Recente stukjes

Archief voor May, 2013

Inentingen in Swaziland

27|05|2013 20:05

Het is september 2005. We wonen in het zuiden van Swaziland, in het dorpje Big Bend, genoemd naar een grote bocht in een rivier. Onze dochter is zes weken oud en heeft haar tweede set inentingen nodig. De eerste set kreeg ze bij haar geboorte in Zuid-Afrika.

Omdat de kliniek in Big Bend een grote rode vlag is, rijden we op een zaterdagmorgen naar het dichtstbijzijnde stadje Manzini, ongeveer een uur verderop, omdat we daar een goede arts kennen. Hij is van Rwandese afkomst en we vertrouwen hem. Tijdens mijn zwangerschap was ik er een paar keer geweest en dat was naar alle tevredenheid. De arts geeft onze dochter haar inentingen en na korte tijd staan we weer buiten.

Als we in de auto zitten, sla ik me voor het hoofd.
– Shit, we hebben de houdbaarheidsdatum niet gecontroleerd.
In onze kliniek in Zambia was het standaardprocedure om patiënten de houdbaarheidsdatum te laten controleren. Of je wilde of niet: er werd geen prikje gezet voor je had bevestigd dat het vaccin in orde was.
– Het zal toch wel goed zijn? vraagt Echtgenoot.
– Ja… nou… ik weet het niet. (Korte stilte). – Ik kan er vast niet van slapen vannacht.
– Het is vast goed, zegt Echtgenoot.
Ik voel een diepe bezorgdheid in me opkomen. We wonen al drie jaar in Afrika en hebben medisch al het een en ander meegemaakt.
– Liefste, zou je het toch even binnen willen navragen? Alsjeblieft. We zijn hier nu. Het is vijf minuten.
Echtgenoot zucht. De nacht was kort, de dagen zijn lang, en het is tijd voor het weekend.
– Ik blijf wel in de auto met de kinderen, zeg ik. – Dan kan ik meteen Dochter voeden.
Echtgenoot zucht opnieuw. Dan stapt hij uit.

Ik voed onze dochter. Vijf minuten gaan voorbij. Tien. Vijftien. Twintig. Ik neem me voor om voortaan altijd de uiterste houdbaarheidsdatum te controleren.
Na een half uur stapt Echtgenoot weer in de auto.
– En? vraag ik. – Was het verlopen?
– Nee, zegt Echtgenoot. – Ze hebben haar de verkeerde inentingen gegeven.
– Waaat?!!

Het blijkt dat ze Dochter in haar ene been een combinatievaccin hebben gegeven van DTP en Hepatitis B, en in haar andere been DTP. De bedoeling was dat ze in haar ene been het combinatievaccin zou krijgen en in haar andere been HIB.
– Ze waren ervan overtuigd dat ze het goed hadden gedaan, zegt Echtgenoot. – Ze lieten me zelfs de instructies van de overheid zien. Een jaar geleden is de overheid overgestapt op een nieuw protocol. Maar ze hebben de brief niet goed begrepen.
Echtgenoot kijkt me aan.
– Alle kinderen krijgen hier al een jaar lang een dubbele DTP-dosis, en geen HIB.
Ik laat deze mededeling langzaam tot me doordringen.
– Dus ze heeft geen HIB gekregen.
– Nee.
– Er zijn losse HIB-vaccins. In Zambia hadden ze die ook.
– Ja, maar hier hebben ze alleen combinatievaccins met DTP. En daar heeft ze al een dubbele dosis van gehad.
– Wat nu?
– Nu niks. Over zes weken geven we haar het HIB-vaccin, tegelijk met de volgende inentingen. En we gaan nooit meer naar deze kliniek.

Zes weken later

Zes weken later is het tijd voor Dochters nieuwe prikjes. De kliniek in Big Bend is uitgesloten, de kliniek in Manzini is ook geen optie meer, dus op een zaterdagochtend gaan we op weg naar Mbabane, de hoofdstad van Swaziland, waar beweerdelijk de beste kliniek van het land zit.

