Recente stukjes

Stukjes in de rubriek ‘Vrouwenzaken’

Expatvrouwen in Afrika

13|04|2013 20:53

– Ik moet hangen, ik moet zo naar de Nederlandsevrouwenavond.
– Ha ha ha! Wat is dat?
– Gewoon, een avond met Nederlandse vrouwen.
– Zeker veel parelkettingen?
– Nee hoor…
– Nou, sterkte!

Zei mijn vriendin. Sterkte. Alsof mij sterkte toegewenst moest worden omdat ik een avondje uit zou gaan met Nederlandse expatvrouwen. Terwijl Nederlandse expatvrouwen, althans die in Afrika, stuk voor stuk aardige, ondernemende en flexibele wereldburgers zijn. Sommigen wat meer dan anderen natuurlijk, maar toch.

Mijn niet-expatvriendin had duidelijk een ander beeld van expatvrouwen. Het woord parelketting zegt het eigenlijk al. Bij ‘parelketting’ denk je nou niet direct aan mensen die zich inzetten voor weeskinderen of gorilla’s. Bij parelkettingen denk je meer aan lippenstift en pedicures, aan praten over de promotie van je man en aan een luxeleven langs het zwembad.

Mijn vriendin dacht natuurlijk niet aan mij, maar toch ben ik een Nederlandse expatvrouw en daarom voel ik me toch aangesproken. Het is niet leuk om in de communis opinio gezien te worden als een… als een… nouja, als iemand die de hele dag naast een zwembad ligt. Bovendien klopt het beeld niet. Daarom een korte schets van de bewuste vrouwenavond.

Tweemaster

Het was in 2009. De betreffende Nederlandsevrouwenavond vond plaats op een boot, de witte tweemaster die bij de Slipway in de baai ligt. Het is een schoener van Nederlandse makelij, gebouwd rond 1910. Vanwege de ongebruikelijk hoge kosten – vijftig dollar per persoon – sloegen sommige vrouwen deze keer over. Jammer, want achteraf bleek het de laatste Nederlandsevrouwenavond ever te zijn, op de mooiste locatie ever.

Een kleine motorsloep bracht ons naar het schip. Het was al donker toen we aankwamen – in de tropen valt de schemering vroeg en snel. Aan boord begroetten we elkaar, opgewonden over de nachtelijke tocht in het wiebelige bootje. Er waren een hoop vrouwen die ik niet kende. Parelkettingen zag ik niet, maar wel sandalen, spijkerbroeken en blote schouders. De typische expatvrouw in Dar es Salaam draagt geen parelkettingen. Ze draagt ook geen make-up. Wel heeft ze gelakte teennagels: tenen vallen erg op in dit klimaat, dus die moeten goed voor de dag komen.

Typisch Nederlands

Bestaat er zoiets als de typisch Nederlandse expatvrouw in Afrika? Zijn er overeenkomsten in achtergrond? In uiterlijk misschien? Wat valt op? Ik ben me ervan bewust me hiermee op glad ijs te begeven, maar op het gevaar af te generaliseren ga ik er toch een gooi naar doen, al is het maar om het vooroordeel van de parelketting uit de weg te ruimen.

De typische Nederlandse expatvrouw in Dar is grofweg tussen de dertig en veertig jaar oud. Ze is getrouwd en heeft twee of drie kinderen. Ze draagt slippers en rijdt haar SUV blootsvoets. Anderen vinden haar misschien stoer, maar ze is gewoon praktisch. Ze is eraan gewend om een tijdje zonder stroom te zitten en lacht om kleine tegenslagen. Ze weet niet waar ze over twee jaar woont. Ze zal Afrika verschrikkelijk missen als ze ooit naar elders vertrekt.

Exotische echtgenoten

Haar man heeft ze ontmoet op het gymnasium (drie voorbeelden in mijn omgeving), tijdens haar studententijd of tijdens een eerder verblijf in een buitenland. Het kan dus zomaar gebeuren dat hij een andere nationaliteit heeft dan zij. Zo ken ik in Dar es Salaam Nederlandse expatvrouwen die getrouwd zijn met een Tanzaniaanse, Italiaanse, Australische, Zuid-Afrikaanse, Pakistaanse of Griekse man. Vooral de Grieks-Nederlandse verbintenissen zijn hier goed vertegenwoordigd. Maar het kan altijd exotischer: het voorlopige hoogtepunt in de exotische echtgenoten was Ilham, uit Azerbeidzjan. [Met een warme gedachte aan Alice, die nu in Genève woont.]
Trouwens, wie heeft het over hij? Sommige expatvrouwen zijn met een zij. Of met niemand, kan ook nog.

