Recente stukjes

Stukjes in de rubriek ‘Expatleven’

Koekjes

04|07|2016 09:27

– Kan ik nog wat lekkers voor je meenemen? vroeg mijn moeder.

Ik had al gehoopt dat ze dat zou vragen. Zelf had ik haar alleen om essentiële dingen durven vragen, zoals kinderondergoed en nieuwe zonnebrandcrème. Dus ik zei:
– Graag! Als het er nog bijpast!
 Een pak koekjes?
 Lekker!

Koekjes zijn duur in Tanzania, en hoewel de keuze enorm is, zijn het voornamelijk koekjes ‘met iets ertussen’, kaakjes en biscuitjes. Heel soms zijn er speculaasjes of Sultana’s te koop. Die sloeg ik dan meteen groot in, om het daarna door te sms’en naar mijn Nederlandse vriendinnen, met als resultaat dat ze binnen een week uitverkocht waren, ook al kostten ze vijf euro per pak. In het segment koekjes beperkten we ons dus tot zelfgemaakte koekjes van zandtaartdeeg, speculaasjes en Sultana’s. En in het weekend kochten we soms chocoladecroissantjes bij Epi d’Or, de Franse bakkerij. Wat koekgoed betreft hadden we dus eigenlijk niets te klagen.

Toch verheugde ik me twee weken lang op de koekjes die mijn moeder zou meenemen. Wat zou ze kiezen? Gevulde koeken? Stroopwafels? Ontbijtkoek met suikertjes? Pepparkakor? Coq bastognes? Of misschien Bahlsen-chocoladekoekjes, het liefst puur? Goddelijke koekjes zijn dat. Die combinatie van kruimelig biscuit en bittere chocola… verrukkelijk.

De dag na de aankomst van mijn moeder waren ondergoed en zonnebrandcrème uitgepakt, maar waren er nog geen koekjes tevoorschijn gekomen. Voorzichtig informeerde ik er eens naar.
– Oja, de koekjes, herinnerde mijn moeder zich. Ze pakte een rol volkorentarwekaakjes uit haar koffer. – Alsjeblieft.

Droevig keek ik naar het pak in mijn hand. Tarwekaakjes. Volkoren. Met extra vezels. De enige kaakjes die in Dar es Salaam al-tijd verkrijgbaar zijn, in wel vijftien varianten, en die we nooit kopen, omdat koekjes lekker moeten zijn en niet gezond.
– Ja, ik dacht, laat ik nou iets gezonds meenemen, voor de kinderen, zei mijn moeder. Ik weet niet of ze mijn teleurstelling zag of dat ze spontaan uitleg gaf.

Maar we woonden in Afrika. En in Afrika wonen arme kindertjes en arme kindertjes hebben helemaal geen koekjes. Arme kindertjes zouden blij zijn met tarwekaakjes. En bovendien was het goed bedoeld: puur uit liefde voor mij en haar kleinkinderen had mijn moeder geprobeerd om zowel haar natuurlijke neiging tot grootouderlijke verwennerij (lekkers) als haar natuurlijke neiging tot zorgzaamheid (gezond eten) te volgen. Met als vanzelfsprekend compromis: volkorentarwekaakjes met extra vezels.

– Lief van je.

Ik omhelsde haar. De goede ziel. Altijd met de beste bedoelingen. En zou ik niet tevreden zijn met een pak volkorenkaakjes?

Inmiddels zijn we twee jaar terug in Nederland. Een paar weken geleden kocht ik voor het eerst een pak volkorenkaakjes, vanuit dezelfde overwegingen als mijn moeder destijds: het is gezond en toch een koekje. En je raadt het al: onze kinderen blijken dol op volkorentarwekaakjes. En ik eigenlijk ook.


