. Alles blijft goed. De vriezer kan ook twaalf uur zonder stroom, mits je hem niet opent. Zelfs het kleinste kiertje is funest: dan zet de dooi in.
  • Investeer in een goede inverter. Een inverter is een soort oplaadbare batterij. Als er stroom is laadt hij op en als de stroom uitvalt kun je er elektrische apparatuur op aansluiten, bijvoorbeeld lichten, koelkasten en fans. Om een inverter op te laden heb je overigens wel een bepaald aantal uur stroom per etmaal nodig.
  • Als je veel apparaten op oplaadbare batterijen hebt, koop dan een paar extra opladers om parallel te kunnen opladen.
  • Koop een paar olielampen.
  • Koop een tafellamp op zonne-energie. Handig als je kinderen graag met een nachtlampje slapen. Het voorkomt dat ze midden in de nacht schreeuwend van angst wakker worden omdat het plotseling aardedonker is in hun kamer.
  • Kies een huis met grote ramen zodat je ook tijdens de schemering kunt zien. Rond etenstijd is het in onze keuken in Tanzania al zo donker dat we alleen handen voor ogen kunnen onderscheiden.
  • Koop een ouderwetse cafetière. In Tanzania 60 dollar, bij IKEA 10 euro.
  • Koop een mechanische vruchtenpers. Voor tropisch Afrika is roestvrij staal een aanrader. Een mechanisch broodrooster bestaat helaas niet.
  • Koop scheermesjes. Een man in Afrika scheert zich met scheermesjes.
  • Koop een hoofdzaklamp. Handig als je in het donker de olielamp moet zoeken.
  • Een generator is handig maar prijzig in het gebruik. Het kost minimaal 5 dollar om een kleine generator een uur te laten draaien. Goedkope generatoren maken veel lawaai en stinken. Dure generatoren zijn duur.
  • Zonnepanelen zijn nog vrij duur. De investering loont alleen als je ergens jarenlang denkt te gaan wonen. In het buitenland schijnen al verhuisbare zonnepanelen te koop te zijn. Een ideale oplossing!
  • Kies een mobiele telefoon met een gigantische batterijcapaciteit. De ideale mobiele telefoon voor Afrika is een opwindbare telefoon of een telefoon met een zonnepaneeltje. En is er al een slimme ondernemer die voor Afrika mobieltjes met een ingebouwde zaklamp heeft ontwikkeld…?


Leven in een elektriciteitsluw land

16|04|2009 08:33

– Doen jullie vanavond mee aan Earth Hour?
– Earth hour?
– Ja, dat alle lampen een uur uitgaan?
– Earth Day zul je bedoelen.
– Earth Day?
– Ja, ik zit al de hele dag zonder stroom.
– Ha ha ha!
– Dus ik zal wel moeten meedoen, vrees ik, of ik nu wil of niet.

In Dar es Salaam duurde Earth Hour ongeveer dertig uur. Het was niet eerder voorgekomen dat we zo lang zonder stroom zaten. Rond elf uur ’s morgens was ze al uitgevallen. Meestal komt de elektriciteit rond zes uur ’s avonds weer terug, maar in de straat om de hoek was een houten elektriciteitspaal omgevallen en zo kwam het dat onze buurt voor het eerst in drie jaar een hele nacht zonder stroom zat. Pas de volgende middag floepten de lampen weer aan.

Ook in een ander opzicht is het Tanzaniaanse Earth Hour niet te vergelijken met het mondiale Uur Aarde. In Sydney, Being, Parijs, Londen en New York gingen alleen de lichtschakelaars van de landmarks om, terwijl in Dar es Salaam het hele elektriciteitsnet uitviel. Stoplichten en straatverlichting, kassa’s en koelingen, airconditionings en boilers, modems en computers. Maar in Tanzania is men voorbereid op stroomuitval.