Het cliché dat de echtgenoot werkt en dat de expatvrouw thuis naast het zwembad zit, gaat in Dar es Salaam niet op. Vrijwel alle Nederlandse vrouwen die ik ken werken. Ze zijn diplomaat, dokter, bankier, manager, ondernemer, fotograaf, personal trainer, fitnessinstructeur, kinderpsycholoog of kunstenaar, om er maar een paar te noemen. Sommigen zijn parttime aan de slag, anderen fulltime, betaald danwel onbetaald. Grote kans dat ze voor CCBRT werken, het disability hospital, want daar lopen nogal wat Nederlanders rond. Of ze zijn op de een of andere manier betrokken bij het onderwijs, bijvoorbeeld als docent, directeur of bestuurslid. Er zijn zelfs vrouwen die zowel voor CCBRT werken als voor het onderwijs. Met die combinatie is het vrijwel uitgesloten dat je ooit nog naast een zwembad zit.

Parelketting

Bestaat die expatvrouw met die parelketting dan niet? Jawel! Ik ken er een. Enig mens. Altijd lippenstift op. Altijd tot in de puntjes verzorgd. Altijd glaasje witte wijn erbij. Regelmatig naar de schoonheidsspecialiste. Altijd een reden om de parelketting uit de kast te trekken. Een stoere, wat oudere vrouw om wie ik voortdurend in een deuk lag – ze is inmiddels verhuisd. En dan een lieve vriendin van me, die pareltjes in haar oren draagt. Ze is arts, oogheelkundige, en werkt als vrijwilliger met Tanzaniaanse kinderen. Hoor. Toevallig. En trouwens, zelf houd ik ook van parels. Parels zijn puur natuur. Ze komen uit zee. Parels zijn het nieuwe eco.
Met andere woorden: parelkettingen en Afrika gaan heel goed samen.


Pijnboompitten uit Nederland

02|04|2009 11:16

 

Jemig, wat is dit een lekkere salade!
De pijnboompitten doen het ‘m.
Waar heb je die op de kop getikt?
In Nederland.
In Nederland??
Ja, ik neem altijd tassen vol eten mee. Straks komt de gerookte zalm!

In Dar es Salaam zit ik in een boekenclub. Om de maand organiseert een van de boekenmeisjes een lunch met alles erop en eraan. Fantastische gerechten met verse tonijn, Libanese hapjes, delicate soepen en geflambeerde desserts. Anders dan de literatuurbijeenkomsten die ik hiervoor kende – elkaar in rokerige cafés of op nachtelijke stranden bedwelmen met poëzie, citaten en Guust Flater – maar niet verkeerd.

Toen ik aan de beurt was, stond ik uiteraard voor de taak om zelf met iets speciaals voor de dag te komen. Ik had geen producten meegenomen uit Europa en moest dus iets in elkaar flansen met de ingrediënten die hier voorhanden zijn. Dat ging prima. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje belachelijk om lekkernijen mee te nemen uit Nederland. We wonen nu eenmaal in Afrika en hier is nu eenmaal minder te krijgen. Je kunt toch niet voor een heel jaar lekkernijen inslaan? En wat is de volgende stap? Afwasborsteltjes importeren? IKEA-meubels?

Aan de andere kant neem ik zelf jaarlijks veertig kilo Nederlandstalige boeken mee. Schoenen voor de hele familie. Zachte tandenborstels. Zákken zwartwitbollen. Wat is het verschil? Zelf beperk ik me toch ook niet tot wat hier aan literatuur te lezen is? Het was duidelijk: mijn vooroordelen moesten overboord. Het roer moest om.

Een paar maanden na de lekkere salade was mijn man voor zijn werk in Rome.
Moet ik nog wat meenemen?, vroeg hij.
Ja graag, zei ik. Pijnboompitten. En wat gerookte zalm.


test