Recente stukjes

Repatriëring

08|01|2017 16:58

“Nederland verlaten en een nieuw leven beginnen aan de andere kant van de wereld is eenvoudiger dan terugkeren in onze samenleving.”

Zo schreef een wetenschapper die op de materie is gepromoveerd. Ik had me dan ook schrap gezet, maar in eerste instantie viel het ons erg mee. Natuurlijk hielp het dat we in zo’n fijn dorpje kwamen te wonen. Ons dorp deed ons in veel opzichten denken aan de expatgemeenschap in Dar es Salaam: de mensen zijn hartelijk en er zijn veel lokale initiatieven.

Expats weten dat ze alleen elkaar hebben

Wat we toen niet inzagen, en nu wel, is dat een regulier dorp – of een andere geografische eenheid – toch op een aantal essentiële aspecten afwijkt van een expatgemeenschap. Net als expats wonen dorpelingen en buurtgenoten in hetzelfde gebied. Het verschil is dat expats weten dat ze het met dát gebied moeten doen, en met de mensen die in dat gebied wonen. De meeste expats hebben hun vrienden en familie immers niet meegenomen naar Afrika. Het gevolg is dat expats in hoge mate openstaan voor nieuwe vriendschappen, dat ze elkaar niet schofferen en dat ze zich op allerlei manieren inzetten voor de gemeenschap. Je moet het samen doen. Er is niemand anders. En dus helpen expats elkaar waar ze kunnen, vieren ze samen Sinterklaas, Koningsdag en Guy Fawkes, en nodigen ze elkaar uit voor Thanksgiving en Hannukah. Als iemand iets organiseert – paaseieren zoeken, een lezing over nachtelijke dierengeluiden – is iedereen welkom: oudgedienden en nieuwkomers, jong en oud.

In Nederland gaat het anders, zelfs in een dorp als het onze. En dat is ook logisch. Het ligt aan ons, niet aan het dorp. Om een voorbeeld te noemen: vanuit mijn expatervaring ga ik er min of meer vanuit dat je na twee goede gesprekken al met iemand bevriend bent. Zo werkt het onder expats in Afrika, maar zo werkt het natuurlijk niet in Nederland. Vriendschappen ontstaan hier volgens een hiërarchie aan stapjes, een beetje zoals daten in de Verenigde Staten: the first date, the second date, the third date enzovoort, elk met eigen voorschriften, do’s and don’ts. Het is vreemd als je een paar stapjes overslaat. Dat doe je niet. Dat is ongepast. Dat overschrijdt de ongeschreven sociale regels.

Het is dus een beetje raar – zo hoorde ik achteraf – om iemand die je een paar keer hebt gesproken uit te nodigen voor een etentje, of om een massa-sms te sturen met de vraag of iemand zin heeft om mee te gaan naar een cursus Lindy Hop. Dat is echt hoogst ongebruikelijk. Wat ook anders is, is dat er in ons dorp mensen zijn die zich aan alle dorpse activiteiten onttrekken. In een expatgemeenschap zou dat ongewoon zijn, maar in Nederland kun je je dat veroorloven: mensen hebben een heel netwerk naast het dorp – familie, middelbareschoolvrienden, vrienden uit de studententijd, sportvrienden, enzovoort – dus de mensen die bij je in de buurt wonen, heb je minder nodig. In expatgemeenschappen heb je elkaar wel nodig. En dat is mooi.

Afrika is zo zoet

Toch zou ik niet meer in Dar es Salaam willen wonen. De hitte! De eeuwige strijd om het stof buiten de deur te houden! De beestjes! Als ik een nieuw pak pasta of tarwebloem opentrek, ben ik blij dat er geen meeltorren in zitten. Als ik ’s avonds het licht in de keuken aandoe, ben ik blij dat de vloer niet is veranderd in één grote krioelende massa nachtmieren, op zoek naar het schaaltje kattenvoer. Maar wat vooral heerlijk is, is dat je in Nederland min of meer veilig bent. Je kunt niet zomaar uit je huis gezet worden, je kunt over straat slenteren of fietsen zonder beroofd te worden, en als je een enorme knal hoort, is dat gewoon vuurwerk en geen ontploffend munitiedepot (twee keer meegemaakt in Dar es Salaam, één raket sloeg in vlakbij ons oude huis). En dan heb ik het nog niet eens over de stroom- en watervoorziening. Het comfortniveau in Nederland ligt gewoon veel hoger.

Maar ook al geniet ik erg van ons nieuwe huis, van ons dorp, van Amsterdam en van onze familie in Nederland, toch denk ik vaak aan Afrika. Ik mis de mensen die we in Afrika hebben leren kennen. De meesten zijn inmiddels zelf ook verhuisd; ze hebben zich letterlijk over de wereld verspreid. Ik mis ook de uitstapjes die we soms maakten in het weekend. Het snorkelen, de heldere zee die zachtjes over je blote voeten kabbelt, de verlaten Robinson Crusoëstranden. De dhows, de mangroves, de onbewoonde eilandjes. Ik denk ook weer vaak aan Zambia. Aan de Zambezi en aan de Afrikaanse geluiden die ik me herinner. En ik droom over nieuwe reizen. Zo zou ik dolgraag nog eens een paar maanden in Botswana willen wonen. De Kalahari ontdekken, de Okavango, de Makgadikgadi Pans… wie weet komt het er nog eens van.