Stroomrantsoenering

In 2006 kampte Tanzania met stroomrantsoenering. Eerst hadden de waterkrachtcentrales onvoldoende water voor stroomopwekking en hadden we nog maar twee dagen in de week stroom. Toen ontplofte er een dieselgenerator in Dar es Salaam en hadden we nog maar één dag in de week stroom. Elke ochtend om 07.00 uur ging in heel Tanzania het licht uit. Heel Tanzania? Heel Tanzania. Het moet een indrukwekkend schouwspel zijn geweest vanuit de ruimte: alsof iemand aan het koordje van een kosmisch peertje trok. Floep. Tienduizenden lampen, koelkasten, televisies en radio’s sloegen tegelijk af. Om 19.00 uur kwam de stroom weer terug. In principe was er ‘s nachts elektriciteit, maar als de maan vol was, vond de man van het elektriciteitsbedrijf dat het buiten voldoende licht was en ging de schakelaar alsnog om. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat er ’s nachts een wolk voor de volle maan schoof en dat toen meteen de stroom weer werd ingeschakeld. Het gaf me het gevoel alsof ik meespeelde in The Truman Show. Heel bevreemdend.

Je kunt je vantevoren geen inschatting maken van het effect van continue stroomstoringen: maatschappelijk, financieel, sociaal en psychologisch. Een uur zonder stroom is avontuurlijk, een week zonder stroom is behelpen, een maand zonder stroom is afzien. Tanzania zat zeven maanden zonder stroom. De meeste commerciële instellingen in Tanzania hebben een generator, maar de dieselkosten drukten zwaar op de winst. Een luxehotel in Dar es Salaam moest maandelijks meer dan honderdduizend dollar aan diesel uitgeven om het hotel draaiende te houden. Kleine ondernemers zonder generator zagen zich gedwongen om ’s nachts te werken, wanneer er wel elektriciteit was. Een onverwacht sociaal gevolg was dan ook dat mensen vermoeid waren. De timmerman moest immers ’s nachts werken, maar overdag orders aannemen en meubels afleveren.

Rotterdam

Toch is Tanzania beter voorbereid op stroomstoringen dan Nederland. In december 2002 had ik het voorrecht om een stroomstoring in Rotterdam mee te maken. Het was fascinerend om te zien hoezeer wij in Nederland afhankelijk zijn geworden van elektriciteit. Het verkeer was een chaos omdat de stoplichten niet werkten. In de tunnel onder de Maas kwam een metro tot stilstand. De Albert Heijn was donker en dicht: de elektrische kassa’s en de koelingen deden het niet meer. Ook andere winkels waren gesloten, maar de deuren bleven open staan – dat krijg je met elektrische deuren. Noodgedwongen zaten winkeljongens en -meisjes in de deuropeningen te blauwbekken om de winkels te bewaken. Het kantoorpersoneel bleef braaf wachten tot de stroom terugkwam, maar om vier uur vonden ze het mooi geweest en verlieten ze allemaal tegelijk hun werk. Een ongelooflijk effect: het hele stadscentrum kwam tot stilstand. Een vriend die in een moderne flat aan de rand van de stad woonde, meldde al na een paar uur dat hij geen water meer had. Hij woont bovenin: het water wordt met elektrische pompen naar boven gepompt. Zijn lift was ook buiten werking. Het zet je wel aan het denken: vooral dat je al meteen geen eten meer kunt kopen.

Dat zal in Tanzania niet gebeuren. Om te beginnen hebben de meeste supermarkten hier een generator. Ook de kleine winkeltjes langs de kant van de weg, de duka’s, kunnen openblijven: daglicht is voldoende aanwezig en afrekenen gaat met een ouderwetse rekenmachine. Deze duka’s verkopen alle basisbehoeften, van drinkwater en rijst tot groenten en fruit. Trams en metro’s zijn er niet. Een beetje serieus gebouw heeft een watertank op het dak, zodat de bewoners ook zonder stroom nog een tijdje water hebben. En de politie weet precies op welke tijd ze bij welk kruispunt moet staan om de verkeerschaos in goede banen te leiden. Sinds kort zijn er zelfs stoplichten op zonne-energie.

