Recente stukjes

Archief voor April, 2009

de telefoon

Msasani Bay

Op woensdag 22 april om 11.55 uur schreef ik een stukje over Msasani Bay. Het ging over een voetbalveldje aan zee. Ik schreef mijn stukje in mijn auto, die geparkeerd stond in de schaduw van de tweede baobab van Msasani Beach. Het raam was geopend. Ik keek, ik schreef, ik keek, ik schreef. Plotseling voelde ik een hand over mijn handen op de mobiele telefoon. Mijn mooie Nokia Communicator met toetsenbord, internet en e-mail. Ik keek op en zag in het geopende raampje een groot zwart gezicht dat verwrongen was van krachtinspanning. Hij trok, ik hield vast. Hij gaf een enorme ruk, mijn arm sloeg tegen het portier en ik moest loslaten. De man draaide zich om en liep rustig weg in de richting van het strand van de vismarkt. Hij droeg een rood T-shirt. Een man met een wit T-shirt voegde zich bij hem, met een even kalme tred.

Mijn eerste emotie, al tijdens de worsteling, was die verbazing en interesse. Warempel, het gebeurt dus echt, het is geen urban legend, het gebeurt nu met mij, zo gaat dat dus! De tweede emotie was een aarzeling tussen berusting en haast. De haast won. Onder de eerste baobab stonden een paar Tanzanianen. Terwijl ik uitstapte riep ik: – HEEEEELP! HE’S STEALING MY PHONE! GET HIM! THE ONE IN THE RED T-SHIRT! HEEEEEELP! THEFT! HE’S STEALING MY PHONE!

Dit had geen enkele uitwerking op de Tanzanianen onder de eerste baobab. Ze keken mijn richting uit, dat was alles. Meer →


wat denkt de visser (2)

Msasani Bay

In de zon naast de grote baobab ligt een wit zeil te drogen in de zon. Onder de baobab ligt een man in de schaduw. Hij ligt op zijn rug, met zijn bovenlijf ontbloot, de handen gevouwen op de borst, voeten op het gras en knieën gepunt in de lucht. Zijn voeten zijn gericht naar de zee. Kijk. Het begin van een antwoord op de vraag wat de visser denkt. Of het nu een visser is of een zeilmaker, of hij nu denkt aan zijn zere tenen of aan de magen die hij moet vullen, hij gaat niet met zijn achterhoofd naar dit landschap liggen. Hij is zich bewust.

Op de boom staat graffiti. Iemand heeft op de bast een witte laag geschilderd en daarop staan rode en kobaltblauwe letters en tekens. Dat is zo mooi aan Afrika, dat een boom een billboard kan zijn.

Even verderop, onder de tweede baobab, ligt nog een man in de schaduw. Met zijn achterhoofd naar het water gericht.
Een theorie is er om onmiddellijk weer overboord te gooien.

 

18 maart 2009


Tips voor stroomstoringen

22|04|2009 09:28

– I just spent 30 hours without electricity.
– How do you cope?
– You cope.

De mens is een flexibel wezen. Alles went, ook leven zonder stroom. Het zijn dan ook niet de stroomstoringen die mij dwarszitten aan Afrika, maar andere dingen. Ik aarzel een beetje om het over die ‘andere dingen’ te hebben want ik ben een mooi-weer-schrijver.

So how do you cope? Je copet. Of liever gezegd: je koopt. Je koopt apparaten die de stroomstoringen verlichten. Slimme ondernemers weten precies waar consumenten in elektriciteitsluwe gebieden om zitten te springen. Een paar tips:

  • Koop een laptop. Met een laptop kun je ook werken als de stroom is uitgevallen. Drie of vier uur per dag kunnen werken is een verschil van 25 procent: kies dus een laptop met een lange standbytijd.
  • Als je geen laptop wilt, koop dan in elk geval een UPS. Met een UPS heb je net genoeg tijd om de computer goed af te sluiten als de stroom uitvalt.
  • Kies een internet provider met een modem die zijn voeding uit de laptop haalt. Op die manier kun je blijven internetten als de stroom uitvalt. Kies ook een externe harddisk die zijn voeding uit de laptop haalt.
  • Koop een fornuis met twee pitten op elektriciteit en twee pitten op gas. Dit soort fornuizen kun je in elk elektriciteitsluw gebied aanschaffen. In sommige landen zijn ook gasovens en zelfs koelkasten op gas te koop.
  • Een koelkast kan zonder problemen twaalf uur zonder stroom, ook in tropische klimaten. Alles blijft goed. De vriezer kan ook twaalf uur zonder stroom, mits je hem niet opent. Zelfs het kleinste kiertje is funest: dan zet de dooi in.
  • Investeer in een goede inverter. Een inverter is een soort oplaadbare batterij. Als er stroom is laadt hij op en als de stroom uitvalt kun je er elektrische apparatuur op aansluiten, bijvoorbeeld lichten, koelkasten en fans. Om een inverter op te laden heb je overigens wel een bepaald aantal uur stroom per etmaal nodig.
  • Als je veel apparaten op oplaadbare batterijen hebt, koop dan een paar extra opladers om parallel te kunnen opladen.
  • Koop een paar olielampen.
  • Koop een tafellamp op zonne-energie. Handig als je kinderen graag met een nachtlampje slapen. Het voorkomt dat ze midden in de nacht schreeuwend van angst wakker worden omdat het plotseling aardedonker is in hun kamer.
  • Kies een huis met grote ramen zodat je ook tijdens de schemering kunt zien. Rond etenstijd is het in onze keuken in Tanzania al zo donker dat we alleen handen voor ogen kunnen onderscheiden.
  • Koop een ouderwetse cafetière. In Tanzania 60 dollar, bij IKEA 10 euro.
  • Koop een mechanische vruchtenpers. Voor tropisch Afrika is roestvrij staal een aanrader. Een mechanisch broodrooster bestaat helaas niet.
  • Koop scheermesjes. Een man in Afrika scheert zich met scheermesjes.
  • Koop een hoofdzaklamp. Handig als je in het donker de olielamp moet zoeken.
  • Een generator is handig maar prijzig in het gebruik. Het kost minimaal 5 dollar om een kleine generator een uur te laten draaien. Goedkope generatoren maken veel lawaai en stinken. Dure generatoren zijn duur.
  • Zonnepanelen zijn nog vrij duur. De investering loont alleen als je ergens jarenlang denkt te gaan wonen. In het buitenland schijnen al verhuisbare zonnepanelen te koop te zijn. Een ideale oplossing!
  • Kies een mobiele telefoon met een gigantische batterijcapaciteit. De ideale mobiele telefoon voor Afrika is een opwindbare telefoon of een telefoon met een zonnepaneeltje. En is er al een slimme ondernemer die voor Afrika mobieltjes met een ingebouwde zaklamp heeft ontwikkeld…?


Leven in een elektriciteitsluw land

16|04|2009 08:33

– Doen jullie vanavond mee aan Earth Hour?
– Earth hour?
– Ja, dat alle lampen een uur uitgaan?
– Earth Day zul je bedoelen.
– Earth Day?
– Ja, ik zit al de hele dag zonder stroom.
– Ha ha ha!
– Dus ik zal wel moeten meedoen, vrees ik, of ik nu wil of niet.

In Dar es Salaam duurde Earth Hour ongeveer dertig uur. Het was niet eerder voorgekomen dat we zo lang zonder stroom zaten. Rond elf uur ’s morgens was ze al uitgevallen. Meestal komt de elektriciteit rond zes uur ’s avonds weer terug, maar in de straat om de hoek was een houten elektriciteitspaal omgevallen en zo kwam het dat onze buurt voor het eerst in drie jaar een hele nacht zonder stroom zat. Pas de volgende middag floepten de lampen weer aan.