Cultuurschok

31|12|2016 12:23

Het is november 2003. Echtgenoot en ik zitten in een kliniek in Lusaka te wachten tot we aan de beurt zijn. We wonen nu een jaar in Zambia en hebben veel gereisd. In Kasanka hebben we in de wildernis gedoucht, onder een emmer aan een touw. In Blue Lagoon hebben we kilometers gereden over een drooggevallen vloedvlakte. Op Bovu Island hebben we geslapen in de buitenlucht, aan de oever van de Zambezi. En in South Luangwa kampeerden we tussen de nijlpaarden. Nu verwachten we ons eerste kind, en daarom zitten we in de kliniek.

In de wachtkamer ligt één tijdschrift. Het is de Flying Dutchman van KLM. Iemand heeft een stuk uit de cover gescheurd, maar verder is het tijdschrift intact. Samen bladeren we het door. Aangekomen bij een spread, een foto die over de volledige twee pagina’s is gedrukt, houden we stil. Ademloos en gebiologeerd kijken we naar de foto. Na een tijdje zegt Echtgenoot:
– Ongelooflijk he?
– Al die lichtjes!, zeg ik.
– Dat dit op dezelfde wereld ligt, zegt Echtgenoot.
– En dit is nog maar Práág!, zeg ik.

Het is een foto van Praag bij nacht.


Kigamboni, de Afrikaanse stad van de toekomst

05|12|2016 15:56

In De Correspondent schreef Annemiek Prins vorige week een artikel over de stad van de toekomst. Titel: De stad van de toekomst is niet van beton en glas, maar van stro en zwerfhout. De schrijfster bedoelde dat de stad van de toekomst een sloppenwijk is. Op de een of andere manier vond ik haar omschrijving niet erg, maar mooi. De woorden ‘stro’ en ‘zwerfhout’ doen mijn hart nu eenmaal harder kloppen dan de woorden ‘beton’ en ‘glas’.

Dat is ook waarom ik meer houd van het Dar es Salaam uit 2006 dan van het Dar es Salaam van nu. In 2006 (2 miljoen inwoners) vond ik het een fijne stad, echt een lievelingsstad. In 2014 (4 miljoen inwoners) vond ik het de stad steeds onleefbaarder worden. Wat maakte de stad in 2006 dan zo leefbaar, in mijn ogen? De landelijkheid. De dorpsheid. Ondanks haar twee miljoen inwoners had Dar es Salaam in 2006 veel groen en bomen. Tuinen en plots waren van elkaar gescheiden door heggen. Langs de weg liepen soms koeien. Kippen en geiten scharrelden rond op zanderige kruispunten. Straatverlichting ontbrak: ‘s nachts was het aardedonker. En in die nacht hoorde je nachtzwaluwen, krekels en de markante roep van de waterdikkop.

screen-shot-2016-12-05-at-15-16-10

Artist impression van het nieuwe Kigamboni. Ik ken iemand die zich nog kan herinneren dat er leeuwen en nijlpaarden rondliepen.

Ik snap dat dat niet kon voortduren. In het regenseizoen veranderden wegen in riviertjes. De telefoon- en elektriciteitslijnen langs de wegen braken regelmatig, met stroomuitval als gevolg. Maar was het nodig om alle heggen te vervangen door betonnen muren? Was het nodig om bijna alle koloniale huizen in de binnenstad te slopen? Was het nodig om tussen elke twee bomen een billboard te plaatsen, en om gebouwen letterlijk te bedekken onder reclame?

Ik hou van Afrika. Daarmee bedoel ik dat ik hou van organisch, authentiek en natuurlijk. Maar Afrikanen houden niet van organisch en natuurlijk. Ze houden van Dubai en Singapore. Van groot, van blinkend, van glas, van staal. Singapore dient dan ook als voorbeeld voor de ontwikkeling van een nieuw stadsgebied ten zuiden van Dar es Salaam. En waarom niet? Als de nieuwe wijk net zo duurzaam wordt als Singapore, ga ik niet zeuren over koeien en geiten.

Maar wat ik zal missen, is de kleinschaligheid van het oude Dar. De fietsenmakers, de schoenmakers, de pindaverkopers. De mensen die in de schaduw van een boom op een straathoek zitten te dammen met als damstukken doppen van waterflesjes. Liever dan een stadswijk met wolkenkrabbers, zie ik een stadswijk met straatstalletjes, duka’s en kapsalons. Maar kennelijk is beton en staal een fase waar je als land doorheen moet.

Lees hier mijn blogpost over de ferry naar Kigamboni.

Lees in deze post waarom ik houd van organisch en krom, en waarom Afrika lijkt op mijn oude studentenhuis.

En bekijk hier de mooie illustraties die Sarah Markes maakt van het oude, authentieke Dar es Salaam.


Afscheid van deze blog

28|11|2016 14:45

Het is zo ver: ik ga de blog Expat in Afrika opheffen. Met pijn in het hart. Er staan mooie verhalen bij, en af en toe weet een onbekende expat nog steeds de weg naar mijn site te vinden, maar het kost me 25 euro per jaar en het brengt me niets, behalve een soort van online portfolio voor de column die ik zo graag wil maar waar ik toch nooit voor gevraagd zal worden.