Nachtelijke bespiegeling | Misschien de mooiste jaren van ons leven

31|12|2014 18:44

Gesprek in de echtelijke sponde, enkele weken voor vertrek naar Nederland

– Wat aan ons leven hier kunnen we nou nooit delen met mensen in Nederland?
– Nou, alles.
– Wat dan?
– Alles. Alleen al de wegen. Waar moet ik beginnen? De potholes. De Tanzaniaan die pretendeert de potholes op te vullen en daar zijn hand voor ophoudt. De goede zielen die uitgerukte bomen in potholes plaatsen om andere weggebruikers te waarschuwen. De idioten die bouwafval in potholes storten, niet om de potholes te dichten, maar om op eenvoudige wijze van hun bouwafval af te komen. Dat je midden op straat een berg bouwafval ziet liggen, met allemaal scherpe uitsteeksels. Of dat je midden op de snelweg een uitgerukte boom in het wegdek ziet staan. Het is niet te beschrijven.
[Potholes zijn gaten in de weg, vaak in asfalt, ontstaan door erosie.]
– Ik dacht meer aan ons persoonlijke leven.
– Dat ook. Alleen al vanuit het banenperspectief. Hoe wij hier geleefd hebben. De voortdurende onzekerheid. Volledig gebrek aan job security. Dat je totaal op jezelf bent aangewezen.
– Dat hebben zzp’ers toch ook?
– Dat is waar. Zeker met de crisis. Maar als zzp’ers zonder opdracht zitten, zijn ze niet meteen illegaal. Ze hoeven alleen maar op zoek naar een nieuwe opdracht, en als het erg tegenzit moeten ze op zoek naar een nieuw huis. Maar als wij zonder baan komen te zitten, moeten we niet alleen op zoek naar een nieuw huis, maar ook naar een nieuw land, een nieuwe school, een nieuw netwerk. En geen recht op bijstand, uitkering, kinderbijslag, anything. Ons hele leven is gebouwd op het kaartenhuis van het expatinkomen. Als we wat minder gaan verdienen, kunnen we de school van de kinderen niet meer betalen, en dan houdt alles op. Dat probleem heb je niet in Nederland.
– Vind je dat een zware belasting?
– Een zware verantwoordelijkheid.
– Tot nu toe kwam het steeds goed.
– Natuurlijk.
– Natuurlijk? Het was anders wel op het nippertje. Soms wisten we tot op de dag van vertrek niet of we na de zomer nog wel terug konden komen. Tot op de dag van vertrek!
As always, I had a plan in mind. [Colonel Hathi uit Junglebook citerend]
Sure you did. [De vrouw van Colonel Hathi citerend]
– Maar ik denk inderdaad dat het voor buitenstaanders moeilijk is voor te stellen. Dat je op vliegvakantie gaat zonder te weten of je nog wel terug kunt.
– Wat mij meer dwarszit is, laten we het noemen, de woononzekerheid. Dat een huisbaas je op elk moment uit je huis kan zetten. Dat iemand je huur kan verhogen met tweeduizend dollar per maand. No notice, nothing. Geen haan die ernaar kraait. Het is dokken of vertrekken.
– Nou ja, dan vind je wel weer een ander huis. Denk aan M. en J. Die worden straks voor de tweede keer uit hun huis gezet.
– Daar zou ik niet mee kunnen leven.
– Als het moet, kun je daarmee leven. Maar leuk is het niet, nee.
– En wat nog meer?
– The beauty of simple life. Alleen al vanavond. Dat we al vijf maanden geen warm water hebben. Dat we elke avond koud douchen. En het is maar afwachten of we de ochtend halen met de luku.
[Luku is prepaid elektriciteit. Als de luku op is, gaan de lichten uit. En alle andere apparaten die stroom gebruiken.]
– Ik zal morgen luku halen. Staat op mijn lijstje.
– Fijn.
– Maar we hebben hier een prachtig leven gehad.
– Absoluut. Misschien de mooiste jaren van ons leven.
– Als je de foto’s ziet…
– Zet ze maar niet op internet.
– Nee. Daar worden onze vrienden maar jaloers van.
– Het schept ook een verkeerd beeld. Alsof het hier alleen maar zonneschijn en maneschijn is.
– Het is rozegeur en maneschijn.
– Kus.
– Kus.


Zoho! Doe maar luxe!

23|07|2014 13:12

– En wat was jullie vorige woonplaats?
– Tanzania.
– Zoho! Doe maar luxe!

In onze eerste week in Nederland reageerden twee mensen op exact deze manier, toen ik vertelde waar we vandaan kwamen. Kennelijk is ‘luxe’ de eerste gedachte die in sommige mensen opkomt als je ze vertelt dat je uit Afrika komt. Als je wit bent tenminste. Als je expat bent. Het zegt veel over de perceptie van het expatleven in Afrika. En het zegt ook iets over de Nederlandse cultuur. Want in die woorden, en vooral in de toon waarop ze uitgesproken worden, proef ik toch een zekere afkeuring. Mensen die in het buitenland wonen, hebben het beter dan ik. En mensen die het beter hebben dan ik, zijn in de grond afkeurenswaardig. U denkt zo niet, lieve lezer, maar u weet dat u landgenoten hebt die wel zo denken. Expats in Afrika leiden een luxeleven. Expats in Afrika leven een luxeleven op onze kosten. En dan is het maar een klein stapje naar: Expats zijn uitvreters.

Eerder schreef ik al eens over ons veronderstelde luxeleven. Ik word er een beetje agressief van. Achter die vier woorden – Zoho! Doe maar luxe! – gaat een scala aan normen, waarden, overtuigingen en vooroordelen schuil.

Echtgenoot en ik, nog in onze wittebroodsweken in Nederland, verbazen ons dagelijks over het gemak van het leven in Nederland. Alles kunnen bestellen en betalen via internet! Kunnen pinnen! Drinkwater en gas dat vanzelf het huis binnenkomt! Zelfs de bureaucratie valt ons mee: het zijn geen woeste bergen waarbij je zelfs het begin van het pad niet kunt ontwaren, maar lage, goed aangegeven drempels in een verder vlak landschap: je bent eroverheen voordat je het in de gaten hebt. Met uitzondering van een hypotheek dan.

Ooit nam ik me voor om Nederland en Tanzania niet met elkaar te gaan vergelijken, maar daar kom ik niet onderuit. Met deze blog probeer ik inzicht te kweken in het leven van expats in Afrika, en Nederland is voor velen het voornaamste referentiekader. Om misverstanden te voorkomen: ik ben zeer dankbaar voor mijn lange verblijf in Afrika. Het zouden zomaar de mooiste jaren van mijn leven kunnen zijn. Maar het was niet luxe, althans niet in de gebruikelijke zin van het woord. Dus hier komt de vergelijking tussen Nederland en Tanzania.

Elke dag een heerlijk warme douche.

Geen warm water. Nauwelijks waterdruk. Droevig straaltje.

Elektriciteit. Altijd. Overal.

Stroom valt regelmatig uit. Overdag, ‘s nachts, als je onder de douche staat, als de wasmachine draait, als je net iets in de oven wil zetten, tijdens je PowerPoint-presentatie, tijdens een les waarin leerlingen op de computer moeten werken. Op elektriciteit kun je niet rekenen. Je moet altijd een plan B hebben, als moeder, als gastvrouw en als docent.

Betaalgemak. Je kunt huur, water en elektriciteit betalen via een machtiging of via internetbankieren.

