Recente stukjes

Stukjes in de rubriek ‘Verkeer’

Niet toeteren maar foeteren

27|03|2009 09:09

Tanzaniaan fietst over snelweg
UTRECHT – Een 33-jarige student diergeneeskunde uit Tanzania dacht woensdagmiddag op zijn mountainbike een stukje te kunnen afsnijden via de snelweg. Onderweg van zijn huis in Utrecht naar de universiteit op De Uithof werd hij door de politie van de A27 geplukt. Tussen het langsrazende verkeer viel de Tanzaniaan met zijn wollen muts en handschoenen op de vluchtstrook snel op. Volgens de man is fietsen op de vluchtstrook in zijn eigen land heel normaal.
Bron:
Algemeen Dagblad, 4 januari 2007.

Inderdaad. Het is in Tanzania volkomen normaal om op de snelweg te fietsen. Dar es Salaam kent nauwelijks fietspaden, dus fietsers, guta’s (bakfietsen) en handkarren rijden gewoon over de weg. Ik vind het wel charmant, maar de olie moet wel heel erg pieken wil ik op de snelweg gaan fietsen.

Onder expats, emigranten, backpackers en toeristen is het gebruikelijk om te stellen dat de Afrikaanse rijstijl chaotisch en agressief is. Ik ben het hier niet mee eens.

Goed, als je wilt invoegen in een file moet je wel assertief zijn en je neus erin drukken, maar dan laat iedereen je ook voor. Ook als je zelf geen opening creëert, zijn er altijd automobilisten die een gaatje voor je maken. Ze knipperen met hun koplampen als teken dat je kunt – of soms als teken dat zíj willen, of soms als teken dat ze nu gáán. Toegegeven, dat kan verwarrend zijn, maar in de praktijk werkt het voortreffelijk.

Elke vorm van revolutie is de Tanzaniaan vreemd. Toeteren doen ze dan ook nauwelijks. Natuurlijk is er wel eens een claxon te horen, maar incidenteel. Een Tanzaniaanse toeter heeft bovendien een andere betekenis dan een Nederlandse. Niet: Rij door klootzak! of Doe normaal eikel!, maar: Pas op! Ik kom eraan! Tanzanianen toeteren als ze je tegen zichzelf willen beschermen. Bijvoorbeeld: iemand staat op het punt om je in te halen en geeft een korte hoot om je te waarschuwen, want hij ziet dat vóór jou een daladala stopt, een openbaar minibusje, en begrijpt dat jij dus naar zijn baan wilt uitwijken. Zo beleefd! Dank je wel!

Geintje? Of zou het echt verboden zijn? Muurschildering in Kigamboni, Dar es Salaam.

Geintje? Of zou toeteren echt verboden zijn? Muurschildering in Kigamboni, Dar es Salaam.

In feite toeteren Tanzanianen dus als ze je van achteren naderen en knipperen ze als ze je van voren naderen. Ze toeteren alleen als knipperen niet werkt. Slim, want knipperen is duidelijker dan toeteren. Een toeter kan van elke auto komen, bij een knipper zie je van welke auto hij komt. Knipperen is ook vriendelijker. Toch toeter ik zelf eerder dan dat ik knipper. Die toeter zit zo lekker vindbaar op het stuur: je hebt hem meteen te pakken. Met dat licht is het toch altijd een beetje tasten onder het dashboard, en het is altijd even nadenken of je de lichtschakelaar moet kantelen (en dan naar welke kant) of naar je toe moet trekken. Mijn oplossing: op het stuur twee knoppen, één voor de toeter en één voor een korte knipper met het licht.

Erger ik me dan nergens aan? Jawel. De roekeloosheid van de langeafstandbussen buiten de bebouwde kom. En de irritante gewoonte van Tanzanianen om eerst af te remmen en dan pas het knipperlicht aan te zetten. Dat veroorzaakt veel bijna-ongelukken en ongetwijfeld ook veel echte, omdat er in Tanzania geen uitvoegstroken zijn. Zomaar afremmen op de snelweg dus, of wat daar voor doorgaat. Mijn Nederlandse neiging om in zo’n geval voluit te toeteren bedwing ik, maar ik zit soms wel te foeteren. Niet toeteren maar foeteren – een aardige kreet voor Veilig Verkeer Nederland.