Dus hij gaat eruit. Zeer binnenkort. Dit is een afscheidsmail. Dank aan jullie, trouwe lezers! Dank voor jullie reacties! Ik vond ze heerlijk!

Graag neem ik jullie mee naar mijn nieuwe blog, op www.sanderling.nl. Ook daar kun je je opgeven voor nieuwe stukjes. En wellicht komen sommige stukjes over Afrika daar ook nog eens op te staan.

Voor wie nog even wat hoogtepuntjes van deze blog wil lezen: dit zijn mijn favorieten. Klik op de kopjes om ze te lezen.

Eerste indrukken

Oh, ik weet het nog zo goed, die eerste indrukken van Dar es Salaam. Het was zo intens, zo heerlijk. Alles zoog ik op: de Indische Oceaan, de koeien en elektriciteitspalen langs de weg, de mensen, de wolkenluchten, de bomen. Het Dar es Salaam van 2006 is mijn favoriete stad van alle steden die ik heb gezien. Als het was gebleven zoals toen, had ik er mijn hele leven willen blijven wonen.

Twee watersystemen

En dat terwijl we in 2006 een half jaar zonder elektriciteit zaten. Echt. Alleen ‘s nachts was er stroom, en op zondag. Maar juist dat pre-industriële, dat primitieve gebrek aan comfort maakt dat je bewuster leeft. Ook met water hadden we veel problemen. Kijk eventueel  nog eens naar het hilarische stroomschema dat we moesten aflopen om de oorzaak van waterstoringen op te sporen. Of lees een van de andere blogposts over Water en elektriciteit.

Hondsdolheid

Alle expats in Afrika kennen Het Moment. Het moment dat je je realiseert dat je helemaal alleen bent en dat niemand je zal helpen als je het zelf niet doet. Voor ons kwam dat moment pas in 2005, na drie jaar Afrika, toen Zoon gebeten werd door een wilde kat.

Leiden expats een luxeleven?

Dit is eigenlijk waarom ik de blog begonnen was: omdat veel van mijn kennissen en vrienden (en zelfs sommige naaste familieleden) dachten dat ik in Afrika de hele dag naast een zwembad lag. Dat vooroordeel wilde ik uit de weg ruimen. Hetzelfde probeerde ik in mijn blogpost over expatvrouwen in Afrika en later opnieuw, over de veronderstelde luxe waarin we leefden.

Het aanrecht

Deze lees ik ook nog steeds met veel plezier. Schaterlachen!

Nachtelijke bespiegeling

Maar ondanks alles waren het de mooiste jaren van ons leven. En eerlijk, het begint steeds meer te kriebelen om het nog eens dunnetjes over te doen. Om de tijd stil te zetten. Want lezer, als je vindt dat de tijd te snel gaat, of als je vindt dat het leven maar wat voortkabbelt, ga dan gewoon een tijdje in Afrika wonen. De intensiteit van de eerste indrukken in een nieuw land is nergens mee te vergelijken. En het is zo makkelijk. Je zoekt een baan, je zoekt een onderhuurder voor je huis en je gáát. Zo gaat dat.

Sommigen van jullie hebben gesuggereerd om deze blogposts om te werken tot boek. Ik heb het overwogen. Maar ik heb al twee onuitgegeven manuscripten in de la liggen en de moed ontbreekt me om er nog een derde aan toe te voegen.

Ondertussen ben ik in Nederland werkzaam als tekstschrijver en redacteur. En altijd op zoek naar nieuwe opdrachten. Het is maar dat u het weet.

Veel liefs en misschien tot ziens elders op het grote internet!
Anne

NASCHRIFT
Het ziet ernaar uit dat deze blog toch niet gaat verdwijnen, maar dat hij in de loop van 2017 in een nieuw jasje zal verschijnen. Dank voor al jullie reacties op de sociale media!


Koekjes

04|07|2016 09:27

– Kan ik nog wat lekkers voor je meenemen? vroeg mijn moeder.

Ik had al gehoopt dat ze dat zou vragen. Zelf had ik haar alleen om essentiële dingen durven vragen, zoals kinderondergoed en nieuwe zonnebrandcrème. Dus ik zei:
– Graag! Als het er nog bijpast!
 Een pak koekjes?
 Lekker!

Koekjes zijn duur in Tanzania, en hoewel de keuze enorm is, zijn het voornamelijk koekjes ‘met iets ertussen’, kaakjes en biscuitjes. Heel soms zijn er speculaasjes of Sultana’s te koop. Die sloeg ik dan meteen groot in, om het daarna door te sms’en naar mijn Nederlandse vriendinnen, met als resultaat dat ze binnen een week uitverkocht waren, ook al kostten ze vijf euro per pak. In het segment koekjes beperkten we ons dus tot zelfgemaakte koekjes van zandtaartdeeg, speculaasjes en Sultana’s. En in het weekend kochten we soms chocoladecroissantjes bij Epi d’Or, de Franse bakkerij. Wat koekgoed betreft hadden we dus eigenlijk niets te klagen.