Na anderhalf uur rijden worden we begroet door een blanke arts. Dat boezemt toch vertrouwen in, al hebben we in Lusaka en Big Bend geleerd dat de kwaliteit van een arts niet aan de huidskleur is af te lezen. De dokter informeert waar we vandaan komen. Helemaal uit Big Bend? Zo zo, dat is een hele trip. Wat doen jullie daar? Jullie wonen daar? Poor you!

Ze maakt alles gereed voor Dochters inentingen.
– Neemt u ons niet kwalijk, vragen wij bedeesd, ons pijnlijk bewust van het feit dat we met onze vraag de professionaliteit van haar kliniek in twijfel trekken, – Zouden wij misschien even de flesjes kunnen zien?
– Waarom? vraagt de arts vriendelijk.
Omdat we de EXP-datum willen controleren, denken we, maar we zeggen:
– Omdat een andere arts ons de vorige keer de verkeerde inentingen heeft gegeven.
– In deze kliniek? vraagt de arts.
– Nee, in Manzini.
In geuren en kleuren vertellen we haar het verhaal. We zijn toch blanken onder elkaar nietwaar, en allicht is ze uit hoofde van haar functie geïnteresseerd. Tegelijk controleren we schijnbaar achteloos de flesjes.
– Ehm, sorry, maar volgens mij zijn de poliodruppels verlopen, zeg ik.
– Echt? zegt de vrouw verbaasd.
Zwijgend geef ik haar het flesje terug.
– Ja zeg, o wat erg. Ik pak snel even een andere.
De vrouw verdwijnt. Echtgenoot en ik kijken elkaar aan, bondgenoten in onze missie.

Het duurt een tijdje voordat de vrouw terug is.
– Het spijt me ontzettend, zegt ze, maar al onze poliovaccins zijn verlopen. Ik denk niet dat het een probleem is, voegt ze eraan toe.
– Tja, zeg ik voorzichtig, alweer beducht om haar deskundigheid al te opzichtig in twijfel te trekken. – Het zal er toch niet voor niets opstaan…
– Nee, dat zal wel…, zegt de arts vriendelijk. – Weet je wat, gaan jullie lekker lunchen in Mbabane, dan bel ik even met het landelijk depot en dan komen jullie na de lunch nog even langs voor de poliodruppeltjes.

Zo gezegd zo gedaan. Dochter kreeg haar HIB-, DTP- en Hepatitis-B-vaccins en daarna lunchten we in een echte mall. Na de lunch belden we voor de zekerheid met de kliniek, om te zien of het vaccin al gearriveerd was. Het antwoord was ontkennend. Wat bleek? Het landelijke depot had ook alleen verlopen poliodruppels. Met andere woorden: alle kinderen in heel Swaziland kregen een poliovaccin waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum was verstreken.

Kliniek in Dar es Salaam

Sindsdien houd ik nauwgezet bij welke inentingen onze kinderen hebben gehad en welke ze nog moeten. Gelukkig hebben we hier in Dar es Salaam een fantastische kliniek, stomtoevallig gerund door Nederlanders, waar ik dusdanig vertrouwen in heb dat ik zelfs de houdbaarheidsdata niet meer controleer.


Initiatief is nergens goed voor

22|05|2013 09:58

Een paar maanden geleden wees onze dada me erop dat ons aanrecht aan het desintegreren was. Het blad, van geperst hout met een plastic toplaag, was bij de spoelbakken gaan uitzetten en rotten. Dat kan gebeuren in de tropen, zelfs in een huis dat nog geen vier jaar oud is. De dada raadde me aan om er iets aan te doen. Tja. Ik vond het nog wel gaan eigenlijk. Tuurlijk, mooi is anders, en allicht was er een verband tussen het rottende aanrecht en de toename van ongedierte in het huis, maar je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Grimmig dacht ik terug aan Mister Fixer, een fundi die me van verschillende kanten was aangeraden. Alles kon hij fixen, zo beweerde hij, en dus vroeg ik hem drie klusjes uit te voeren in ons huis. Toen hij klaar was, bleken alledrie de objecten effectief geonfixt, één zelfs dusdanig dat het voor altijd beyond fixable was – het kastje dat mijn opa voor me timmerde toen ik twee was. Sindsdien koester ik een diep wantrouwen jegens fundi’s en laat ik de dingen liever ongefixt.