Ook in een ander opzicht is het Tanzaniaanse Earth Hour niet te vergelijken met het mondiale Uur Aarde. In Sydney, Being, Parijs, Londen en New York gingen alleen de lichtschakelaars van de landmarks om, terwijl in Dar es Salaam het hele elektriciteitsnet uitviel. Stoplichten en straatverlichting, kassa’s en koelingen, airconditionings en boilers, modems en computers. Maar in Tanzania is men voorbereid op stroomuitval.

Stroomrantsoenering

In 2006 kampte Tanzania met stroomrantsoenering. Eerst hadden de waterkrachtcentrales onvoldoende water voor stroomopwekking en hadden we nog maar twee dagen in de week stroom. Toen ontplofte er een dieselgenerator in Dar es Salaam en hadden we nog maar één dag in de week stroom. Elke ochtend om 07.00 uur ging in heel Tanzania het licht uit. Heel Tanzania? Heel Tanzania. Het moet een indrukwekkend schouwspel zijn geweest vanuit de ruimte: alsof iemand aan het koordje van een kosmisch peertje trok. Floep. Tienduizenden lampen, koelkasten, televisies en radio’s sloegen tegelijk af. Om 19.00 uur kwam de stroom weer terug. In principe was er ‘s nachts elektriciteit, maar als de maan vol was, vond de man van het elektriciteitsbedrijf dat het buiten voldoende licht was en ging de schakelaar alsnog om. Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat er ’s nachts een wolk voor de volle maan schoof en dat toen meteen de stroom weer werd ingeschakeld. Het gaf me het gevoel alsof ik meespeelde in The Truman Show. Heel bevreemdend.

Je kunt je vantevoren geen inschatting maken van het effect van continue stroomstoringen: maatschappelijk, financieel, sociaal en psychologisch. Een uur zonder stroom is avontuurlijk, een week zonder stroom is behelpen, een maand zonder stroom is afzien. Tanzania zat zeven maanden zonder stroom. De meeste commerciële instellingen in Tanzania hebben een generator, maar de dieselkosten drukten zwaar op de winst. Een luxehotel in Dar es Salaam moest maandelijks meer dan honderdduizend dollar aan diesel uitgeven om het hotel draaiende te houden. Kleine ondernemers zonder generator zagen zich gedwongen om ’s nachts te werken, wanneer er wel elektriciteit was. Een onverwacht sociaal gevolg was dan ook dat mensen vermoeid waren. De timmerman moest immers ’s nachts werken, maar overdag orders aannemen en meubels afleveren.

Rotterdam

Toch is Tanzania beter voorbereid op stroomstoringen dan Nederland. In december 2002 had ik het voorrecht om een stroomstoring in Rotterdam mee te maken. Het was fascinerend om te zien hoezeer wij in Nederland afhankelijk zijn geworden van elektriciteit. Het verkeer was een chaos omdat de stoplichten niet werkten. In de tunnel onder de Maas kwam een metro tot stilstand. De Albert Heijn was donker en dicht: de elektrische kassa’s en de koelingen deden het niet meer. Ook andere winkels waren gesloten, maar de deuren bleven open staan – dat krijg je met elektrische deuren. Noodgedwongen zaten winkeljongens en -meisjes in de deuropeningen te blauwbekken om de winkels te bewaken. Het kantoorpersoneel bleef braaf wachten tot de stroom terugkwam, maar om vier uur vonden ze het mooi geweest en verlieten ze allemaal tegelijk hun werk. Een ongelooflijk effect: het hele stadscentrum kwam tot stilstand. Een vriend die in een moderne flat aan de rand van de stad woonde, meldde al na een paar uur dat hij geen water meer had. Hij woont bovenin: het water wordt met elektrische pompen naar boven gepompt. Zijn lift was ook buiten werking. Het zet je wel aan het denken: vooral dat je al meteen geen eten meer kunt kopen.