Momenten van grom

Went het dan, stroomstoringen? Aan de ene kant wel. In Afrika kijkt niemand op van stroomuitval en stroomfluctuaties. Tot zekere hoogte kun je je aanpassen aan stroomstoringen. Ik kook op een fornuis dat zowel kookplaten als gaspitten heeft. In de voorraadkamer staan tien olielampen, genoeg om een feestje mee te verlichten. Op het aanrecht ligt een zaklamp grijpklaar en onze kinderen hebben elk een nachtlamp op zonne-energie. In de tuin staat een hoge stellage met een watertank erop, zodat we ook zonder elektriciteit nog een tijdje water in huis hebben. Bovendien heeft het wel wat om in bad te gaan bij kaarslicht. Of, als het reservewater op is, om je te wassen bij kaarslicht met water uit een emmer. Het goede leven in Afrika.

Aan de andere kant heeft iedereen wel eens momenten van grom. De mens is een flexibel wezen, maar het aantal keer dat ik zonder resultaat op een lichtschakelaar drukte, is ontelbaar. Het gebeurt me ook regelmatig dat ik de waterkoker aanzet en me na vijf minuten verbaasd afvraag waarom het water nog niet heeft gekookt. O ja, geen stroom. Frustrerend wordt het als ik echt een e-mail moet versturen. Als ik ’s nachts moet doorwerken omdat ik overdag geen elektriciteit had. Als de stroom nét uitvalt voordat je favoriete voetbalclub op de televisie komt. Als ik een mooie ovenschotel heb gemaakt en er tien vrienden in de tuin zitten die ik niet te eten kan geven. Ik denk dan aan het gezicht van DeMesmaeker die tevergeefs het kantoor van Uitgeverij Dupuis probeert te bereiken. Raaaaah!

Dat is ook het mooie van Earth Hour: het is gepland. Van te voren wéten wanneer de stroom uitvalt, heerlijk lijkt me dat. Zodat je net op tijd dat ene cruciale e-mailtje kunt versturen. En vooral dat de stroom na precies een uur weer terugkomt. Zo zouden we het vaker moeten doen, Earth Hour.


Twee watersystemen

25|03|2009 13:48

Dus als ik het goed begrijp hebben we 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje?

Een huis met 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 5 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje.

– Schat, kun je het me nog één keer uitleggen?
– Okee. Er zijn twee watersystemen.
– Ja.
– Stadswater en grondwater.
– Ja.
– Standaard loopt het stadswater naar de onderste tank. Als de waterpomp aan staat, wordt het water van de onderste tank in de bovenste tank gepompt. In de bovenste tank kan 1000 liter water, dus als er geen stroom is heb je nog 1000 liter water die met de zwaartekracht het huis in kan vallen.
– Waar zit die waterpomp?
– Het is het middelste knopje van de drie knopjes bij de veranda.
– En die knopjes achterin de tuin dan?
– Een daarvan is van de stadswaterpomp en twee zijn van de grondwaterpomp.
– Wat doet de stadswaterpomp?
Echtgenoot draait zich naar de westelijke muur van ons plot.
– Daar bij de tuinmuur komt het stadswater ons plot op, maar we zitten aan het eind van een pijp dus er is te weinig waterdruk om het water bij de onderste tank te laten komen. De stadswaterpomp pompt het water van de tuinmuur naar de onderste tank.
– En de grondwaterpompen?
Echtgenoot draait zich naar de stellage van de borehole.
– Die zitten daar. Eén pomp is een waterdrukpomp en de andere pomp pompt het water op uit de grond naar de grondwatertank.
– Welk knopje is wat?
– Dat weet ik niet.
– Okee, en als er geen stadswater is?
– Dan zet je de stadswaterpomp uit en de pompen van het grondwater aan en dan open je DIT cruciale kraantje (echtgenoot slaat wat lang gras opzij en ontbloot zo een onopvallend rood wieltje ergens in de tuin). Dan stroomt het grondwater in de lage tank en als de waterpomp aan staat daarna in de hoge tank. Dus dan heb je grondwater in plaats van stadswater in huis.
– Dus we hebben 2 watersystemen, 3 watertanks, 4 waterpompen, 4 knopjes verdeeld over twee plaatsen in de tuin en één cruciaal kraantje?
– Ja. Fluitje van een cent!