Huur betalen in persoon bij de verhuurder (alleen tijdens kantooruren). Waterrekening betalen in persoon bij het waterleidingbedrijf (alleen tijdens kantooruren). Elektriciteit is prepaid. Als je tegoed op is, valt de stroom uit. Je moet dus goed in de gaten houden hoeveel elektriciteitstegoed (luku) je nog hebt om te voorkomen dat plotseling de lichten uitgaan. Nieuw elektriciteitstegoed kun je kopen aan een loket (alleen overdag).

Pinnen! The glory!

Altijd voldoende cash meenemen als je naar de supermarkt gaat. Regelmatig bij de kassa tot de ontdekking komen dat je onvoldoende geld bij je hebt om alle boodschappen af te rekenen.

Een doorlopend internetabonnement. Jaarlijks betalen via internetbankieren.

Een prepaid internetabonnement dat je maandelijks moet opwaarderen. Als het tegoed op is, kun je niet meer internetten. Dat kan gebeuren vlak voor je deadline,vlak voor je belafspraak, tijdens het skypen, tijdens het downloaden, enzovoort. Nieuw internettegoed kopen in een winkeltje (alleen overdag).

Een doorlopend telefoonabonnement.

Een prepaid abonnement dat je maandelijks moet opwaarderen, of eerder als je beltegoed eerder op is. Beltegoed raakt meestal op tijdens een gesprek. Het plotseling afbreken van een telefoongesprek is dan ook volkomen geaccepteerd. “Sorry, m’n beltegoed was op.”

Gas komt automatisch het huis binnen.

Zelf gasflessen kopen (alleen overdag).

Goed drinkwater uit de kraan.

Water uit de kraan is geen drinkwater. Zelf drinkwater kopen (zwaar!) of laten bezorgen (alleen tijdens kantooruren – zorgen dat er iemand thuis is en zorgen dat er voldoende cash in huis is).

Transparant kraanwater.

Troebel kraanwater. Wit wasgoed blijft niet wit. Drie waterfilters bij de wasmachine om witgoed wit te houden. Filters regelmatig schoonmaken – groot karwei. Twee keer per jaar nieuwe filters kopen (tijdens kantooruren – vaak tevergeefs – winkel heeft filters vaak niet op voorraad).

Niets hoeven strijken.

Alles moeten strijken. De Afrikaanse mangovlieg legt eitjes in nat wasgoed. Als de eitjes uitkomen, kruipen de larven in je huid. Vervolgens eten ze zich een weg naar binnen. Om dit te voorkomen, moet wasgoed hetzij gestreken worden, hetzij gedroogd in een droger. Trek in Afrika dus nooit iets aan dat direct van de waslijn komt!

Klagen over een voetbalveldje met kale plekken.

Blij zijn met een kaal voetbalveldje.

Als je een kastje nodig hebt, ga je naar IKEA of Marktplaats en daar vind je iets voor een schappelijke prijs.

Als je een kastje nodig hebt, moet je het zelf ontwerpen, tekenen, alle maten vermelden, offerte aanvragen en vier weken wachten. Je krijgt dan een mooi maar loodzwaar kastje van tropisch hardhout van onbekende herkomst. Twee jaar later is het hout gaan werken en laat de lijm los, maar dat maakt niet uit, want het is een schitterend, uniek kastje, door jezelf ontworpen. Het kost alleen veel tijd.

Wie zijn expatvrienden in Afrika niet opzoekt, zal nooit begrijpen hoe hun leven eruitziet. Daarom waren we zo blij dat onze vrienden M., C., M. en Z. bij ons langskwamen. Ze zagen alles: de school, de Yacht Club, de dames die ons helpen in het huishouden. Maar ook de stroomstoringen, de hopeloze hoeveelheden stof in huis, het gedoe met het personeel, de toestanden met gas, water, licht, enzovoort. Toen we het hadden over ons nakende vertrek en hoe het voor ons zou zijn om weer in Nederland te wonen, merkte vriendin C. op: “Het zal wennen zijn. Maar ik denk wel dat jullie het makkelijker krijgen.”

Ik kon haar wel zoenen. Het was gezien. Het was niet onopgemerkt gebleven.


Should I stay or should I go? – English

04|01|2014 11:26

– What’s so special about this place? Really, there is not that much. Okay, we have the blue sky, we have the sun, we have the sea, but apart from that? Nothing.

Miraculously but true: this statement comes from the same friend who used to be so excited about Dar. Her enthusiasm about the city she so appreciated two years earlier, had turned into an all-encompassing frustration. She was not the first and she is not the only one. All expats in Dar are familiar with the so-called Dar dip, but it is usually just a temporary bad patch. A gin and tonic at the Yacht Club is enough to get over it. But sometimes Dar dips take longer, or come more frequently. The cause varies: it may have something to do with uncertainty about the future, an insufferable boss, issues with the work permit, issues with the landlord, issues with unreliable house personnel or the inability to find affordable housing. Or all at the same time – the friend in question scored 5 out of 6.

And so for all expats in Africa at some point the question arises: Should I stay or should I go ?
Usually there is a single dominant reason to stay or leave. It can be something small. For instance, someone once said that it was time to move on, “because I see cars driving of which I know the pre-previous owner.” Good point. Someone else stayed because of the international education. Also a good point. Here are some more.

Why would you stay?