Toch verheugde ik me twee weken lang op de koekjes die mijn moeder zou meenemen. Wat zou ze kiezen? Gevulde koeken? Stroopwafels? Ontbijtkoek met suikertjes? Pepparkakor? Coq bastognes? Of misschien Bahlsen-chocoladekoekjes, het liefst puur? Goddelijke koekjes zijn dat. Die combinatie van kruimelig biscuit en bittere chocola… verrukkelijk.

De dag na de aankomst van mijn moeder waren ondergoed en zonnebrandcrème uitgepakt, maar waren er nog geen koekjes tevoorschijn gekomen. Voorzichtig informeerde ik er eens naar.
– Oja, de koekjes, herinnerde mijn moeder zich. Ze pakte een rol volkorentarwekaakjes uit haar koffer. – Alsjeblieft.

Droevig keek ik naar het pak in mijn hand. Tarwekaakjes. Volkoren. Met extra vezels. De enige kaakjes die in Dar es Salaam al-tijd verkrijgbaar zijn, in wel vijftien varianten, en die we nooit kopen, omdat koekjes lekker moeten zijn en niet gezond.
– Ja, ik dacht, laat ik nou iets gezonds meenemen, voor de kinderen, zei mijn moeder. Ik weet niet of ze mijn teleurstelling zag of dat ze spontaan uitleg gaf.

Maar we woonden in Afrika. En in Afrika wonen arme kindertjes en arme kindertjes hebben helemaal geen koekjes. Arme kindertjes zouden blij zijn met tarwekaakjes. En bovendien was het goed bedoeld: puur uit liefde voor mij en haar kleinkinderen had mijn moeder geprobeerd om zowel haar natuurlijke neiging tot grootouderlijke verwennerij (lekkers) als haar natuurlijke neiging tot zorgzaamheid (gezond eten) te volgen. Met als vanzelfsprekend compromis: volkorentarwekaakjes met extra vezels.

– Lief van je.

Ik omhelsde haar. De goede ziel. Altijd met de beste bedoelingen. En zou ik niet tevreden zijn met een pak volkorenkaakjes?

Inmiddels zijn we twee jaar terug in Nederland. Een paar weken geleden kocht ik voor het eerst een pak volkorenkaakjes, vanuit dezelfde overwegingen als mijn moeder destijds: het is gezond en toch een koekje. En je raadt het al: onze kinderen blijken dol op volkorentarwekaakjes. En ik eigenlijk ook.


Nachtelijke bespiegeling | Misschien de mooiste jaren van ons leven

31|12|2014 18:44

Gesprek in de echtelijke sponde, enkele weken voor vertrek naar Nederland

– Wat aan ons leven hier kunnen we nou nooit delen met mensen in Nederland?
– Nou, alles.
– Wat dan?
– Alles. Alleen al de wegen. Waar moet ik beginnen? De potholes. De Tanzaniaan die pretendeert de potholes op te vullen en daar zijn hand voor ophoudt. De goede zielen die uitgerukte bomen in potholes plaatsen om andere weggebruikers te waarschuwen. De idioten die bouwafval in potholes storten, niet om de potholes te dichten, maar om op eenvoudige wijze van hun bouwafval af te komen. Dat je midden op straat een berg bouwafval ziet liggen, met allemaal scherpe uitsteeksels. Of dat je midden op de snelweg een uitgerukte boom in het wegdek ziet staan. Het is niet te beschrijven.
[Potholes zijn gaten in de weg, vaak in asfalt, ontstaan door erosie.]
– Ik dacht meer aan ons persoonlijke leven.
– Dat ook. Alleen al vanuit het banenperspectief. Hoe wij hier geleefd hebben. De voortdurende onzekerheid. Volledig gebrek aan job security. Dat je totaal op jezelf bent aangewezen.
– Dat hebben zzp’ers toch ook?
– Dat is waar. Zeker met de crisis. Maar als zzp’ers zonder opdracht zitten, zijn ze niet meteen illegaal. Ze hoeven alleen maar op zoek naar een nieuwe opdracht, en als het erg tegenzit moeten ze op zoek naar een nieuw huis. Maar als wij zonder baan komen te zitten, moeten we niet alleen op zoek naar een nieuw huis, maar ook naar een nieuw land, een nieuwe school, een nieuw netwerk. En geen recht op bijstand, uitkering, kinderbijslag, anything. Ons hele leven is gebouwd op het kaartenhuis van het expatinkomen. Als we wat minder gaan verdienen, kunnen we de school van de kinderen niet meer betalen, en dan houdt alles op. Dat probleem heb je niet in Nederland.
– Vind je dat een zware belasting?
– Een zware verantwoordelijkheid.
– Tot nu toe kwam het steeds goed.
– Natuurlijk.
– Natuurlijk? Het was anders wel op het nippertje. Soms wisten we tot op de dag van vertrek niet of we na de zomer nog wel terug konden komen. Tot op de dag van vertrek!
As always, I had a plan in mind. [Colonel Hathi uit Junglebook citerend]
Sure you did. [De vrouw van Colonel Hathi citerend]
– Maar ik denk inderdaad dat het voor buitenstaanders moeilijk is voor te stellen. Dat je op vliegvakantie gaat zonder te weten of je nog wel terug kunt.
– Wat mij meer dwarszit is, laten we het noemen, de woononzekerheid. Dat een huisbaas je op elk moment uit je huis kan zetten. Dat iemand je huur kan verhogen met tweeduizend dollar per maand. No notice, nothing. Geen haan die ernaar kraait. Het is dokken of vertrekken.
– Nou ja, dan vind je wel weer een ander huis. Denk aan M. en J. Die worden straks voor de tweede keer uit hun huis gezet.
– Daar zou ik niet mee kunnen leven.
– Als het moet, kun je daarmee leven. Maar leuk is het niet, nee.
– En wat nog meer?
– The beauty of simple life. Alleen al vanavond. Dat we al vijf maanden geen warm water hebben. Dat we elke avond koud douchen. En het is maar afwachten of we de ochtend halen met de luku.
[Luku is prepaid elektriciteit. Als de luku op is, gaan de lichten uit. En alle andere apparaten die stroom gebruiken.]
– Ik zal morgen luku halen. Staat op mijn lijstje.
– Fijn.
– Maar we hebben hier een prachtig leven gehad.
– Absoluut. Misschien de mooiste jaren van ons leven.
– Als je de foto’s ziet…
– Zet ze maar niet op internet.
– Nee. Daar worden onze vrienden maar jaloers van.
– Het schept ook een verkeerd beeld. Alsof het hier alleen maar zonneschijn en maneschijn is.
– Het is rozegeur en maneschijn.
– Kus.
– Kus.