Het is mei 2006. We wonen net een paar weken in ons nieuwe huis in Dar es Salaam. Met dit huis zijn we buitengewoon in onze nopjes. Het is net gerenoveerd, dus we verwachten in een goedwerkend, tiptop huis te komen. De tuin is nog niet aangelegd, maar voor ons geestesoog zien we hoe het gaat worden.

De tweede week in ons nieuwe huis moet echtgenoot op field trip. Vlak voor vertrek legt hij nog één keer uit hoe het watersysteem werkt. Met enige tegenzin luister ik naar zijn uitleg. Ik wil eigenlijk niets weten over het watersysteem, ik wil gewoon water, klaar.

Het kwartje valt: geen elektriciteit = geen water

Als echtgenoot twee dagen weg is valt de elektriciteit uit. Tot mijn verrassing komt er die avond geen water uit de kraan. In eerste instantie begrijp ik het niet, maar het kwartje valt snel. Geen elektriciteit = geen water. Althans, geen elektriciteit = nog maar 1000 liter water. Vandaag hebben we een wasje gedaan en het huis schoongemaakt en de mannen in de tuin hebben het nieuwe gras besproeid en daarna allemaal gedoucht, dus rang, daar gaat je 1000 liter. Gelukkig ken ik de overbuurvrouw. Ik mag met mijn twee zieke kinderen bij haar komen douchen.

’s Nachts komt de stroom terug, maar ik heb de waterpomp uitgezet voor de nacht – hij zit naast mijn slaapkamerraam en maakt lawaai – en dus heb ik de volgende ochtend nog steeds geen water. !#$%$#! Ik voel me een uil, maar laat me niet kisten. Ik zet de waterpomp aan, maar om zeven uur ’s morgens valt de stroom weer uit. Je kunt de klok erop gelijk zetten. Met de kruiwagen breng ik mijn vuile was naar de overbuurvrouw.

Als de stroom ’s avonds terugkomt zet ik de waterpomp aan. De volgende ochtend heb ik eindelijk weer water. Opluchting! Helaas is het halverwege de middag op. Ik had niet gemerkt dat de elektriciteit opnieuw was uitgevallen en had de tuinlieden dus niet gemaand om niet te sproeien.

Oplettende lezertjes zullen opmerken dat er toch een reservewatersysteem was. Jawel, maar ook de pompen van het reservesysteem werken op elektriciteit. De meest oplettende lezertjes zullen opmerken dat de bovenste tank weliswaar leeg was, maar dat er toch ook water zit in de onderste tank? Inderdaad! Pas na maanden in ons huis kwam ik tot dat inzicht. Vanaf dat moment werd ons leven makkelijker. Als de stroom nu uitvalt en de bovenste tank leeg is, halen we met emmers water uit de onderste tank. Een prima oplossing. Inmiddels kan ik me volledig wassen met een emmer water en een teiltje. Eigenlijk zou ik er een instructiefilmpje van moeten maken: hoe uzelf te wassen met één emmer water en een teiltje. Deel 1 in een reeks korte filmpjes: Het Goede Leven in Afrika.


Stroomfluctuaties

16|03|2009 11:53

E-mail uit Big Bend, Swaziland
Hier was het vandaag ontzettend heet. Floep. De kinderen dragen alleen luiers en wij lopen halfnaakt door het huis. Floep. Soms komen we in de verleiding om de deur van de koelkast even open te laten staan om ons even te koesteren in de weldadig koude lucht. Floep. Dat doet me denken aan Zambia (floep), waar ik wel eens speelde met de gedachte om wat te gaan rijden, puur om even in de airco te kunnen zitten. Floep. Floep. Het is nogal een toestand hier want op elke floep slaat de hoofdschakelaar om.