  • Because you know a lot of nice, inspiring people in Dar es Salaam with whom you feel at home and by whom you feel known and valued,
  • Because life is interesting and adventurous, never a dull moment,
  • Because your children are in an excellent international school and because you tremendously appreciate the educational philosophy behind PYP, MYP and DP,
  • Because your children are bilingual, and because they make no distinction between white, brown or black, nor between nationality, race or religion,
  • Because you enjoy living in the lee of commerce, and you don’t want to return to a society where commerce reigns with offers, sales, discounts, brochures, advertisements, advertorials, premature Eastern eggs and 3 for the price of 2,
  • Because you have such incredibly nice students and you would love to guide them one by one to a successful graduation,
  • Because the Yacht Club is still one of the finest places in the world, unequalled, and you are able to enjoy it daily, should you wish,
  • Because it’s so nice to be able to see the horizon every day and the high skies, and because it is so great that the view is not spoiled by nasty high buildings close to the road,
  • Because of the sea, the sun, the clouds, the moon, the stars,
  • Because of the divine breezes,
  • Because of the silent, dark silhouettes of trees against the evening sky, which runs from deep blue to pale yellow,
  • Because you like to live in a place where the night is still night,
  • Because it is still quiet at night, except for the call of the water thick-knee,
  • Because it is so delightful to be able to swim a mile in the morning, in a clear sea of acceptable temperature,
  • Because you can never never nevermore live without the colours and smells of Africa, the outdoor life, the ever open doors,
  • Because it is so charming to live in a place where the grass along the roads is allowed to grown high and waving and where the trees are allowed to grow wherever they sprout up,
  • Because you have nothing, really nothing, with manicured lawns.

Why would you leave?

  • Because you would like to be able to sit outside for once without being attacked by tiger mosquitoes,
  • Because you like cycling – the freedom, the motion, the fresh air! – and then preferably on cycling lanes and not along the highway,
  • Because you like to give your children as home country a country where they can build up something: where they eventually can buy a house, where they can vote, where they can find a good job and where they can send their children to a good school without having to pay up to a small annual salary each year,
  • Because Dar es Salaam is getting bigger, dirtier and uglier by the year,
  • Because the hedges and the trees disappear in favor of cement, glass and billboards,
  • Because you are sick of the indifference, ignorance and unwillingness of people in power and the corruption of the police,
  • Because it makes you so sad to see the trash along the roads, the endless barren areas with tree trunks, the effects of dynamite fishing,
  • Because you know that the population growth is such that it can only get worse in the future,
  • Because the weather is in fact only bearable six months a year,
  • Because you see cars driving of which you know the previous owner and the pre-previous owner,
  • Because you like to see your children develop into independent teenagers, who can literally find their own way in life and who don’t always need to be brought and picked up by mom and dad, or worse, the driver,
  • Because you have been getting up at five thirty in the morning for five years and you really, really, really cannot get used to it,
  • Because it is likely that sooner or later you will be summoned out of your house and you rather leave paradise voluntarily than wait until you are thrown out.

My friend, who lived in Africa for fourteen years and who thought she would never leave the continent, eventually left. In the end the sun, the sea and the blue skies outweighed a psychopathic landlord, a stolen car, the endless procedures to get her work permit extended, the income insecurity and not in the least, the desire to live closer to her parents. What can I say? It’s a process.


Je bent een expat in Afrika als…

19|11|2013 16:17

… Je je meer zorgen maakt over dengue dan over malaria,

… Je het verschil weet tussen een malariamug, een tijgermug en een gewone Culex,

… Je in één week wordt uitgenodigd voor Thanksgiving, Eid en Hanukkah,

… Je in een miljoenenstad woont en toch ‘s nachts de sterren kunt zien,

… Je helemaal uit je dak gaat als er ergens tweedehands IKEA-meubels te koop zijn,

… Je jezelf van top tot teen kunt wassen met een halve emmer water,

… Je met vier dagen shoppen inkopen kunt doen voor een heel jaar, voor de hele familie, inclusief tandenborstels, zwemkleren, schoeisel en cadeaus voor de decembermaand,

… Je niet meer opkijkt van een paar onbewoonde eilanden meer of minder,

… Je kerst niet met je familie kunt vieren omdat je geen warme kleren hebt.


5 tips om succesvol samen te leven in een expatgemeenschap

27|09|2013 11:57

Samenleven in een kleine gemeenschap kent zijn eigen sociale uitdagingen. Dit geldt voor elke kleine gemeenschap – denk aan het studentenhuis, het dorp, het reisgezelschap – en dus ook voor expat communities. Dit zijn een paar handige tips voor nieuwe expats, gebaseerd op jarenlange ervaring en diverse teleurstellingen.

1 Bescherm je vrienden tegen mogelijke jaloezie

Iedereen kent elkaar, dus als jij door X uitgenodigd wordt voor een drankje of feestje, kan het zijn dat Y niet is uitgenodigd. Om te voorkomen dat Y zich buitengesloten voelt, bestaat er de frase: I’ve got other plans.
Als in:
– Zullen we vanavond wat gaan drinken?
– I’ve got other plans.

Zeg niet: – Ik ga wat drinken met X, want dan voelt je vriendin zich buitengesloten.
Zeg ook niet: – Ik ga wat drinken met een vriendin, want het komt altijd uit dat je met X hebt afgesproken en je vriendin zal terecht denken: Hoezo ‘een vriendin’? Zeg toch gewoon dat je wat met X gaat drinken! Ik ken X toch? Probeer niet interessant te doen alsof je vriendinnen hebt die ik niet ken!
Zeg dus: – I’ve got other plans.

2 Roddel niet

Ik weet dat roddelen mensen dichter bij elkaar brengt en dat je soms gewoon iets moet delen, maar in een kleine gemeenschap waarin iedereen elkaar kent, leidt het tot trammelant en tierelier. Roddel dus niet. Vertel ook niet aan B dat je C niet zo aardig vindt. Het is niet onmogelijk dat B en C jarenlang samen in een lemen hutje in Mozambique hebben gewoond en hartsvrienden zijn. Als je je antipathie met iemand wilt delen, dan deel je het met je partner. En die roddelt ook niet.

