03|04|2012 12:51
Wat doe je met een stuk tekst dat je niet kwijt kunt in je roman? Op je blog posten natuurlijk!
Gastblogpost van Odissa, de zestienjarige hoofdpersoon van mijn roman
Ik ben behoorlijk flexibel als het op deodoranten aankomt, maar er zijn grenzen. Na drie maanden Tanzania heb ik nog steeds geen acceptabele deo gevonden. Alles heb ik geprobeerd: rain fresh, soft touch, shower to shower… De ene heeft een geur die vliegen aantrekt (het moment dat je daar achter komt… ik dacht dat ik doodging van schaamte), de andere spuit een soort kerstsneeuw over je huid (het moment dat je dat ontdekt, net als je de taxi in wilt stappen in je mooiste zwarte topje, aaaargh!) en van de derde ga je juist enorm zweten. Rain fresh was een ander dieptepunt. Geen woord teveel van dat rain fresh. Alsof iemand een emmer water onder je oksels uitstort. Het is fijn als een deo verfrissend is, maar dit gaat te ver. De volgende deo die ik kocht deed juist helemaal niets. De verstuiver brak af, meteen de eerste keer dat ik hem indrukte.
In de badkamer staan nu dus vier volle flessen ongebruikte deo’s. Toch hebben ze een functie. Ik gebruik ze om kakkerlakken mee te frituren. Als ik ergens een grote kakkerlak zie, pak ik snel mijn aansteker – De aansteker – en een van de ongebruikte deo’s. Ik spuit in de richting van de kakkerlak, knip de aansteker aan en beweeg de vlam langzaam naar de spuitwolk. Waaaam! De kakkerlak wordt geroosterd door een enorme steekvlam. Zeer effectief. Het is nu zelfs zover gekomen dat ik bij de geur van Nivea Rain Fresh aan kakkerlakken denk…
Odissa van den Brink
Rubriek: Gastpost, Vrouwenzaken | Geen reacties | Reageer →
02|04|2009 11:16
– Jemig, wat is dit een lekkere salade!
– De pijnboompitten doen het ‘m.
– Waar heb je die op de kop getikt?
– In Nederland.
– In Nederland??
– Ja, ik neem altijd tassen vol eten mee. Straks komt de gerookte zalm!
In Dar es Salaam zit ik in een boekenclub. Om de maand organiseert een van de boekenmeisjes een lunch met alles erop en eraan. Fantastische gerechten met verse tonijn, Libanese hapjes, delicate soepen en geflambeerde desserts. Anders dan de literatuurbijeenkomsten die ik hiervoor kende – elkaar in rokerige cafés of op nachtelijke stranden bedwelmen met poëzie, citaten en Guust Flater – maar niet verkeerd.
Toen ik aan de beurt was, stond ik uiteraard voor de taak om zelf met iets speciaals voor de dag te komen. Ik had geen producten meegenomen uit Europa en moest dus iets in elkaar flansen met de ingrediënten die hier voorhanden zijn. Dat ging prima. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje belachelijk om lekkernijen mee te nemen uit Nederland. We wonen nu eenmaal in Afrika en hier is nu eenmaal minder te krijgen. Je kunt toch niet voor een heel jaar lekkernijen inslaan? En wat is de volgende stap? Afwasborsteltjes importeren? IKEA-meubels?
Aan de andere kant neem ik zelf jaarlijks veertig kilo Nederlandstalige boeken mee. Schoenen voor de hele familie. Zachte tandenborstels. Zákken zwartwitbollen. Wat is het verschil? Zelf beperk ik me toch ook niet tot wat hier aan literatuur te lezen is? Het was duidelijk: mijn vooroordelen moesten overboord. Het roer moest om.
Een paar maanden na de lekkere salade was mijn man voor zijn werk in Rome.
– Moet ik nog wat meenemen?, vroeg hij.
– Ja graag, zei ik. Pijnboompitten. En wat gerookte zalm.
Rubriek: Op verlof, Vrouwenzaken | 1 reactie | Reageer →