In Zambia ergerde ik me mateloos aan de stand van de koplampen. De koplampen zijn niet naar het wegdek gericht, maar schijnen recht de nacht in. Kennelijk denkt men dat dat de juiste afstelling is. Als zo’n auto je nadert voel je je net een konijn in het licht van een schijnwerper. Je ziet niets meer, het enige wat je kunt doen is eindeloos knipperen met je groot licht en ondertussen proberen op de weg te blijven. Ik bedacht – het is de technisch schrijver in me – dat ik een duidelijke gebruiksinstructie met pictogrammen zou moeten maken en deze zou moeten distribueren over de garages in Lusaka:

auto-voor-weblog2


De weg naar school

16|03|2009 12:17

– Mama, zullen we vandaag De-Weg-Met-De-Zandzakken nemen?
– Nee mama, De-Weg-Waar-De-Schoolbus-In-De-Modder-Vastzat!

Toen ik nog jong was, niet eens zo lang geleden, in de jaren tachtig, wist mijn vader een sluipweggetje van Rotterdam-Zuid naar Maasdam waarbij wij slechts één stoplicht tegenkwamen. Die mooie tijd is voorbij, maar ik dacht er laatst aan. Als ik mijn dochter naar school breng, kom ik vijf kilometer lang geen enkel stoplicht tegen. Dat feit is niet opzienbarend – alhoewel, als je bedenkt dat we in een hoofdstad met 2,6 miljoen inwoners wonen… – maar wel dat ik een combinatie van sluiproutes weet waarbij ik maar drie stukken asfalt hoef te nemen. De rest gaat over lanen waar het asfalt al lang is verdwenen, over straten die verhard zijn met klei en kiezels, over onverharde wegen vol potholes en uiteindelijk over een zandweg parallel aan de zee.

Sommige straten zijn in het regenseizoen volkomen onbegaanbaar. Het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, stoep en erf. Deze vrouw is nat tot op haar borst: zo hoog stond het water.

Sommige straten zijn in het regenseizoen onbegaanbaar. Het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, stoep en erf. Ik nam deze weg, dacht dat het wel meeviel. Ik had beter naar de vrouw moeten kijken. Haar jurk is nat tot boven de borst. Zo hoog stond het water in de straat waar zij vandaan kwam, aan het eind links. Ik had moeten weten wat me te wachten stond.

Kon ik jullie maar even mee laten kijken naar onze schoolroute. Ik rijd hem al bijna drie jaar, en elk regenseizoen opnieuw word ik overvallen door onbegrip, verbijstering, ongeloof en een lachbui. Wat zich afspeelt in het voormalige vissersdorpje Msasani is onvoorstelbaar.

Het regenseizoen verandert de straten in een soort modderige zwembaan. Het water staat soms een meter hoog, tot boven de wielen van onze hoge SUV’s. Mensen met personenauto’s kunnen hun kinderen niet meer naar school brengen omdat het water de ramen binnenstroomt. Taxi’s weigeren mensen uit Msasani af te zetten en op te halen. Sommige straten zijn in het regenseizoen volkomen onbegaanbaar: het water staat van muur tot muur, dat wil zeggen: over de hele breedte van weg, berm en erf. Als de weg de bocht om gaat, gaat het water de bocht om. Met zandzakken pogen bewoners hun huizen tegen het water te beschermen en een soort van stoep te creëren, maar de golven van de auto’s die voorzichtig door de rivier rijden (ik noem het maar rivier) klotsen over de zandzakken en geven de passanten alsnog natte voeten.

Hier viel het allemaal nog reuze mee. Een kuil in de weg in Msasani Village, april 2008.

Het laatste stuk voor de strandweg is het ergst. In dat – pad zullen we maar zeggen, zitten twee diepe kuilen. Of kuilen: er zitten twee KRATERS in de weg, die tijdens het regenseizoen vollopen met water en in diepe modderpoelen veranderen. Dit noemen onze kinderen De-Weg-Waar-Eens-Een-Schoolbus-In-De-Modder-Vastzat. Soms vragen ze me om de andere weg te nemen, dat is De-Weg-Met-De-Zandzakken.

Er is nog een derde route. Toen ik deze een paar maanden geleden nam, was ik een moment werkelijk bang dat mijn Suzuki zou verdrinken. Het water liep de motorkap en de uitlaat in, ik zat tot aan de ramen in het water. Eén kuil in de rivier, één keer een afgeslagen motor en ik had de auto moeten achterlaten. Omkeren was onmogelijk omdat de berm onzichtbaar was onder het roodbruine modderwater. Ik moest dus verder. Voor me lag nog honderd meter rivier. Met vierwielaandrijving en plankgas kwam ik er doorheen. Zou er nog een andere hoofdstad zijn waar de route naar school net de Camel Trophy is?

Toegegeven, een deel van de schoolroute is onlangs verbeterd. De laan met het vergane asfalt is opnieuw geasfalteerd. De twee kraters zijn gedempt. De straten in Msasani zijn opgeknapt – tot het volgende regenseizoen.


test