3 Help elkaar! / Durf te vragen!

Een waardevol aspect van Het Goede Leven in Afrika is dat veel expats voor elkaar klaar staan. Dat is fijn, in een land waar je het moet zien te rooien zonder het gebruikelijke vangnet van familie, vrienden en de buren. Een zekere wederkerigheid is natuurlijk vereist – we kennen allemaal de mensen die alleen vragen en nooit geven. Het advies is dan ook: Help elkaar. Zeg ‘ja’ op verzoekjes, klein of groot. En durf te vragen. Zet je gêne opzij. Stuur gerust een massa-sms om te vragen of iemand een goede tandarts weet. Durf je was naar de buren te brengen als je wasmachine het niet doet. Vraag of je bij ze mag douchen. Ze zullen het begrijpen. They have been there.

4 Probeer mensen niet te claimen

Vriendin X mag dan jouw beste vriendin zijn, maar dat betekent niet dat ze niet mag afspreken met Y, die jij ook kent. Misschien gaan ze zelfs samen op vakantie, waarbij ze jouw collega Z ook nog eens meevragen. En dat mag. Dat is okee. Het geeft misschien even een wrang gevoel, ook omdat jullie kinderen elkaar allemaal kennen, maar slik het in, laat het van je afglijden, maak je niet druk. Je kunt niet met vier of vijf gezinnen op vakantie. Ergens moet je een grens trekken. En misschien zit er iets onschuldigs achter. Misschien gaat het uit van hun mannen, die wekelijks samen frisbeeën. En zijn jouw kinderen niet net iets jonger dan de andere zes? Maak je geen zorgen. Het komt goed.

5 Wacht

En als het niet goed komt, als er een kliekje ontstaat van drie of vier gezinnen die alles samendoen, laat ze. Wees blij voor ze dat ze elkaar hebben gevonden in den vreemde. Zie het positieve ervan in: jij hebt een gevarieerde vriendenkring, jij ziet elk weekend andere mensen in plaats van steeds dezelfde. En de dynamiek zal weer veranderen als een van de gezinnen vertrekt. Want dat is het mooie van Afrika: iedereen gaat altijd weer weg. Dus als er echt iemand is die het bloed onder je nagels vandaan treitert, heb geduld. Je hoeft het alleen maar uit te zitten.


Lifestyle

21|09|2013 10:42

Expats in Afrika hebben het vaak waarderend over hun lifestyle. Wat voor lifestyle bedoelen ze dan, en wat is er eigenlijk zo bijzonder aan? Ik heb daar lang over nagedacht en ik denk dat ik het weet. Het heeft niets te maken met hulp in de huishouding en ook niets met zeeën, zwembaden en gin tonics. Het heeft te maken met saamhorigheidsgevoel, open vriendencirkels en vaste ontmoetingsplaatsen.

Open vriendencirkels

In je vrijgezellentijd en in je studententijd beweeg je je in open sociale cirkels. Je ontmoet regelmatig mensen die anders zijn dan jij. Vrienden van vrienden sluiten zich makkelijk aan. Binnen een beperkt geografisch gebied, zoals een binnenstad of een stadswijk, heb je een dicht netwerk van vrienden, kennissen en vage bekenden.

Dat blijft een tijdje zo als je gaat werken, maar op een gegeven moment verandert je sociale leven: van open cirkels met vrienden, kennissen en vage bekenden, raak je verzeild in gesloten cirkels met voornamelijk goede vrienden. Zij hebben zich inmiddels over het hele land verspreid en iedereen is drukdrukdruk, dus afspraken maak je maanden van tevoren. Zelden komt het nog voor dat je op straat spontaan een bekende tegenkomt en samen wat gaat drinken, en zelden komt er nog eens een onbekende aanwaaien op een feestje, zoals vroeger. En als dat al gebeurt, zijn dat zelden excentrieke figuren die iets vaags doen met literatuur of kunst, want die bewegen zich in andere kringen.

Expats daarentegen wonen vaak samen binnen een beperkt geografisch gebied. In Dar es Salaam bijvoorbeeld speelt het grootste deel van mijn leven zich af op een schiereiland van 4 bij 2 km. Mijn vrienden wonen er, ik woon er zelf, ik doe er mijn dagelijkse boodschappen, er is een strand, een theater, een boekhandel en een kliniek. Wat wil een mens nog meer? Een Italiaanse delicatessenzaak die porcini en mozzarella verkoopt? Is er ook.

En dus leven we als in een dorp. Op zaterdag en zondag ontmoeten we elkaar op de zeilvereniging. Onze kinderen hebben sleepovers bij elkaar, we zwaaien naar elkaar als we elkaar in onze auto’s passeren en soms gaan we samen een weekeindje weg. De samenstelling van de groepjes verandert voortdurend en het is dan ook zaak om elkaar niet voor het hoofd te stoten, maar over het algemeen is er een groot gevoel van saamhorigheid. Het zijn open vriendencirkels.

Vaste ontmoetingsplaatsen

De expats die ik ken spreken zelden af bij elkaar thuis. Op zaterdagavond ga je naar de pizzeria en je ziet wel wie er komt. Je schuift een tafel aan, twee tafels, hup nog eentje erbij, en geeft om beurten een rondje. De kinderen spelen een paar meter verderop op het strand of in de tuin –Afrika heeft de ruimte. Expats ontmoeten elkaar dus niet twee aan twee (exclusief) maar groepsgewijs (inclusief). Het is niet: Zullen we met zijn vieren uit eten gaan, maar het is: Kom je ook? Een groot verschil.