Stroom

30|07|2014 23:21 Om te onthouden

Jongens, het leven in Tanzania is zo oneindig mooi. En dat meen ik serieus. Nee, ik heb geen heimwee. Maar ik koester de herinneringen.

Stroom #1

Dar es Salaam. Een bestuursvergadering met een man of twintig, ‘s avonds om een uur of acht. Plotseling valt de elektriciteit uit en zit iedereen in het donker. Aardedonker. Geen hand voor ogen. Tot verbazing van de net aangekomen expats gaat het overleg gewoon door. Geen opmerkingen, geen verzuchtingen, geen geluidjes van verbazing, geen gelach, niets. Business as usual.

Stroom #2

Dar es Salaam. Een gezin met jonge kinderen zit aan het avondeten. Plotseling heerst er totale duisternis. Onder de tafel tasten de handen van de kinderen naar de handen van de ouders. Hardop telt iedereen af, als om het donker te bezweren:
– Veertien, dertien, twaalf, elf…
Exact op nul springt het licht weer aan. Vrolijk wordt de dis voortgezet. De zegeningen van een automatische generator.

Stroom #3

Dar es Salaam. Twee jonge vrouwen drinken een drankje op een terras aan zee. Aan de overkant van de baai, ver weg, zijn in de nacht duizenden lichtjes te zien, kilometers lang. Het zijn de lampen van huizen, bedrijven, fabrieken, wegen en auto’s. Er zijn gele, witte, rode en blauwe lichtjes. Soms zijn ze geclusterd in groepen, als de sterren aan de hemel, soms staan ze in geometrische lijnen. Plotseling valt de stroom uit. Niet op het terras, maar aan de overkant van de baai. In één klap is alles donker. Weg zijn de huizen, de straten, de cafés. Aan de overkant van de baai heerst gitzwarte duisternis. Er is geen overkant meer. Eén van de vriendinnen ziet het gebeuren.
– Zag je dat? Zág je dat? Alle lichten gingen in één keer uit! Waaaauw! Floep-weg! Zomaar!

Stroom #4

Fictief. Een astronaut kijk vanuit de ruimte dromerig naar de aarde. Al die lichtjes, al die mensen… Het valt hem op dat Afrika het donkerste continent is. Maar ook in Afrika zijn lichtjes. Plotseling verandert er iets in zijn beeld. Een groot deel in Oost-Afrika wordt zwart.
– Kevin! roept hij naar zijn collega. – Tanzania gaat weer plat.
– Heel Tanzania? vraagt Kevin retorisch.
– Heel Tanzania, zegt de astronaut.


Zoho! Doe maar luxe!

23|07|2014 13:12

– En wat was jullie vorige woonplaats?
– Tanzania.
– Zoho! Doe maar luxe!

In onze eerste week in Nederland reageerden twee mensen op exact deze manier, toen ik vertelde waar we vandaan kwamen. Kennelijk is ‘luxe’ de eerste gedachte die in sommige mensen opkomt als je ze vertelt dat je uit Afrika komt. Als je wit bent tenminste. Als je expat bent. Het zegt veel over de perceptie van het expatleven in Afrika. En het zegt ook iets over de Nederlandse cultuur. Want in die woorden, en vooral in de toon waarop ze uitgesproken worden, proef ik toch een zekere afkeuring. Mensen die in het buitenland wonen, hebben het beter dan ik. En mensen die het beter hebben dan ik, zijn in de grond afkeurenswaardig. U denkt zo niet, lieve lezer, maar u weet dat u landgenoten hebt die wel zo denken. Expats in Afrika leiden een luxeleven. Expats in Afrika leven een luxeleven op onze kosten. En dan is het maar een klein stapje naar: Expats zijn uitvreters.