Maar misschien had ze gelijk, dacht ik. Misschien moest ik me niet uit het veld laten slaan door eerdere ervaringen met huisbazen en fundi’s en het er niet bij laten zitten. Wilskrachtig en doortastend moest ik zijn. Initiatiefrijk en ondernemend. De wereld met vertrouwen tegenmoet treden. Dus dat deed ik. De triomf van de hoop boven de ervaring.

Het onderhoudsverzoek

De afgevaardigde van de huisbaas beaamde ten volle dat dit zo niet kon. We kregen een nieuw keukenblad, beloofde hij. Marmer, zou dat goed zijn? Marmer??? Nee zeg, stel je voor. Terrazzo, stelde ik voor, dat is sterk, mooi en gaat lang mee. Terrazzo??? Ja, terrazzo, althans de moderne variant. Kijk. Ik liet hem het hippe terrazzo-aanrecht van de buren zien, gemaakt met groene splinters van Sprite-flesjes. De man keek bedenkelijk. Het líjkt niet eens op marmer, zag ik hem denken.
– Ik zal kijken, zei hij.
Het werd geen terrazzo, wist ik.

Het nieuwe aanrecht

Een paar weken later werd er een stenen plaat bezorgd, en nog weer een paar weken later, zeg maar gerust een maand, werd de oude plaat eruit gesloopt en de nieuwe erin gezet, een onderneming die een volle dag duurde. De tuinman en onze dada verrichtten hand- en spandiensten, dus tijdens de werkzaamheden trok ik me terug in onze slaap- annex studeerkamer, vol vertrouwen in de goede afloop.
Dat was een vergissing.

De eerste keer dat ik de afwas deed aan het nieuwe aanrecht was zaterdagochtend, de dag nadat het blad geïnstalleerd was. Het duurde een paar momenten voordat de verbijsterende waarheid tot me doordrong. Amerikanen plegen dergelijke ontsteltenis uit te drukken met de uitroep Oh my God.

Nu moet ik eerst even vertellen dat ik op zaterdag graag de afwas doe. Het is een moment van ontspanning, een soort me-time. Al afwassend kijk ik uit over moestuin, zing ik mee met The Velvet Underground of Bob Dylan en laat ik mijn gedachten gaan. De zaterdagmorgenafwas doe ik met plezier.

Wat blijkt, die eerste zaterdagochtend? Het nieuwe aanrecht steekt tien centimeter verder uit dan het vorige aanrecht. Met andere woorden: het aanrecht is te breed. Tegelijkertijd zijn de nieuwe spoelbakken kleiner, maar de kraan is niet verplaatst, dus (1) het kraanwater komt niet in de spoelbak, tenzij ik de kraan op zijn hardst opendraai, (2) ik kan niet meer bij kraan en straal zonder me diep voorover te buigen, (3) het ingebouwde afdruipgootje is verdwenen, zodat het water van het afdruiprek niet meer terugstroomt in de spoelbak, en (4) het blad ligt net niet waterpas, zodat al het water zzzzoep op de grond belandt.
Maar het ergste is dat ik niet meer rechtopstaand kan afwassen. Afwassen is topsport geworden. Hijgend van inspanning hang ik over het aanrecht, armen gestrekt tot onder de kraan. Ik kan de tuin niet meer inkijken. Ik zing niet meer. Het vreedzame effect is volledig weg.