Dat zal in Tanzania niet gebeuren. Om te beginnen hebben de meeste supermarkten hier een generator. Ook de kleine winkeltjes langs de kant van de weg, de duka’s, kunnen openblijven: daglicht is voldoende aanwezig en afrekenen gaat met een ouderwetse rekenmachine. Deze duka’s verkopen alle basisbehoeften, van drinkwater en rijst tot groenten en fruit. Trams en metro’s zijn er niet. Een beetje serieus gebouw heeft een watertank op het dak, zodat de bewoners ook zonder stroom nog een tijdje water hebben. En de politie weet precies op welke tijd ze bij welk kruispunt moet staan om de verkeerschaos in goede banen te leiden. Sinds kort zijn er zelfs stoplichten op zonne-energie.

Momenten van grom

Went het dan, stroomstoringen? Aan de ene kant wel. In Afrika kijkt niemand op van stroomuitval en stroomfluctuaties. Tot zekere hoogte kun je je aanpassen aan stroomstoringen. Ik kook op een fornuis dat zowel kookplaten als gaspitten heeft. In de voorraadkamer staan tien olielampen, genoeg om een feestje mee te verlichten. Op het aanrecht ligt een zaklamp grijpklaar en onze kinderen hebben elk een nachtlamp op zonne-energie. In de tuin staat een hoge stellage met een watertank erop, zodat we ook zonder elektriciteit nog een tijdje water in huis hebben. Bovendien heeft het wel wat om in bad te gaan bij kaarslicht. Of, als het reservewater op is, om je te wassen bij kaarslicht met water uit een emmer. Het goede leven in Afrika.

Aan de andere kant heeft iedereen wel eens momenten van grom. De mens is een flexibel wezen, maar het aantal keer dat ik zonder resultaat op een lichtschakelaar drukte, is ontelbaar. Het gebeurt me ook regelmatig dat ik de waterkoker aanzet en me na vijf minuten verbaasd afvraag waarom het water nog niet heeft gekookt. O ja, geen stroom. Frustrerend wordt het als ik echt een e-mail moet versturen. Als ik ’s nachts moet doorwerken omdat ik overdag geen elektriciteit had. Als de stroom nét uitvalt voordat je favoriete voetbalclub op de televisie komt. Als ik een mooie ovenschotel heb gemaakt en er tien vrienden in de tuin zitten die ik niet te eten kan geven. Ik denk dan aan het gezicht van DeMesmaeker die tevergeefs het kantoor van Uitgeverij Dupuis probeert te bereiken. Raaaaah!

Dat is ook het mooie van Earth Hour: het is gepland. Van te voren wéten wanneer de stroom uitvalt, heerlijk lijkt me dat. Zodat je net op tijd dat ene cruciale e-mailtje kunt versturen. En vooral dat de stroom na precies een uur weer terugkomt. Zo zouden we het vaker moeten doen, Earth Hour.


gezicht op dar es salaam

Msasani Bay

Ochtendgloren. Stilte. Het landschap ligt zomaar te liggen. Een stilleven ontplooit zich.

De wolken, de driehoekige zeilen van de dhows, de aanblik van het schiereiland, de uitgestrektheid van het landschap… Op de een of andere manier doet het me ergens aan denken. Plotseling weet ik het. De Hollandse landschapstekeningen! Hier ligt het: het bestáát! De zeilschepen liggen niet meer voor de rede van Dordrecht, maar voor de rede van Dar es Salaam.

Thuisgekomen meteen Land en water erbij gepakt, een boek met zeventiende-eeuwse landschapstekeningen van Hollandse schilders. Jawel hoor. Wat ik hier elke ochtend voor me zie is je reinste Aelbert Cuyp. Dat gerommel rond het water, die zeilen, peddels, sloepen en rechtopstaande stokken met visnetten. Die vergezichten die net iets lichter zijn dan de voorgrond. Die hoge luchten, die ruimtelijkheid.