Eerder schreef ik al eens over ons veronderstelde luxeleven. Ik word er een beetje agressief van. Achter die vier woorden – Zoho! Doe maar luxe! – gaat een scala aan normen, waarden, overtuigingen en vooroordelen schuil.

Echtgenoot en ik, nog in onze wittebroodsweken in Nederland, verbazen ons dagelijks over het gemak van het leven in Nederland. Alles kunnen bestellen en betalen via internet! Kunnen pinnen! Drinkwater en gas dat vanzelf het huis binnenkomt! Zelfs de bureaucratie valt ons mee: het zijn geen woeste bergen waarbij je zelfs het begin van het pad niet kunt ontwaren, maar lage, goed aangegeven drempels in een verder vlak landschap: je bent eroverheen voordat je het in de gaten hebt. Met uitzondering van een hypotheek dan.

Ooit nam ik me voor om Nederland en Tanzania niet met elkaar te gaan vergelijken, maar daar kom ik niet onderuit. Met deze blog probeer ik inzicht te kweken in het leven van expats in Afrika, en Nederland is voor velen het voornaamste referentiekader. Om misverstanden te voorkomen: ik ben zeer dankbaar voor mijn lange verblijf in Afrika. Het zouden zomaar de mooiste jaren van mijn leven kunnen zijn. Maar het was niet luxe, althans niet in de gebruikelijke zin van het woord. Dus hier komt de vergelijking tussen Nederland en Tanzania.

Elke dag een heerlijk warme douche.

Geen warm water. Nauwelijks waterdruk. Droevig straaltje.

Elektriciteit. Altijd. Overal.

Stroom valt regelmatig uit. Overdag, ‘s nachts, als je onder de douche staat, als de wasmachine draait, als je net iets in de oven wil zetten, tijdens je PowerPoint-presentatie, tijdens een les waarin leerlingen op de computer moeten werken. Op elektriciteit kun je niet rekenen. Je moet altijd een plan B hebben, als moeder, als gastvrouw en als docent.

Betaalgemak. Je kunt huur, water en elektriciteit betalen via een machtiging of via internetbankieren.

Huur betalen in persoon bij de verhuurder (alleen tijdens kantooruren). Waterrekening betalen in persoon bij het waterleidingbedrijf (alleen tijdens kantooruren). Elektriciteit is prepaid. Als je tegoed op is, valt de stroom uit. Je moet dus goed in de gaten houden hoeveel elektriciteitstegoed (luku) je nog hebt om te voorkomen dat plotseling de lichten uitgaan. Nieuw elektriciteitstegoed kun je kopen aan een loket (alleen overdag).

Pinnen! The glory!

Altijd voldoende cash meenemen als je naar de supermarkt gaat. Regelmatig bij de kassa tot de ontdekking komen dat je onvoldoende geld bij je hebt om alle boodschappen af te rekenen.

Een doorlopend internetabonnement. Jaarlijks betalen via internetbankieren.

Een prepaid internetabonnement dat je maandelijks moet opwaarderen. Als het tegoed op is, kun je niet meer internetten. Dat kan gebeuren vlak voor je deadline,vlak voor je belafspraak, tijdens het skypen, tijdens het downloaden, enzovoort. Nieuw internettegoed kopen in een winkeltje (alleen overdag).

Een doorlopend telefoonabonnement.

Een prepaid abonnement dat je maandelijks moet opwaarderen, of eerder als je beltegoed eerder op is. Beltegoed raakt meestal op tijdens een gesprek. Het plotseling afbreken van een telefoongesprek is dan ook volkomen geaccepteerd. “Sorry, m’n beltegoed was op.”

Gas komt automatisch het huis binnen.

Zelf gasflessen kopen (alleen overdag).

Goed drinkwater uit de kraan.

Water uit de kraan is geen drinkwater. Zelf drinkwater kopen (zwaar!) of laten bezorgen (alleen tijdens kantooruren – zorgen dat er iemand thuis is en zorgen dat er voldoende cash in huis is).

Transparant kraanwater.

Troebel kraanwater. Wit wasgoed blijft niet wit. Drie waterfilters bij de wasmachine om witgoed wit te houden. Filters regelmatig schoonmaken – groot karwei. Twee keer per jaar nieuwe filters kopen (tijdens kantooruren – vaak tevergeefs – winkel heeft filters vaak niet op voorraad).

Niets hoeven strijken.

Alles moeten strijken. De Afrikaanse mangovlieg legt eitjes in nat wasgoed. Als de eitjes uitkomen, kruipen de larven in je huid. Vervolgens eten ze zich een weg naar binnen. Om dit te voorkomen, moet wasgoed hetzij gestreken worden, hetzij gedroogd in een droger. Trek in Afrika dus nooit iets aan dat direct van de waslijn komt!

Klagen over een voetbalveldje met kale plekken.

Blij zijn met een kaal voetbalveldje.

Als je een kastje nodig hebt, ga je naar IKEA of Marktplaats en daar vind je iets voor een schappelijke prijs.