De lifestyle – dat is het dus. Vrienden en kennissen, lange tafels aan het strand, spontane ontmoetingen, leven op een schiereiland. Met andere woorden: de charme van het expatbestaan zit ‘m erin dat het in sommige opzichten een voortzetting is van je studentenleven.


Bespiegeling

02|09|2013 13:59

Natuurlijk, we hebben het klimaat, de zee, de lifestyle, het avontuur en de hulp in de huishouding, maar Afrika heeft expats meer te bieden. Vijf onverwachte meevallers van het leven als expat in Afrika.

1 Herijking

Tijdelijk of permanent in een ander land leven, om het even welk land, daagt uit tot reflecteren op de waarden en overtuigingen die je van huis uit hebt meegekregen. Misschien zit alles wel net even anders dan je dacht. In Afrika heb ik een andere kijk gekregen op ontwikkelingshulp, democratie, economie, de positie van Europa in de wereld, menselijke drijfveren en de zin van het leven in het algemeen. Het is niet uitgesloten dat dat in Nederland ook was gebeurd, maar toch.

2 Ontmoeting

Daarnaast zijn er de interessante ontmoetingen. De meeste expats hebben hun vrienden en familie niet meegenomen naar Afrika en staan dus open voor nieuwe vriendschappen. Die kunnen vrij snel vrij diep gaan: in twee jaar tijd kun je vrienden maken voor het leven. In steden met veel expats bestaat bovendien een enorme diversiteit aan culturen en nationaliteiten. Dit leidt tot waardevolle inkijkjes achter de schermen. Hoe vaak spreek je iemand uit Papua Nieuw Guinea? Hoe vaak sluit je vriendschap met een Japanse? Wat deelt een gesluierde vriendin zoal over haar seksleven? Veel vooroordelen gaan overboord (en sommige worden bevestigd).

3 Bezinning

Het bestaan als expat kent vanwege het transitionele karakter veel momenten van bezinning: steeds als een goede bekende verhuist, sta je stil bij wat je voor elkaar betekend hebt. Je schrijft en ontvangt brieven die je normaal gesproken alleen schrijft en ontvangt bij bruiloften, jubilea en nakende levenseinden. Dat is waardevol. Elke verhuizing van vrienden is bovendien aanleiding om stil te staan bij je eigen leven: zitten we hier nog wel op de goede plaats? Moeten ook wij verder trekken? Wat is wijsheid? Wat willen we eigenlijk?

4 Gewaarwording

Moet ik het nog noemen
De bomen en de bloemen
De geuren en de kleuren
Afrika is niet dor en droog
Afrika is regenboog

5 Ontdekking

Misschien niet onverwacht, maar desalniettemin een waardevolle ervaring, is de adembenemende Afrikaanse natuur. Als expat heb je de tijd en de mogelijkheid om een land echt te leren kennen. Op een gegeven moment kom je dus op de mooiste, bijzonderste, meest ongerepte plekjes, ver van de gebaande paden van de Lonely Planet. Als je dan weer eens boven een nest uitkomende zeeschildpadjes staat, als je kampeert aan een uitgestrekt verlaten strand, als je uitkijkt over een typisch Afrikaans savannelandschap of als je mee gaat jagen met de laatste jagers-verzamelaars in Afrika, dan weet je: we’re so lucky.


Dar es Salaam Yacht Club

01|07|2013 20:04

In je studententijd zijn er van die kroegen die aanvoelen als een verlengstuk van je studentenhuis. Je hebt er je favoriete plekje, het personeel groet je als je binnenkomt, je kent de incrowd en op de wc weet je precies welke tegeltjes los zitten. In Dar es Salaam bestaat ook zo’n gelegenheid, maar het is geen café. Het is de Yacht Club.

Het fenomeen Yacht Club

In Rotterdam bestond destijds – en bestaat waarschijnlijk nog steeds – een zeilvereniging waar een waas van elitair omheen hing. De naam werd voornaam uitgesproken, met Hoorbare Hoofdletters: De Maas, uit te spreken als Maes. Ik ben er nooit geweest, maar uit de flarden die ik erover opving maakte ik op dat het ging om een Besloten Club. Ik stelde me er een bruin café bij voor, met een houten stuurrad aan de muur, whisky uit het vat en een koperen bel boven de bar. Bij de clientèle dacht ik aan mannen met snor en kapiteinspet die hard lachten en elkaar sterke verhalen vertelden.

Twee weken geleden. Terwijl de ouders genieten van een gin tonic, spelen de kinderen op het strand van de Yacht Club. Met hoog water kunnen ze zwemmen en kayakken. Met laag water verzamelen ze zeekomkommers, zee-egels, zeesterren en visjes, voor in het zelfgemaakte strandaquarium.

Pas twintig jaar later kon ik mijn vooroordelen toetsen aan een andere zeilvereniging, de Dar es Salaam Yacht Club, door mijn zoon consequent uitgesproken als Joht Clab. Ik werd niet teleurgesteld. Er is een bruine bar met een koperen bel, een houten stuurrad en vijf soorten whisky ondersteboven in maatschenkers. Toch blijkt het in de praktijk informeler dan je zou verwachten. Om maar wat te noemen: op de Yacht Club eet je geen garnalencocktails en carpaccio, maar pizza en friet. De douches en wcs zijn niets om over naar huis te schrijven en de leden lopen rond op teenslippers. Om lid te worden moet je weliswaar een klein fortuin op tafel leggen en twee leden vinden die je willen introduceren, maar in de praktijk kan iedereen lid worden, van welke nationaliteit of huidskleur dan ook. De meeste expats zetten zich dan ook over hun aanvankelijke aversie heen en worden lid.