Zo ging dat in Big Bend. De stroom fluctueerde zodanig dat de hoofdschakelaar om de haverklap uitfloepte. Ook viel de elektriciteit regelmatig uit. Als ik het in de verte hoorde donderen, had ik ongeveer drie minuten om de zaklamp op te zoeken en op een centrale plaats te leggen. Je raakt eraan gewend. De mens is een flexibel wezen.

Eens zaten we met een internationale groep ingenieurs te dineren in een van de twee eetgelegenheden van Big Bend. Plotseling viel het licht uit. Het was al donker buiten, er was geen straatverlichting, dus we zaten in volkomen duisternis. Tot mijn verrassing gingen alle gesprekken gewoon door. Niemand zuchtte, niemand lachte, niemand maakte een jolige opmerking, ook niet toen de stroom een paar minuten later terugkwam. Stroomuitval is hier de normaalste zaak van de wereld.

Toch kon de aldus opgedane flexibiliteit ons niet voorbereiden op wat ons te wachten stond in Tanzania. In 2006 kampte Tanzania met landelijke stroomstoringen. Eerst was er niet genoeg water voor de waterkrachtcentrales en hadden we maar twee dagen in de week elektriciteit. Toen ontplofte er een dieselgenerator in Dar es Salaam en hadden we nog maar één dag in de week elektriciteit. Om zeven uur ’s morgens ging de schakelaar om en floepte alles uit, en om zeven uur ’s avonds zette iemand de schakelaar weer om en floepte alles weer aan. Heel Tanzania? Heel Tanzania. Je kunt je vantevoren geen inschatting van maken van het effect van dergelijke continue stroomstoringen, maatschappelijk, financieel, sociaal en psychologisch. Eén dag zonder stroom is avontuur, zeven dagen zonder stroom is behelpen, zeven maanden zonder stroom is afzien.

Ook de Swazi stroomfluctuaties waren niets vergeleken met die van Tanzania. Soms is het voltage zo laag dat het lamplicht te zwak is om bij te kunnen lezen. Soms is het juist te hoog: eens maten we 280 volt. Uiteraard heeft dit gevolgen. In 2007 blies de schoonmaakster een strijkijzer en een stofzuiger op: ze was vergeten om ze aan te sluiten op een stroombeveiliger. Vrienden van ons verloren een telefoon en een computer.

IJlings kochten we een paar extra stroombeveiligers: kastjes die je tussen het stopcontact en je apparatuur plaatst en die afslaan als het voltage te hoog of te laag wordt. In korte tijd ging de prijs van stroombeveiligers omhoog van 60 naar 100 dollar. Reken maar uit hoeveel stopcontacten je in huis hebt… Zelf hadden we lange tijd niet voor elk wandcontact een surge protector. De kinderen wisten: het is óf televisiekijken óf strijken.

Inmiddels hebben we een centrale stroombeveiliger, in de ‘meterkast’, zeg maar. Met als gevolg dat nu echt alles uitgaat als het voltage te hoog of te laag wordt. En zo zijn we weer terug in Swaziland. Floep. Lichten uit. Floep. Lichten aan. Floep. Lichten uit. Floep. Lichten aan. Ik denk dan altijd aan het gezicht van Kwabbernoot. Wonen in Tanzania heeft een hoog Guust-Flatergehalte.

Ik moet hieraan toevoegen dat Tanzania niet representatief is voor Afrika. In Zambia hebben we nooit een stroomstoring gehad. Zelfs Nederland scoort slechter dan Zambia: in Rotterdam hadden we in 2002–2003 in zeven maanden meer stroomstoringen dan in Zambia in anderhalf jaar.


test