Als je een kastje nodig hebt, moet je het zelf ontwerpen, tekenen, alle maten vermelden, offerte aanvragen en vier weken wachten. Je krijgt dan een mooi maar loodzwaar kastje van tropisch hardhout van onbekende herkomst. Twee jaar later is het hout gaan werken en laat de lijm los, maar dat maakt niet uit, want het is een schitterend, uniek kastje, door jezelf ontworpen. Het kost alleen veel tijd.

Wie zijn expatvrienden in Afrika niet opzoekt, zal nooit begrijpen hoe hun leven eruitziet. Daarom waren we zo blij dat onze vrienden M., C., M. en Z. bij ons langskwamen. Ze zagen alles: de school, de Yacht Club, de dames die ons helpen in het huishouden. Maar ook de stroomstoringen, de hopeloze hoeveelheden stof in huis, het gedoe met het personeel, de toestanden met gas, water, licht, enzovoort. Toen we het hadden over ons nakende vertrek en hoe het voor ons zou zijn om weer in Nederland te wonen, merkte vriendin C. op: “Het zal wennen zijn. Maar ik denk wel dat jullie het makkelijker krijgen.”

Ik kon haar wel zoenen. Het was gezien. Het was niet onopgemerkt gebleven.


The Choice

02|07|2014 16:34

– If you had a choice, would you give Lagos to your children as their hometown?
– Irrelevant question. We don’t live in Lagos. We live in Dar es Salaam.
– But Dar es Salaam is turning into a Lagos. And if we stay here, our children will see Dar es Salaam as their hometown.

(fictional dialogue)

It has happened

So it has happened. We have left Dar es Salaam, and we have left Africa.
Fortunately our departure was not fuelled by an acute emergency, as is so often the case when long-termers leave the continent. We do not need specialized medical care, we did not lose our jobs, we are still very much together and we have not been robbed. Main reason is that we want to offer our children a more diverse upbringing, providing them also with another hometown than Dar es Salaam. Most of all, we like to give our children the opportunity to play outside without supervision, to explore the countryside independently, on foot, on their bikes, on skates or by boat, and to literally find their own way in life.

Somewhere in the summer of 2013 we decided that eventually it would be better to leave Dar. That was a big step, since we often saw Dar es Salaam as our final destination. Still, “eventually” is far away and there was no need to speed things up.

That all changed when Chinese project developers started walking through our compound in Dar es Salaam. Our compound is unique in many ways: a true paradise for children, a green lung in an increasingly built-up area, a place with a lovely, diverse community and some close friends, and most of all a place where children can go off independently, on their own, without having to inform their parents first. A long, long time ago we decided that unless we could live in such a compound, we would leave Tanzania.

A lengthy decision process

That was the start of a lengthy decision process. If you could, in theory, live anywhere in the world, where would you live? What kind of criteria would steer your decision? What are the must-haves? What are the nice-to-haves? If Dar es Salaam was our ideal place to live in many ways, what were the aspects of life in Dar that we so appreciated? Well, a small, friendly, divers community; proximity to an international city; good education; and beautiful surroundings, especially the high skies and the Indian Ocean (which can easily be translated into any large body of water, in the form of a sea or otherwise). We further liked living one flight away from the Netherlands and in approximately the same time zone (exit Australia and New Zealand). The new place also had to be less than 15 hours travel from Dar es Salaam, so that Husband could continue to work in Tanzania. Husband further preferred a warm climate (exit Sweden and Canada).

Botswana has always attracted me, but our international school has set the bars high, and it seemed that the international school of Gaborone was not going to meet our expectations (exit Botswana). Whatever country it was going to be, it had to allow us to be between jobs for a while without becoming illegal immediately (exit Tanzania and quite a number of other countries in Africa) and it had to allow our children to finish secondary school without becoming illegal upon turning 18, as is the case in Mauritius (exit Mauritius, with pain in our hearts, because it seemed an excellent option). The East Coast of the US seemed to meet almost all requirements, provided that we could obtain a green card, but it was voted down immediately and unanimously because of the weapon crazy. I can try to give my children an upbringing that protects them against drugs and sex excesses, but I can’t protect them against madmen who randomly shoot people (United States exit). Something similar for South Africa. We seriously considered Cape Town: it is such a perfect city, it has almost everything that you may look for: culture, nature, diversity, internationality, beautiful surrounding countryside and two languages that we either master or could master easily. Thing is, you can’t imagine how it is to feel unsafe until you feel unsafe. Feeling unsafe influences your whole life. Also, in South Africa I would have to continue to bring the children to school, football, horse-riding, social events et cetera. Independence was high on our wish list!

So our focus shifted to Europe. As European citizens we can live in any EU country – an unexpected blessing. Europe is a decent continent. Not perfect, but decent, and divers as well. We briefly considered Denmark, but despite all the good things about Denmark, notably the cycling culture, Denmark has supposedly 200 days of rain per year (exit Denmark). We considered Barcelona, but apparently good schools in Barcelona are quite expensive, and the unemployment rate is towering, and there is also the double language barrier (Catalan and Spanish – exit Spain). Kroatia: language barrier and doubts about education (exit Kroatia). I really like Stockholm and South Sweden, but Husband voted that down (too dark in winter – exit Sweden).