Koloniaal

Koloniaal is het ondertussen wel. Zo hoef je op de Yacht Club je eigen boot niet op te tuigen. Je belt vanuit huis even naar je boat boy (officiële naam!) met de vraag of hij je boot zeilklaar maakt, en als je aankomt staat de boot opgetuigd en wel voor je gereed. Ook aftuigen en schoonmaken doet de boat boy voor je. Indien gewenst kan hij een nieuw verfje regelen of iets laten repareren. Voor dit alles betaal je hem een maandelijks bedrag dat vermoedelijk minder is dan wat een zestienjarige in Nederland verdient met een avondje babysitten. Weliswaar krijgen boat boys daarnaast een salaris van de Yacht Club en werken ze voor verschillende mensen tegelijk, maar toch, een vetpot kan het niet zijn.

Boat boys

Wat mij meer dwars zit, is dat boat boys over het algemeen niet worden gegroet. Terwijl het een voorschrift is van de Yacht Club dat leden elkaar groeten (de club heeft talloze lawsby-laws, rules en regulations), en terwijl groeten in Tanzania zo belangrijk is! De boat boys lijken er overigens niet in het minst mee te zitten: zij minden hun boat business en bemoeien zich niet met de leden. In hun blauwe overalls bewegen ze zich zelfverzekerd over het terrein. Als ik eens een groepje gedag zeg, is de respons ongemakkelijk. Ze lijken mijn groet volkomen overbodig te vinden. Kennelijk accepteren ze het als een gegeven dat er twee duidelijk te onderscheiden groepen zijn op de Yacht Club: enerzijds de boat boys in hun blauwe overalls, anderzijds de leden, voornamelijk expats, in zeil- of zwemkleding. Wat het ongemakkelijk maakt, is dat de boat boys toevallig allemaal zwart zijn en de leden stomtoevallig vrijwel allemaal wit.

Of is dat mijn eigen geconditioneerdheid? Als ik in Nederland een garage binnenkom, voel ik me niet verplicht om alle monteurs te groeten. In een supermarkt groet ik niet alle vakkenvullers. De vakkenvullers zitten daar ook niet op te wachten: zij stellen een bepaalde onzichtbaarheid juist op prijs – ik weet dat omdat ik zelf vakkenvuller ben geweest. In de geografische eenheid van een supermarkt liggen bij wijze van spreken twee plattegronden over elkaar: die van de klanten en die van de vakkenvullers. Elke plattegrond heeft zijn eigen ingang en zijn eigen looproutes. Over de ene plattegrond bewegen zich de klanten, over de andere plattegrond de vakkenvullers, en zij zien elkaar slechts als vermijdbare objecten. Iets dergelijks is aan de hand op de Yacht Club.

Ontbijten in de beach banda met uitzicht over het drooggevallen slik. Op de achtergrond het onbewoonde eilandje Bongoyo.

De leden en het bedienend personeel groeten elkaar overigens wel. De mannen van de pizza’s, de vriendelijke oudere heer achter de bar van de beach banda, de jongen die over de Optimisten gaat.

De mooiste zeilvereniging van Afrika?

In het bovenstaande proeft u nog steeds een licht gevoel van ongemak over het koloniale karakter van de club, maar ik moet zeggen dat ik er graag kom en dat ik liever bespaar op onze kaasconsumptie (ongeveer dezelfde aanslag op ons maandelijkse budget) dan dat ik de Yacht Club eruit gooi. Of het echt de mooiste zeilvereniging van Afrika is weet ik niet, maar het zou kunnen. Ze ligt aan een uitgestrekte baai met uitzicht over zee. In de verte zie je drie onbewoonde eilandjes. Het slik valt schitterend droog bij eb en er is een schoon strandje met schaduwrijke bomen. Je kunt er aan het strand pizza eten terwijl de kinderen krabjes en heremietkreeften vangen. Je hoort er regenwulpen en zilverplevieren, je ziet er krabplevieren. Je ontmoet er vrienden en ze hebben gin tonic. Wat wil een mens nog meer?

Kinderen met laag tij tijdens zonsondergang.