De tekening waar ik mijn ogen niet vanaf kan houden is een van Cuyps gezichten op Dordrecht. Een zeilschip zeilt over een spiegelgladde rivier met op de achtergrond links het stadje. De gelijkenis met mijn trimaran van 27 februari is groot. Die windstilheid! Die weidsheid! Die weerspiegeling in het water! Die stilte die van de tekening uitgaat. Ongelooflijk dat die Cuyp dat zo goed heeft weten vast te leggen. Het kan dus vastgelegd worden.

Msasani Bay verdient ook een landschapschilder.

 

16 maart 2009  


trimaran op spiegel

Msasani Bay

Vrijwel windstil. Wolken weerspiegeld in het water. Op de spiegel een houten trimaran, als een prehistorische zwemvogel. Toch nog een zuchtje wind: hij glijdt voort en trekt een lijn. Ik vind: natuur is het mooist wanneer het samengaat met iets dat door mensen is gemaakt. Natuur en mens gaan goed samen, mits in de juiste verhouding.

De vissers van Msasani maken zich klaar om af te varen. Eigenlijk moet ik er eens naartoe, naar dat vissersdorp. Ik kan niet blijven schrijven over de lucht en de zee en de trimarans en de wolken.

27 februari 2009


zilveren ovaal

Msasani Bay

zilveren-ovaal-klein

Zo heb ik het nog nooit gezien. Spiegelglad. Zelfs rimpelingen ontbreken. De horizon onzichtbaar tussen zee en lucht. En in die lichtblauwe leegte, om dit alles te contrasteren, twee boten met bomende vissers. De ochtendzon op hun shirts. Zij vallen samen met de baai: samen met de baai vormen zij de achtergrond. De achtergrond voor wat? Voor een plotselinge beweging op de voorgrond. Een school glinsterende visjes springt op: een schitterend contrast in al die roerloosheid. Ovale rimpelingen in het water, zilveren parabool in de lucht.

 

19 februari 2009


Pijnboompitten uit Nederland

02|04|2009 11:16

 

Jemig, wat is dit een lekkere salade!
De pijnboompitten doen het ‘m.
Waar heb je die op de kop getikt?
In Nederland.
In Nederland??
Ja, ik neem altijd tassen vol eten mee. Straks komt de gerookte zalm!

In Dar es Salaam zit ik in een boekenclub. Om de maand organiseert een van de boekenmeisjes een lunch met alles erop en eraan. Fantastische gerechten met verse tonijn, Libanese hapjes, delicate soepen en geflambeerde desserts. Anders dan de literatuurbijeenkomsten die ik hiervoor kende – elkaar in rokerige cafés of op nachtelijke stranden bedwelmen met poëzie, citaten en Guust Flater – maar niet verkeerd.

Toen ik aan de beurt was, stond ik uiteraard voor de taak om zelf met iets speciaals voor de dag te komen. Ik had geen producten meegenomen uit Europa en moest dus iets in elkaar flansen met de ingrediënten die hier voorhanden zijn. Dat ging prima. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje belachelijk om lekkernijen mee te nemen uit Nederland. We wonen nu eenmaal in Afrika en hier is nu eenmaal minder te krijgen. Je kunt toch niet voor een heel jaar lekkernijen inslaan? En wat is de volgende stap? Afwasborsteltjes importeren? IKEA-meubels?

Aan de andere kant neem ik zelf jaarlijks veertig kilo Nederlandstalige boeken mee. Schoenen voor de hele familie. Zachte tandenborstels. Zákken zwartwitbollen. Wat is het verschil? Zelf beperk ik me toch ook niet tot wat hier aan literatuur te lezen is? Het was duidelijk: mijn vooroordelen moesten overboord. Het roer moest om.

Een paar maanden na de lekkere salade was mijn man voor zijn werk in Rome.
Moet ik nog wat meenemen?, vroeg hij.
Ja graag, zei ik. Pijnboompitten. En wat gerookte zalm.


test