But wait a minute, wait a minute. AMSTERDAM is an international city! It has good, free education! The weather is getting better every year! It is one flight away from Tanzania! And we speak the language! We just have to look for a small, friendly community in the proximity of Amsterdam, preferably in a rural area. Perhaps an eco-village? Or another village?

Google Earth

So we opened Google Earth. And we found a lovely small village north east of Amsterdam. We found that the village is surrounded by meadows and waterways and that it has all the amenities that one would want: an elementary school, a supermarket, a football club, a riding school, music lessons and more. The village children cycle to school independently and they have miles and miles of countryside to discover on foot, by bike, boat or skate. Still, the village is only 15 minutes by bus from Amsterdam Central Station, where there is a wide choice of excellent secondary schools.

It seemed like a perfect fit. So we decided to have a look. And we liked it. So we made a choice.


Should I stay or should I go? – English

04|01|2014 11:26

– What’s so special about this place? Really, there is not that much. Okay, we have the blue sky, we have the sun, we have the sea, but apart from that? Nothing.

Miraculously but true: this statement comes from the same friend who used to be so excited about Dar. Her enthusiasm about the city she so appreciated two years earlier, had turned into an all-encompassing frustration. She was not the first and she is not the only one. All expats in Dar are familiar with the so-called Dar dip, but it is usually just a temporary bad patch. A gin and tonic at the Yacht Club is enough to get over it. But sometimes Dar dips take longer, or come more frequently. The cause varies: it may have something to do with uncertainty about the future, an insufferable boss, issues with the work permit, issues with the landlord, issues with unreliable house personnel or the inability to find affordable housing. Or all at the same time – the friend in question scored 5 out of 6.

And so for all expats in Africa at some point the question arises: Should I stay or should I go ?
Usually there is a single dominant reason to stay or leave. It can be something small. For instance, someone once said that it was time to move on, “because I see cars driving of which I know the pre-previous owner.” Good point. Someone else stayed because of the international education. Also a good point. Here are some more.

Why would you stay?

  • Because you know a lot of nice, inspiring people in Dar es Salaam with whom you feel at home and by whom you feel known and valued,
  • Because life is interesting and adventurous, never a dull moment,
  • Because your children are in an excellent international school and because you tremendously appreciate the educational philosophy behind PYP, MYP and DP,
  • Because your children are bilingual, and because they make no distinction between white, brown or black, nor between nationality, race or religion,
  • Because you enjoy living in the lee of commerce, and you don’t want to return to a society where commerce reigns with offers, sales, discounts, brochures, advertisements, advertorials, premature Eastern eggs and 3 for the price of 2,
  • Because you have such incredibly nice students and you would love to guide them one by one to a successful graduation,
  • Because the Yacht Club is still one of the finest places in the world, unequalled, and you are able to enjoy it daily, should you wish,
  • Because it’s so nice to be able to see the horizon every day and the high skies, and because it is so great that the view is not spoiled by nasty high buildings close to the road,
  • Because of the sea, the sun, the clouds, the moon, the stars,
  • Because of the divine breezes,
  • Because of the silent, dark silhouettes of trees against the evening sky, which runs from deep blue to pale yellow,
  • Because you like to live in a place where the night is still night,
  • Because it is still quiet at night, except for the call of the water thick-knee,
  • Because it is so delightful to be able to swim a mile in the morning, in a clear sea of acceptable temperature,
  • Because you can never never nevermore live without the colours and smells of Africa, the outdoor life, the ever open doors,
  • Because it is so charming to live in a place where the grass along the roads is allowed to grown high and waving and where the trees are allowed to grow wherever they sprout up,
  • Because you have nothing, really nothing, with manicured lawns.

Why would you leave?

  • Because you would like to be able to sit outside for once without being attacked by tiger mosquitoes,
  • Because you like cycling – the freedom, the motion, the fresh air! – and then preferably on cycling lanes and not along the highway,
  • Because you like to give your children as home country a country where they can build up something: where they eventually can buy a house, where they can vote, where they can find a good job and where they can send their children to a good school without having to pay up to a small annual salary each year,
  • Because Dar es Salaam is getting bigger, dirtier and uglier by the year,
  • Because the hedges and the trees disappear in favor of cement, glass and billboards,
  • Because you are sick of the indifference, ignorance and unwillingness of people in power and the corruption of the police,
  • Because it makes you so sad to see the trash along the roads, the endless barren areas with tree trunks, the effects of dynamite fishing,
  • Because you know that the population growth is such that it can only get worse in the future,
  • Because the weather is in fact only bearable six months a year,
  • Because you see cars driving of which you know the previous owner and the pre-previous owner,
  • Because you like to see your children develop into independent teenagers, who can literally find their own way in life and who don’t always need to be brought and picked up by mom and dad, or worse, the driver,
  • Because you have been getting up at five thirty in the morning for five years and you really, really, really cannot get used to it,
  • Because it is likely that sooner or later you will be summoned out of your house and you rather leave paradise voluntarily than wait until you are thrown out.

My friend, who lived in Africa for fourteen years and who thought she would never leave the continent, eventually left. In the end the sun, the sea and the blue skies outweighed a psychopathic landlord, a stolen car, the endless procedures to get her work permit extended, the income insecurity and not in the least, the desire to live closer to her parents. What can I say? It’s a process.


test