– Het is niet waar! Het is niet waar!, roep ik tegen Echtgenoot.
– Het is niet te geloven! Dit… Dit land! Ik kan er niet meer tegen! Ik wil een eigen huis! Ik wil mijn eigen aanrecht! Ik wil de baas zijn over mijn eigen aanrecht!

Wellicht vindt u deze reactie wat overtrokken – de stap van een aanrecht dat niet deugt naar een land dat niet deugt is vrij groot, ik geef het toe – maar dit akkefietje is er een in een lange, lange rij. Aanvankelijk kun je nog lachen om de tragische onbenulligheden die je aantreft (zoals de constructie waarbij de afvoer van de wc op onnavolgbaar ingenieuze wijze in de douche terechtkwam), maar op een gegeven moment komt er een onbenulligheid die de emmer doet overlopen, en dan zit je eensklaps… in een dipje. Dit verschijnsel is zo algemeen bekend dat er een naam voor is: het Dar-dipje. – Ik zit in een Dar-dipje, hoor je expats wel eens zeggen. Het goede antwoord is: Pole. Een antwoord vol begrip en medeleven.

Het verhaal gaat verder

Maandagochtend komt onze dada. Zij heeft het nieuwe aanrecht nog niet uitgeprobeerd. Halverwege de ochtend ga ik een kop koffie halen in de keuken. En? vraag ik haar. Wat vind je ervan?
– Ik heb al gebeld, zegt ze. – Dit kan niet. Ik kan niet bij de kraan!
– Nee, zeg ik droog.
– En de grond is helemaal nat!
– Ik zie het, zeg ik.
Op de grond liggen natte handdoeken.
– Wat heb je gezegd? vraag ik haar.
– Dat hij misschien eens moet komen kijken hoe het is uitgevoerd.
– En?
– Ze komen kijken.
We hebben een vrij doortastende dada moet u weten. Ze heet Njerya en we houden van haar.

‘s Middags bel ik Echtgenoot op zijn werk.
– Ik heb nog eens nagedacht over dat aanrecht.
– Ja.
– Ik zie twee mogelijkheden. Eén: we brengen de kraan naar voren. Twee: we zagen tien centimeter van het blad af.
– Tot die conclusie was ik ook gekomen.

Om een lang verhaal kort te maken: ze kwamen kijken, zeiden dat het niet mogelijk was om een stuk uit het aanrecht te zagen, en zouden daarom hun toevlucht nemen tot de tweede mogelijkheid: het naar voren plaatsen van de kraan. En dat deden ze. En toen ik zag wat ze gedaan hadden, riep ik weer dat het niet waar was. Maar het was wel waar: de pijpen van de waterleiding waren verlengd en staken nu uit de muur, en de kraan was aan de verlengde pijpen bevestigd. Een mooi staaltje improvisatietechniek.

Een dag later ontvingen we van de huisbaas een brief dat de huur met 10 procent was verhoogd.

De moraal van dit verhaal: initiatief is nergens goed voor.


Twee benen, twee landen

13|05|2013 18:09

In het ene land rijd je links.
In het andere land rijd je rechts.

In het ene land drink je kraanwater.
In het andere land mineraalwater.

In het ene land groeten voorbijgangers elkaar.
In het andere land groeten ze elkaar niet.

In het ene land kun je veilig fietsen en wandelen.
In het andere land word je overvallen als je wandelt.

In het ene land zijn zachte bermen waar mensen lopen.
In het andere land zijn lege stoepen.

In het ene land worden je voeten vies, al loop je de hele dag op hakken.
In het andere land blijven je voeten schoon, al loop je de hele dag op blote voeten.

In het ene land wonen je dierbaarste vrienden.
In het andere land wonen je nieuwe vrienden, die het best snappen hoe je leeft.

Het ene land is zacht.
Het andere 
land is hard.

Het ene land is hard.
Het andere land is zacht.


test