Recente stukjes

Stukjes in de rubriek ‘Expatleven’

Huizenbroeds

18|01|2013 08:52

Als ‘verhuizen’ betekent ‘van hoofdverblijf wisselen’, dan ben ik in mijn leven meer dan veertig keer verhuisd. Het merendeel van die verhuizingen vond plaats tussen 2001 en 2006, toen wij in Afrika op korte contracten werkten.

Aan het eind van die periode had ik eens een veelbetekenende droom. Ik stapte in een gedeelde taxi. De chauffeur vroeg me naar mijn bestemming. Ik wilde hem m’n huisadres geven, maar wist plotseling niet meer waar ik woonde. Gelukkig zaten er drie andere passagiers in de auto. Ik gebaarde dat de taxichauffeur eerst hun maar moest thuisbrengen, dan kon ik nog even nadenken over mijn adres. De taxi werd leger en leger. Koortsachtig liep ik in gedachten de huizen af waar ik recentelijk gewoond had, maar het wilde me maar niet te binnen schieten waar ik naartoe moest. Uiteindelijk stond de taxi stil, midden op een straat. Ik stapte uit. Het was een straat in mijn geboortedorp. De droom had mij toch thuis gebracht.

Het woontijdschrift als substituut

In die tijd van verhuizingen ben ik woontijdschriften gaan kopen. Het kwam voort uit de diepe behoefte om ergens op de wereld een eigen plekje te hebben. Soms knipte ik iets uit en plakte het in een boek.

Brunchen in de boomgaard

Maar een woonplakboek voldoet niet als substituut voor een eigen huis. Wat blijft, is de existentiële behoefte om ergens op de wereld een eigen plekje te hebben. Een huis dat je zelf kunt inrichten. Een huis dat voor altijd van jou is. Een huis om in Thuis te komen. Een klein huisje, met een haard en een ligbad en één ruime slaapkamer waar we met z’n allen in passen. Zo’n huis. Het ligt in een boomgaard. ‘s Zomers kun je aan een lange tafel met vrienden en familie genieten van buitenbrunches. Het ligt ook aan het water, zegt Echtgenoot. En het is gebouwd volgens ecologische principes, besluit ik.

Nesteldrang

Ik denk vaak aan het huisje. Het is een soort nesteldrang, maar dan zonder zwanger. Nestdrang, dat is het. Ik ben huizenbroeds. En ik ben niet de enige. Een onderwerp dat regelmatig terugkomt in gesprekken onder expats, is in welk land je je uiteindelijk wilt vestigen. Wat is het permanente eindpunt? En ook: hoe ga je de vakantie doorbrengen? Logeren bij je ouders? Een camper huren en daarmee vrienden en familie afreizen? Een huisje huren in je thuisland? In Tanzania blijven? Of elders op vakantie: Italië, Frankrijk, Zuid-Afrika, Mozambique?

Expats die de stap namen om ergens een vakantiehuis te kopen, zijn laaiend enthousiast. Moet je doen! Een vaste uitvalsbasis! De kinderen voelen zich er helemaal thuis! Onze kaplaarzen staan al klaar! Dicht bij familie! Mijn zus woont om de hoek! Eerst naar onze familie in Engeland, dan naar ons huisje in Frankrijk!

Maar waar?

Als je als expat besluit om ergens een eigen plek te willen, staat nog niet vast wáár. De wereld ligt voor je open. Allereerst: is het wel zo vanzelfsprekend om naar Nederland te kijken? In Frankrijk zijn de huisjes veel goedkoper. Portugal idem. Toscane heeft een goed klimaat. Zuid-Zweden klinkt ook idyllisch. Of moeten we buiten Europa kijken? Australië, Canada, Nieuw-Zeeland? Maar wacht, wat willen we eigenlijk met dat huisje? Is het een plaats om onze vakanties door te brengen? Is het een manier om onze kinderen roots mee te geven? Of is het in eerste plaats een belegging? Kunnen we dan niet beter een appartement in Johannesburg kopen? Of een strandvilla in Mozambique?

Een stukje als dit zou moeten toewerken naar een apotheose. Huisje gevonden! Kom allemaal brunchen in de boomgaard! Zover is het nog niet, maar de eerste stap is gezet: we weten waar. In Nederland. Dat ligt verreweg het meest voor de hand, daar zijn we het over eens. Nu de tweede stap van dit veeljarenplan. Sparen.

Spread uit het woonplakboek


Expats leiden een luxeleven

19|03|2012 11:07

Jullie leiden daar toch maar een luxeleven,

sprak een Nederlandse kennis van ons. Dat schoot mij toen, op dat moment, jaren geleden, enigszins in het verkeerde keelgat. Ik had net uitgebreid verteld over de ontberingen die we geleden hadden. Maandenlang geen elektriciteit, dagenlang geen water… als je het niet hebt meegemaakt, is het moeilijk voor te stellen welke impact dat heeft op het dagelijks bestaan. Ik had verteld over de inspanningen die het kost om iets futiels voor elkaar te krijgen, over onze zorgen om goede medische voorzieningen voor onze kinderen, over het gevoel er samen helemaal alleen voor te staan… Hallo, had ze eigenlijk wel zitten luisteren?

In november kwam er weer eens geen water uit de kraan. In onze pijama's klommen we over de tuinmuur om bij de buurman te douchen. Die vond dit zo vermakelijk dat hij deze foto van ons maakte.