Het aanvragen van een nieuw paspoort

28|01|2013 19:52

Gemeentehuis Den Haag, december 2012

– Goedemorgen, kan ik u helpen?
– Goedemorgen. Wij wonen in Tanzania en komen een nieuw paspoort aanvragen. Onze paspoorten verlopen in maart.
– Dat kan. Heeft u de Nederlandse nationaliteit?
– Ja.
– Sinds wanneer bent u uitgeschreven uit Nederland?
– Sinds maart 2005.
– Heeft u alle bescheiden bij u?
– Jazeker.
(Triomfantelijk halen we al onze bescheiden tevoorschijn. Het ingevulde aanvraagformulier, onze huidige paspoorten, pasfoto’s die gemaakt zijn volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid en zelfs een kopie van ons trouwboekje. Aan alles is gedacht. Op paspoortinformatie.nl staat een lijst met benodigdheden, dat was erg handig.)
– Hmmm… ik zie in de computer dat u nog een identiteitskaart heeft.
– Klopt, maar die is al jaren verlopen.
– Ja, maar die moet u toch inleveren.
– Hij is niet meer geldig. Ik heb geprobeerd hem te verlengen, een half jaar geleden, bij de gemeente waar we het laatst ingeschreven stonden, maar dat kon niet, zeiden ze, omdat we niet meer in Nederland wonen.
– De identiteitskaart is eigendom van de Nederlandse staat. Ik kan helaas geen paspoortaanvraag accepteren als u nog een identiteitskaart thuis heeft.
– Hoezo?
– De identiteitskaart is gelinkt aan het paspoort, dus die moet u inleveren bij een nieuwe aanvraag.
– Maar ik heb een paar jaar geleden ook een nieuw paspoort aangevraagd en toen vroeg niemand naar een identiteitskaart.
– Helaas kan ik uw aanvraag niet in aanmerking nemen zonder de identiteitskaart. Heeft u de kaart nog?
– Ja. Ik heb ‘m een paar keer bijna weggegooid, maar ik dacht, kom, kan altijd nog eens van pas komen.
– Kunt u dan morgen terugkomen met uw kaart?
– Dat kan niet. Hij ligt in Tanzania.
– Het spijt me mevrouw, maar dan moet u een nieuw paspoort aanvragen bij de ambassade in Tanzania.
– Maar we kunnen niet terug naar Tanzania met dit paspoort. Het verloopt in maart.
– Dan kunt u op de dag van vertrek een noodpaspoort aanvragen bij de Marechaussee op Schiphol.
– Maar dat is vijftig euro per persoon!
– Zesenveertig euro mevrouw.
(De beambte geeft alle bescheiden weer terug, plus de keurige insteekhoes waar alles in zat.)
– Ik begrijp het niet. Op paspoortinformatie.nl heeft u een hele lijst staan van wat we mee moeten nemen voor een paspoortaanvraag. Aan alles hebben we gedacht. Waarom staat er dan niet bij dat de identiteitskaart ook mee moet?
– Er staat ‘alle in uw bezit zijnde reisdocumenten’. Een identiteitskaart is een reisdocument.
(beteuterd) – Dat wist ik niet. Ik dacht dat het drie aparte dingen waren: paspoort, identiteitskaart en rijbewijs.
– Ja, u kunt zich identificeren met een paspoort, een identiteitskaart en een rijbewijs. Het paspoort en het identiteitsbewijs zijn aan elkaar gelinkt, het rijbewijs niet. Met de identiteitskaart kunt u alleen binnen Europa reizen.
– O. Dat wist ik ook niet.

Ambassade Dar es Salaam, januari 2013

– Good morning, may I help you?
– Yes, I am here to apply for a new passport.
– Are you a Dutch citizen?
– Yes I am.
(Ik overhandig alle bescheiden, inclusief de verlopen identiteitskaart. De baliemedewerkster bekijkt alles zorgvuldig. Dan geeft ze de identiteitskaart terug.)
– Sorry, we don’t extend ID cards.
– That is fine, I don’t need an extension.
(Ik pak de kaart op en hem weer voor haar neer.)
– ID cards can only be extended in the Netherlands.
(Vriendelijk schuift de dame mij de kaart weer terug.)
(Ik, even vriendelijk) – It’s fine, I just want to give it back.
(Ik schuif de kaart weer naar haar toe.)
– Sorry, I can’t accept it.
(Ze schuift de kaart weer naar mij, iets beslister nu.)
– It’s the property of the Dutch government, will you please take it?
(Koppig leg ik de kaart weer voor haar neer.)
– Sorry, we don’t do ID cards.
– But I can’t apply for a new passport if I don’t return my expired ID card!
– Yes you can. You can just apply for a new passport, no problem.
– I am sure they will not accept my application without this card.
– Yes, they will. No problem.

(Uiteindelijk keer ik onverrichterzake terug naar huis, met al mijn bescheiden. De dame van de ambassade geeft me het e-mailadres van diezelfde ambassade, met het advies een e-mail te sturen ter verheldering.) 

Februari 2013

Mijn e-mail is doorgestuurd naar Consulaire Zaken van de ambassade in Pretoria, die zich verontschuldigde voor het ontstane misverstand en mij verzekerde dat ik mijn identiteitskaart nu zonder problemen kan inleveren bij de Nederlandse ambassade in Dar es Salaam. In het toelichtende schrijven:

Wereldwijd is er lange tijd onduidelijkheid geweest welke ambassades ID-kaarten konden innemen. Vaak werd er vanuit gegaan dat een ambassade alleen die documenten kon innemen die zij uitgaf, met andere woorden: indien een ambassade niet gemachtigd is tot uitgifte van ID-kaarten, kan zij deze ook niet innemen. Dit bleek onjuist en afgelopen maandag is hierover een bericht uitgegaan naar alle ambassades om aan deze onduidelijkheid een einde te maken. Nederlandse ambassades zijn gerechtigd alle Nederlandse reis- en identiteitsdocumenten in te nemen, ongeacht het feit of zij deze ook afgeven.

Zodoende heb ik opgelucht de identiteitskaart ingeleverd die ik ooit in een vlaag van burgerschapszin aanschafte, niet wetende dat het ding mij jaren later een noodpaspoort zou kosten, plus de kosten van een omgeboekte vlucht, plus de kosten van een niet-geconsumeerde hotelovernachting, plus een vakantie, dit alles omdat Dubai geen Nederlandse nooddocumenten accepteert en wij een vlucht via Dubai hadden. En zodoende brachten wij de eerste nacht van 2013 door op het vliegveld van Dubai, dat wij met ons noodpaspoort niet mochten verlaten, met twee zieke kinderen, tien uur lang, in een verder uitstekend humeur.

Overigens ben ik dankbaar dat Nederland de mogelijkheid biedt om een noodpaspoort aan te vragen. Het heeft me al twee keer uit de nood geholpen.


test