Vooroordelen over het expatleven

Natuurlijk, ik ken de vooroordelen over het expatleven. Dat expatvrouwen elke middag aan het zwembad sherry zitten te drinken. Dat ze niet hoeven te werken en niets aan het huishouden hoeven te doen. Dat ze dus kunnen doen wat ze willen, elke dag opnieuw. En wat ze willen, is bij het zwembad liggen met een tijdschriftje en een piña colada. Die wordt hun aangereikt op een dienblad door een zwarte man in jacquet, laten we hem James noemen. Oftewel: een luxeleven.

Ik zou het nog geen uur uithouden aan dat zwembad. Toch kan ik niet ontkennen dat ik hier een luxeleven leidt. Het is alleen een heel ander soort luxe dan in Nederland. Geloof me, Nederland is superdeluxe vergeleken met Tanzania. Drinkwater uit de kraan, dat is pas luxe! Puntgaaf voedsel, dat is luxe! Kunst, cultuur, muziek, tijdschriften. Kookeilanden. Ligbaden. Duizenden producten tegen schappelijke prijzen. En alles is al klaar! Ik bedoel: als ik een kastje wil, moet ik zelf technische tekeningen maken, een offerte aanvragen en hout uitkiezen. De timmerman raakt dan gerust een keer de tekeningen kwijt of maakt iets met de verkeerde afmetingen. Als je dan na twee maanden eindelijk je kastje hebt, kan het best zijn dat de lijm na een paar maanden loslaat. En voor dat alles betaal je een veelvoud van de prijs van een mooi, simpel IKEA-kastje.

Wat is luxe?

Als luxe te maken heeft met kookeilanden, dan leven wij hier niet luxe. Kookeilanden en het toestel waarop wij ons eten bereiden, komen uit verschillende werelden. Als luxe te maken heeft met badgenot, dan leven wij hier ook niet luxe. Een ligbad hebben we niet, en het minieme straaltje waaronder wij ons douchen zou in een hotel tot klachtenbrieven leiden. Los van het feit dat er soms helemaal geen water uit de kraan komt en wij in het aardedonker met een ladder over de tuinmuur naar de buren klimmen om daar maar te gaan douchen. Het water uit de kraan is ook niet schoon. Soms stinkt het. We hebben een waterfilter om te zorgen dat onze witte was wit blijft. Een afwasmachine heeft niemand hier en wat servies betreft ben ik al lang blij als alles min of meer dezelfde kleur heeft. Met andere woorden: het is niet luxueus in de gebruikelijke zin van het woord.

De luxe zit ‘m hier in andere dingen. Het is ‘s nachts donker en stil – dat is luxe. Je ziet overal bomen – dat is luxe. We kunnen spontaan afspreken met mensen die we graag willen zien – soms vergeten we hoe luxe dat is. Op zaterdag eten we pizza aan het strand, met uitzicht over de baai, terwijl de kinderen krabjes vangen – van een jaloersmakende luxe. In het weekend maken we regelmatig mooie uitstapjes buiten de stad, in de wildernis zeg maar, of wat daar van over is. Rivieren om in te zwemmen, zeeën om langs te slenteren, stranden om kampvuren op te maken.

Vrijheid, dat is luxe

Over het maken van kampvuren wordt hier niet spastisch gedaan. Je hoeft er niet eerst een vergunning voor te kopen en er is geen voorgeplaatste betonnen bak om je vuur in te maken. Je mag helemaal zelf weten waar en wanneer je je vuurtje maakt. Vrijheid, dat is luxe.

Samenvattend is de vraag dus: zit luxe ‘m in de nutsvoorzieningen? Zit luxe ‘m in materiële zaken? Of heeft luxe te maken met vrijheid? Heeft luxe te maken met de nabijheid van de natuur? Of, even een andere zijsprong, gaat het bij luxe misschien om relatieve luxe ten opzichte van anderen?

In dat geval leven wij hier in alle opzichten extreem luxueus. Tachtig procent van de Tanzanianen heeft minder dan één euro per dag te besteden. Vergeleken met hen hebben we het ontzettend goed. Onze kinderen gaan naar een goede school. We kunnen elke dag verse groente en vers fruit eten. We hebben ons eigen vervoer. Als we ziek worden, zijn er medicijnen. We kunnen naar het strand, naar een toneelstuk, of een nieuwe taal leren. Maar bovenal hebben we een toekomst, en hebben we de vrijheid en de mogelijkheden om die toekomst vorm te geven.

Dat alles geldt waarschijnlijk ook voor u, lezer. Misschien moeten we concluderen dat niet alleen expats in Afrika een luxeleven leiden.


Op tijd

02|12|2011 08:37

Gesprek tussen twee expats. De ene expat, laten we hem Piet noemen, is nieuw in Dar es Salaam. De andere, we noemen hem Jan, woont er al jaren.

Piet: – Ik denk dat we het het beste over de kerstvakantie heen kunnen tillen.
Jan: – Dat denk ik ook.
Piet: – Het zou dan kunnen op 21 of 28 januari. Wat komt jullie het beste uit?
Jan: – Wo! Dat kan ik nu echt nog niet zeggen.
Piet: – Wanneer kun je dat zeggen dan?

Jan aarzelt. Het is nu november. Hij kan niet zeggen ’20 januari’, dat begrijpt hij ook wel.

Jan: – Zo rond 15 januari ongeveer?
Piet: – Maar… zo laat pas? Moet je die lodge dan niet op tijd boeken?
Jan: – Uiterlijk drie dagen van te voren. Zo onhandig! Alsof je woensdag al weet wat je zaterdag wilt doen!


test